Muis!

Er schoot een muis door de kamer. ‘s Avonds laat, de buitendeur stond open. Was er een spitsmuis, veldmuis of bosmuis naar binnen geglipt? Het diertje flitste van dekking naar dekking. Achter een plan of het gordijn, onder de piano. Hij loerde naar me van achter de prullebak. Hij had geen mini-oortjes, zoals een veldmuis. Geen heel lange staart, zoals een bosmuis. Hij trok geen lange neus, zoals een spitsmuis. Twee oogjes glinsterden. Ik bleef kijken. Een muis verstart bij de aanblik van een kat of slang. Verstarde hij ook bij mijn aanblik? Ik zat zelf verstard. Hij niet, hij rende weg en sprong in een doos wijn. Haha, nu had ik hem! Ik hoorde hem scharrelen in de doos. Ik pakte fles na fles uit de doos. De muis hield zich koest. Hij kon niet ongezien ontsnappen. De doos raakte leeg en muis bleek weg. Muizen kunnen zich wegtoveren. Maar ze keren terug. Ik wilde net het licht uit doen, toen er twee rond renden. Ze verloren met de minuut hun angst voor die starende sul. …








