De vogels komen uit het zuiden

’s Nachts hoor ik door het open raam een ransuil roepen. In de vijver maken meerkoeten ruzie – dat kan wel wat zachter, jongens! Er tepieten scholeksters, maar als ik inslaap zwijgen alle vogels. Op één na: een roodborstje zingt een zacht slaapliedje.
Om zes uur word ik wakker van een blaas die ernstig explosiegevaar vertoont. Als ik weer in bed lig beginnen zanglijster en merel. Het is nog donker, al “daghet in het oosten”. De merel zingt zijn melancholieke liefdesballade: “hoe luttel weet mijn liefken”. De lijster schalt zijn variaties rond als een improviserende jazz-trompettist. …








