Natuurdagboek 2011
Parkieten – plaag of aanwinst?

Parkieten – plaag of aanwinst?

Halsbandparkiet, © Koos Dijksterhuis

Ze zijn een plaag, ze terroriseren de stad, ze komen uit het buitenland, ze horen hier niet thuis! Op de radio wond ene Fleur zich op. Ik dacht: het zal Fleur Agema wel zijn, van de PVV, over Marokkanen. Maar het was een andere Fleur, Fleur Jurgens, over halsbandparkieten. De brij aan schreeuwreclames, fileberichten en herhalingen van steeds hetzelfde nieuwsbulletin doet me de radio meestal gauw weer uitzetten. Maar een discussie over halsbandparkieten wilde ik wel even horen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Koerende duiven

Koerende duiven

Houtduif, © Koos Dijksterhuis

Er zit meer lente in de dop dan je van januari zou verwachten. Toverhazelaars, winterjasmijnen en andere heesters bloeien, hazelaars en elzen puilen uit van de katjes, wilgenkatjes ontvouwen zich en allerlei bomen staan in knop. Bollen haasten zich met hun stengels de grond uit, het gras is groener en groeit weer, vogelmuur woekert.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vijf soorten meeuwen op het strand

Vijf soorten meeuwen op het strand

kokmeeuw, zilvermeeuw, kleine en grote mantelmeeuw © K. Dijksterhuis

Ze staan met hun allen in het ondiepe water, sommige op één, de meeste op twee poten. De zee golft af en aan en klotst tegen de buik van die ene meeuw met donkere rug. Die meeuw is kleiner dan de andere meeuwen met donkere rug. Het is een kleine mantelmeeuw te midden van grote mantelmeeuwen. Kleine mantelmeeuwen broeden met tienduizenden in Nederland. In de jaren twintig vestigden zich de eerste paren in Zeeland en op de Waddeneilanden. Hun aantal kroop omhoog tot zo’n zeshonderd paar eind jaren zestig. Daarna begon de expansie.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Poliepen uit donkere zee

Poliepen uit donkere zee

Gorgelpijp (Tubularia larynx)© K. Dijksterhuis

Wanneer ik als kind keelpijn had, kreeg ik een twee-procentsoplossing waterstofperoxide, niet om mijn haar te bleken, maar om te gorgelen. Gorgelen geschiedde door met het hoofd in de nek en open mond in een bodempje vloeistof ‘rrrr’ of ‘gggg’, te zeggen. Gorgeldrank heette het spul, hoewel opdrinken niet mocht, ik moest het uitspugen alsof het geproefde wijn was. Ik hoor nooit meer iemand gorgelen, al zal het nog wel gebeuren. De luchtpijp fungeert dan als gorgelpijp.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Onbevreesde strandlopers

Onbevreesde strandlopers

Drieteenstrandloper te Katwijk, © K. Dijksterhuis

We wandelen over het strand van Katwijk naar Noordwijk en terug. Beide wijken zijn gescheiden door vijf kilometer strand, de monding van de Oude Rijn en een portie wederzijds wantrouwen. Bij Katwijk en bij Noordwijk wandelen mensen op het strand, sommigen met hond.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Reislustige roerdomp

Reislustige roerdomp

Roerdomp

Roerdompen zijn verlegen reigers. Boven grote rietvelden zie je ze soms een eindje vliegen. Tijdens vorst en sneeuw, zoals de weken tussen eind november en begin januari, zijn ze soms op onverwachte plekken te zien. In buitenwijken, op akkers, bij wakken. Roerdompen zijn niet gebouwd op strenge winters. Er zijn ongetwijfeld roerdompen uit Duitsland en Polen bij ons op bezoek. Sommige Nederlandse roerdompen zijn op hun beurt misschien naar Frankrijk of Engeland gevlogen. Of veel verder.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vos schiet jager

Vos schiet jager

Vos schiet jager, lees ik op de site van Vroege Vogels. Bij de Poolse grens sloeg een jager een vos met de kolf van zijn geweer. De vos vocht als een bezetene en wist de trekker van ’s mans geweer over te halen. De jager strompelde met een schotwond aan zijn been naar het ziekenhuis. Moet u nu grinniken? Of bent u begaan met die arme natuurliefhebber? Ik moet voorzichtig zijn, want zelfs een terloopse melding dat ik een jager zag lopen, levert strijk en zet verhitte reacties op. Van lezers die jagers gemeen vinden en van jagers die zichzelf weldoeners vinden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Tamme bolletjes met staart

Tamme bolletjes met staart

Witkopstaartmees, © Harvey van Diek

Stond ik de heg te snoeien, hoorde ik naast me een zacht, hoog gekwetter. Op een halve meter afstand zat een staartmees zich te poetsen. Een tweede staartmees snorde naderbij en voegde zich bij de eerste. Een staartmees is nooit alleen. Daar had je nummer drie al. Ze voerden een geanimeerd gesprekje, hipten een takje naar boven of onder, een twijgje naar rechts of links, en negeerden mij. Al kon ik ze niet verstaan, misschien hadden ze het wel over mij, maar bang waren ze beslist niet.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Reeën met witte billen

Reeën met witte billen

Reeën, © Jeanette Essink

Lezers schreven me over reeën in hun tuin. De reeën kwamen vlakbij. Het vroor, er lag sneeuw, de reeën knabbelden van de klimop. Als het een tijdje vriest en er ligt bevroren sneeuw, dan kunnen reeën niet zo eenvoudig hun kost bij elkaar scharrelen. Ze wagen zich in tuinen waar misschien iets te halen valt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN