ndb 2010 – 2014

ndb van 2010 tm. 2014

Slakken te land en te water

Slakken te land en te water

© Koos Dijksterhuis, Haarslakje (Trichia hispida)

Bert Jansen verzamelt van alles, maar vooral zeeschelpen, zoetwaterschelpen en landslakken. Bert neemt me mee op slakkenjacht. Hij heeft een zeef aan een stok gebonden en haalt deze slakkenval door een sloot. Ik zie niets, maar Bert ontdekt een riempje, een pisidium en een te water geraakt landslakje. Er is een loep nodig om de schoonheid van de schelpdieren op waarde te schatten. Met vijf millimeter doorsnee blijft het riempje deze middag één van de grotere vondsten. Een riempje is een plat, rond schijfje. De windingen zijn smal en doen het slakkenhuisje lijken op een strak opgerolde broekriem. Dat heb ik uit Berts boek Kruipende huisjes , zelf had ik het nog niet bedacht. Het zou het riempje zijn van een minikabouter met een wespentaille. Er zijn vele soorten kleine, platte horentjes, de bekendste is de vier centimeter grote posthoornslak die je soms ziet drijven. Maar de meeste zijn piepklein en lijken op elkaar.  ‘Valt mee hoor’, vindt Bert, ‘het riempje heeft als enige een navel, kijk maar.’ Ja zeg, door de loep wordt in het midden een kuiltje zichtbaar. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Boompieper op schoolreisje

Boompieper op schoolreisje

© Jeanette Essink, Boompieper

Het is schoolreistijd. Als er weer eens een intekenlijst op de klasdeur van onze zoon of dochter hangt, waarop een beroep wordt gedaan op ouders, schakelt mijn excuusmachine direct aan. Alsof de margedagen, ouderavonden, weekopeningen en -sluitingen niet al genoeg tijd kosten. Maar iemand moet het doen en je wilt je kind niet teleurstellen en de juf te vriendin houden. Ik maakte dus tijd toen juf me vroeg voor het schoolreisje. Andere ouders bleken jaloers! ‘Hoe kreeg je het voor elkaar dat je mee mocht?’ vroegen ze. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zangers in ’t riet

Zangers in ’t riet

‘Waar men zich tegenwoordig ook naar buiten begeeft, overal is leven en beweging, vroolijkheid en blijdschap’, zo begint het artikel ‘Van de zangers in ’t riet’, in het weekblad Natuurleven van 12 mei 1905, van redacteur J.J. Hof te Giethoorn. Vijf alinea’s lang bejubelt Hof de lente en de natuur, alvorens hij toekomt aan de zangers in het riet. ‘Het zijn vooral de rietzangers die men daar zoo ijverig bezig kan hooren. (…) Het is net of er een zangwedstrijd gehouden wordt, zoo ijverig zijn de verschillende mannetjes daarmee bezig.’ …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Meer meeuw, minder koet

Meer meeuw, minder koet

© Koos Dijksterhuis, jonge Meerkoeten

De meerkoeten waren al weken druk met het verdedigen van hun nest. Iedere vermeende vijand werd met elan en woest geklapwiek weggejaagd. Eindelijk zwom de familie rond, met maar liefst zeven kuikens. De kleintjes peddelden langs de rietkraag. Vader en moeder koet doken hapjes op die ze de kuikens aanreikten. Met hun rode koppies pikten die kuikens het hapje uit de voerende snavelpunt. Als één van ons aan de oever verscheen, riep een ouder een korte, schelle klank, waarna de kuikens toesnelden en dicht om de roepende ouder dromden. Onze kinderen gooiden broodkruimels. De oudervogels pikten die op en zwommen ermee naar de kuikens. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De wonderlijke meikever

De wonderlijke meikever

© Jeanette Essink, meikever

Laatst vond ik een dode meikever. Ook zag ik een levende. Toen ik als kind toegaf nog nooit een meikever te hebben gezien, waren mijn ouders stomverbaasd. Ik was dan ook kind in de tijd dat Nederland met bulldozers werd platgewalst, met de lineaal werd strakgetrokken en met vergif werd gedesinfecteerd. Meikevers waren zeldzaam geworden. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Muizenissen

Muizenissen

© Koos Dijksterhuis, Huismuis

De verhalen over muizen stromen binnen. Muizen blijken lollig te zijn, tot ze alles vergeven hebben met keutels en pies, tot ze kabels doorknagen, tot ze gaten in de pakken vruchtensap knabbelen. Muizen stinken, ik kan me de lucht heugen van de witte muizen die ik als kind vertroetelde. Muizen plassen steeds een beetje, want ze hebben geen blaas. Katten kunnen muizensporen dus goed ruiken. Torenvalken kunnen muizensporen zien, want ze zien de voor ons onzichtbare kleur van muizenpies: ultraviolet. Een valk als huisdier is illegaal. Een kat helpt, maar stinkt zelf even erg en roeit in één moeite door de tuinvogels uit. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kuinder varens

Kuinder varens

©Koos Dijksterhuis, Wijfjesvaren (voor), Mannetjesvaren (achter)

Wijfjesvarens en mannetjesvarens zijn heel gewone soorten varens. Verschillende soorten, dat wel. Ze kruisen nooit. Wijfjes doen het met wijfjes, mannetje met mannetjes. Varenkenner Piet Bremer laat me varens zien in het Kuinderbos. Een breed wandelpad lonkt, maar Piet schudt zijn hoofd. We springen over een droge sloot, laten takken niet in elkaars gezicht zwiepen en slaan ons erdoorheen. ‘Pas op voor teken’, zegt Piet. ‘Die zitten hier veel en zijn vaak besmet.’ Honderdtwintig kilometer ontwateringsgreppel sjouwde Piet in 1979 af op varens. Een paar jaar geleden deed hij het weer. In 2007 promoveerde hij in Wageningen op zijn Kuinder varens. Hij ontdekte er dertig van de veertig Nederlandse soorten, waaronder zeer zeldzame en vier soorten die nooit eerder in Nederland waren gevonden. En dan meteen tientallen of honderden exemplaren van verschillende zeldzaamheden door elkaar. Je mag dus wel zeggen dat het Kuinderbos het puikje van ’s lands varens is. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De eik, de rups en de dappere koolmees

De eik, de rups en de dappere koolmees

Koolmees voert jong, © Harvey van Diek

Het dreigde een armetierig broedseizoen te worden voor de mezen, maar dankzij de rupsenpiek komt het toch nog goed. Misschien wel juist door het koele voorjaar. De rupsenpiek vond steeds vroeger in het jaar plaats, omdat de bomen eerder hun blad ontvouwden. Zangvogels moesten hun jongen dus ook vroeger uitbroeden, maar dat lukte niet zo snel. Nu het groen een week later verscheen, konden zangvogels als vanouds de kost winnen. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Hemelsblauwe laagvlieger

Hemelsblauwe laagvlieger

© Jeanette Essink

Zon, lente: vlinders. Misschien in uw buik, zeker langs bosranden, in tuinen, op open plekken en bloemenweiden.

Vooral boven bloemenweiden maakt u kans kleine blauwe vlinders te zien fladderen. Blauwtjes. Er zijn verschillende soorten blauwtjes, maar de algemeenste is het Icarusblauwtje. Icarusblauwtjes horen tot de blauwste blauwtjes. Alleen het Adonisblauwtje is nog blauwer. De Icarusmannetjes hebben hemelsblauwe vleugels, met een dun wit en nog dunner zwart zoompje. Van boven dan, de onderkant is grijsbruin met vlekken. Op de foto staat het mannetje rechts. Het vrouwtje is van boven bruin met oranje vlekjes. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Waterplanten van schoon water

Waterplanten van schoon water

Waterdrieblad, © Jeanette Essink

Sommige waterplanten duiken ´s winters onder op de bodem. In de lente duiken ze weer op. In onze sloot was van de ene dag op de andere meters wateroppervlak bedekt onder de drijvende bladeren van de watergentiaan. Dat zijn mini-uitvoeringen van waterleliebladeren. De watergentiaan bedekte in één klap vijf vierkante meter. Het enkelvoud gentiaan is correct, want watergentianen houden van een weids gebaar. Meters drijfblad blijkt herleidbaar te zijn tot één waterplant. Na een week of vier bloeien de gentiaantjes nog niet. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN