Natuurdagboek 2024
Nederland is te kleingeestig voor wolven

Nederland is te kleingeestig voor wolven

Wolf. Foto Leo Linnartz
Wolf. Foto Leo Linnartz, St. ARK, www.wolveninnederland.nl

Als ik in Amersfoort ben, mijn geboortestad waar ik bijna achttien jaar woonde, zoek ik graag een bekende op. Vier jaar geleden verhuisde Wouter Jan Strietman naar de Keistad. We kennen elkaar van een reis naar Spitsbergen. Wouter Jan loopt vaak door de Treek, het landgoed waar ik jarenlang rondstruinde. Hij weet nachtzwaluwen te vinden. Nachtzwaluwen in de Treek – dat was ongekend.

Op mijn tiende groef ik een ondergrondse hut in de Treek. Door een spleet zag ik eekhoorns. Ik zag er reeën en zwarte spechten, een hermelijn, mijn eerste sperwer. Ik droomde van een sprookjesbos met wolven, een ideaal dat verder weg leek dan Omsk per trojka.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Landkaartjes kennen twee generaties

Landkaartjes kennen twee generaties

Landkaartje. Foto Koos Dijksterhuis
Landkaartje. Foto Koos Dijksterhuis

Sommige soorten vlinders vliegen twee keer per jaar een tijdje rond. Het betreft dan verschillende generaties. Citroenvlinders bijvoorbeeld waren er in de lente en zijn er nu weer, maar waren er in juni even niet. Ook van landkaartjes vliegt nu de tweede generatie.

De lentegeneratie van het landkaartje vloog van april tot eind juni, de zomergeneratie vliegt van begin juli tot in september. De twee wisselen elkaar dus naadloos af, zonder generatiekloof. Opmerkelijk is dat de beide generaties er heel anders uitzien. Beide generaties vind ik prachtig. Landkaartjes zijn in het voorjaar oranje met zwarte vlekjes, ze lijken dan op een kleine vos of op een parelmoervlinder. In de zomer zijn ze wat groter en hebben ze meer het uiterlijk van een kleine ijsvogelvlinder: zwartbruin met witte banden. Ze hebben dan echter ook oranje slingers, die ijsvogelvlinders missen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De nestgrom van de houtduif

De nestgrom van de houtduif

Houtduif. Foto Koos Dijksterhuis
Houtduif. Foto Koos Dijksterhuis

Iedere lente en (na)zomer raak ik meermaals vertederd van het gesnurk van een duttende houtduif in een boomkruin. In het mooie boek De houtduif (Atlas Contact, €23,99) van Hay Wijnhoven lees ik dat het geen gesnurk is, maar een geluid dat houtduiven maken als ze bezig zijn met een nest. Hij noemt het de ‘nestgrom’, en ik had kunnen bedenken dat het communicatie betrof, want waarom zouden houtduiven alleen in het broedseizoen snurken?

Dat broedseizoen duurt ruwweg van eind december tot half oktober, en in die tijd zijn houtduivenpaartjes aan de lopende band aan het nestelen, leggen en opvoeden. Telkens twee jongen, en na een heel seizoen moeten dat er genoeg zijn om de verliezen aan wind, gaai, buizerd, havik, auto, kat en jager te compenseren.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Territoriale scholeksters

Territoriale scholeksters

Scholeksters. Foto Koos Dijksterhuis
Scholeksters. Foto Koos Dijksterhuis

Voor scholeksters zit het broedseizoen erop. Sinds februari waren ze bezig met territoria zoeken, partners verleiden, territoria verdedigen, eieren uitbroeden, territoria verdedigen, kuikens begeleiden, territoria verdedigen.

Het broedseizoen mag er dan opzitten, de territoria worden nog steeds verdedigd, getuige het kabaal dat de scholeksters half juli nog maken. Scholeksters schoppen branie. Een vocaal aanloopje dat als een triller klinkt mondt uit in een met schelle stem verkondigd: ‘tepiet!’ Op Schiermonnikoog zijn nog heel wat ‘schollies’ en daar hoor ik ze dag en vooral nacht door het open raam.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Wachten op de das

Wachten op de das

Das. Foto Henk Strietman
Das. Foto Henk Strietman

Henk Strietman stuurde mij de foto. Ik ken Henk van twee reizen naar Spitsbergen, die ik met Trouwlezers maakte, en sindsdien gaan we weleens samen op stap. Ik heb in Nederland nog maar één keer dassen in het wild gezien, hoewel ik vaak genoeg op strategische plekken heb gewacht tot het aardedonker was.

Maar ja, een das laat zich niet bestellen. Hoewel, als ik Henks verslagje las… Iedere avond tussen half tien en kwart voor tien kwam de das uit een bosje, om een weiland over te steken. Henk nam er bijna elke avond een kijkje.

Ik had iets te doen in de buurt, dus op naar Henk en zijn das. Nu bieden in het verleden behaalde resultaten geen garantie voor de toekomst. Maar dat hoort erbij, dat maakt het zelfs spannend: zien we hem of zien we hem niet? Meestal niet, maar altijd laat zich wel iets zien: reeën, uilen, houtsnippen…

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Donzige krakeendjes

Donzige krakeendjes

Krakeend + jongen. Foto Koos Dijksterhuis
Krakeend + jongen. Foto Koos Dijksterhuis

In een moerasgebiedje bij ons dorp zie ik meerdere eenden peddelen met pullen. Ze lijken op gewone wilde eenden of parkeenden (die twee zijn dezelfde soort), maar dat zijn het niet. Zo laat in het broedseizoen is de kans groot dat het krakeenden zijn, en dat zijn het.

Krakeendvrouwtjes lijken sterk op wilde eendenvrouwtjes, maar hun ‘heupvlekje’ (door ornithologen spiegel genoemd) is wit, niet blauw. Verder hebben ze een oranje snavel met een donkere streep erover. De jonkies van beide soorten zien er eender uit en even koddig.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Koekoekshommels

Koekoekshommels

Grote koekoekshommel. Foto Koos Dijksterhuis
Grote koekoekshommel. Foto Koos Dijksterhuis

In onze tuin liggen stapels stokoude dakpannen die krioelen van het leven. Ik laat ze dus maar liggen. Een bezoeker zei: ‘die vinden wel een andere plek’. Misschien, als je ons huis bombardeert en we overleven het, vinden we misschien ook wel een ander huis. We legden een paadje van klinkers op zand. In dat zand werden binnen een dag holletjes gegraven door zandbijen. Dat paadje kan ook wel iets opzij. De achtermuur van ons huis ziet er vervallen uit. Rode en gele bakstenen, met cement bestreken stukken en gewitte delen wisselen elkaar af. Uit de voegen brokkelt de oude kalkmortel af. Een bezoeker vroeg: ‘die muur ga je zeker witten?’ Dat waren we wel van plan, tot ik een tijdje bij die muur bezig was en het me opviel hoeveel bijen en wespen er rondhingen. Er zitten veel gaatjes in de mortel: ideale holletjes.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Geheime kennis over heksenkruid

Geheime kennis over heksenkruid

Heksenkruid. Foto Koos Diijksterhuis
Heksenkruid. Foto Koos Diijksterhuis

Mijn melding van heksenkruid riep een lezersvraag op naar de magische eigenschappen van die plant. Euh.., heksenkruid is geneeskrachtig noch giftig. Toevallig stond er een stukje in het vakblad Bionieuws over een tentoonstelling in Wageningen met de naam Heksenkruid. Bij die tentoonstelling stond iets over eeuwenoude, in het geheim doorgegeven kruidenkennis. In Bionieuws werd dat weerlegd door een historicus.

Zo’n 25 jaar geleden was hekserij in de mode, wicca genoemd. Het sprak vooral tienermeisjes aan. Ik schreef erover en via een heksenforum op internet (van geheimhouding was weinig over) legde ik contact met heksen. Die vertelden het bekende verhaal over van grootmoeder op kleindochter doorgegeven kennis. Ik raadpleegde historici die hekserij bestudeerden. Niemand had ooit enig bewijs gevonden voor overlevering van botanische kennis. Hielden heksen hun kennis te geheim om te kunnen achterhalen? Of waren alle kruidenvrouwen op de brandstapel vermoord? Waarom zou kruidenkennis altijd aan kleindochters en nooit aan dochters verteld zijn?

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bijen met een soulbroek

Bijen met een soulbroek

Pluimvoetbij. Foto Koos Dijksterhuis
Pluimvoetbij. Foto Koos Dijksterhuis

In onze nieuwe tuin vervingen we een deel van het tegelpad door oude klinkers. Met het verharden van tuinen bewijs je de natuur geen dienst, maar de ene verharding is zachter dan de andere. We weten niet onder welk leed de oude klinkers (waaltjes) in de loop der tijd gebukt zijn gegaan, maar hun kromme, soms zelfs getordeerde verschijning doet het ergste vrezen. Hoewel zorgvuldig gelegd, een heel gepuzzel, zijn er naden genoeg waartussen kruiden kunnen groeien en insecten graven. Zo krijgen we een groenstrook waar we ook bij regen zonder modderpoten kunnen lopen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Geërfd doopvont

Geërfd doopvont

Tridacna gigas Foto Koos Dijksterhuis
Tridacna gigas. Foto Koos Dijksterhuis

Regelmatig stuurde Erika van Oosterhuis uit Bosch en Duin mij een brief waarin ze vier kantjes vol priegelde over spreeuwen en andere vogels die ze uit het raam zag. Meestal was er een vraag over spreeuwengedrag, steevast gevolgd door de verzekering dat ze geen antwoord verwachtte omdat ik het al druk genoeg had. Ik stuurde altijd een kaartje terug.

Het aantal vaste reageerders op mijn Natuurdagboek, dat papieren brieven stuurt, slinkt. Dat zijn vooral ouderen, net als Erika die rond de negentig was. Een enkele keer ontspon zich een heuse briefwisseling. Een paar keer constateerde ik dat ik van iemand al een tijd niets gehoord had, en vaak bleef het dan ook stil. Ik sta niet op de verzendlijsten voor overlijdenskaarten.

Lees Meer Lees Meer

DELEN