Natuurdagboek 2011

Speenkruid op boom, © K. Dijksterhuis

Of u al een putter had horen zingen, vroeg ik. Meerdere lezers hoorden putters. Ook een zingende lijster werd gemeld. Kan, al worden merels ook vaak lijsters genoemd. De merel is net als de zanglijster lid van de lijsterfamilie. Arthur Belmon zag vergrijzende kokmeeuwen die alweer hun zomerse, zwarte kap krijgen. Jeanette Essink meldt het eerste muzikale stroomversnellinkje van de heggemus, dat kleine, slanke bruin-grijze vogeltje dat geen familie is van de mussen. Zij zag ook een crocus paars bloeien en een winterakoniet (geel).

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zittende deur

Zittende deur

Zeearend fotowedstrijd

Over de weilanden bij het Zuidlaardermeer zweven deze winter enorme roofvogels. Zeearenden zijn de grootste vogels van Nederland. De vrouw althans, met haar spanwijdte van twee meter veertig. Haar man is kleiner maar toch nog een meter of twee. In kranten en bladen staat steevast dat vogelaars de zeearend een vliegende deur noemen. Maar vogelaars zeggen dat omdat ze het in de bladen lezen. eergisteren stond het weer in Trouw. Een zeearenddame meet van kop tot staart weliswaar een meter, maar haar vleugels zijn een stuk smaller dan de breedte van een deur. Daarbij vliegen zeearenden niet vaak. Meestal zitten ze maar wat. Dagelijks een reepje van een dood dier scheuren, af en toe een gans, meerkoet of karper grijpen en dan weer verder suffen en uitbuiken. De zittende deur.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Linde

Linde

geknotte Lindes, © K. Dijksterhuis

In Haren is een boerderij opgeslokt door een woonwijk. De boerderij heeft nog een fors erf, waarop hoge knotbomen staan. Het zijn linden. Linden zijn erfbomen bij uitstek. Als ze op zes, zeven meter hoogte geknot zijn, vormen hun grillige vormen een spookachtige verdedigingslinie voor de boerderij. ’s Zomers gaat die boerderij al helemaal schuil achter het dichte gebladerte. Een rijtje geleide linden is een uitstekend wind- en zonnescherm. Maar het snoeien van leilinden kost veel meer tijd dan het knotten. Daarom konden knotlinden karakteristiek worden voor Drenthe, schreef J.J.H. Oudega-Schokker laatst in Het Drentse Landschap. Haren is geen Drenthe, maar het scheelt niet veel.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vink aan de slag

Vink aan de slag

Vink (m.), © Marjolein Hortensius

Verschillende lezers hoorden een grote bonte specht roffelen. Trouws keukenprins Jeroen Thijssen is één van de gelukkigen. Hij weet bovendien zeker dat hij de eerste is, omdat hij de specht hoorde roffelen in Vught, waar alles altijd het eerst gebeurt. Dat lijkt me voor Vughtenaren een jaarlijks terugkerende last: de eerste moeten zijn. De eerste vinkenslag zal best in Vught hebben geklonken, al is ie niet daar, maar in de buurt van Meppel opgemerkt door Jeanette Essink.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Spiegelbeeldig

Spiegelbeeldig

Wilde zwanen, © Jeanette Essink

De krab, de schol, de narwal en de kruisbek hebben niet veel gemeen, maar wat ze gemeen hebben is opvallend: ze zijn asymmetrisch. Doet u met uw mond een poging de snavel van de kruisbek te imiteren, dan vinden uw toeschouwers u misschien kortstondig grappig, maar al gauw zal men u lelijk vinden. Kruisbekken hebben een scheve snavel omdat ze daarmee de zaden uit pijnappels kunnen wrikken. Krabben zijn rechtshandig en hebben één grote schaar. Als ze die verliezen, neemt de linkerschaar de handigheid over en groeit die schaar uit.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bijna-oerbos

Bijna-oerbos

Gevallen hulst, © K. Dijksterhuis

In het Middenveld van Drenthe ligt een bos dat in de buurt komt van een oerbos. Er heeft sinds mensenheugenis bos gestaan. Het is van Natuurmonumenten. Het meet 125 bunder en wordt niet beheerd. We struinen onder bejaarde eiken door,  gegroefd en kaal. Er staan ook berken, maar die zijn dood. Er groeien kolossale berkenzwammen op, ze zien er vers uit, ondanks de vorst. Tussen de bomen is het nevelig, klam en ijskoud. Buiten de bomen is het nog ijziger, vanwege de snijdende oostenwind.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Wilde zwanen

Wilde zwanen

Wilde zwaan, © K. Dijksterhuis

Parkeenden zijn wilde eenden, hoe tam ze ook zijn, maar parkzwanen zijn knobbelzwanen, geen wilde zwanen. Die bestaan wel, ze zijn nog groter en zwaarder dan knobbelzwanen, al scheelt het niet veel. Het is een prestatie dat ze hun enorme lijf de lucht in krijgen. De woerden hebben geen knobbel op hun snavel. Wilde zwanen hebben juist een opvallend rechte snavel, geel met zwarte punt. Kleine zwanen hebben ook een rechte, geel-met-zwarte snavel, maar met meer zwart. Bovendien zijn kleine zwanen kleiner dan wilde zwanen. Kleine zwanen zijn even wild als wilde zwanen. Wilde, kleine en knobbelzwanen, drie soorten zwanen, alledrie wit.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Schelp van de liefde

Schelp van de liefde

Vernusschelp, © K. Dijksterhuis

Terwijl ik op het strand een sliert rotganzen uitzwaai, die over zee uit het zicht verdwijnt, dringt zich via mijn ooghoek een schelpje in het zand op. Alle schelpen zijn leuk, maar sommige hebben een streepje voor. De venusschelp is klein en asymmetrisch, doorgaans geen esthetische aanbeveling. Toch vind ik het schelpje prachtig. Misschien omdat het stevig is of qua vorm een beetje aan een mini-noordkromp doet denken.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De bekende roodborst

De bekende roodborst

Roodborst, © Rob Buiter

Weinig vogels zijn zo bekend als roodborstjes. Ze vallen op met hun rode borst, die ze mollig kunnen opzetten. Ze zitten op een hek, een paaltje, een uitstekende tak. Daarvandaan loeren ze op insecten of kruimels, graankorrels, fruit. Roodborstjes zingen het hele jaar, soms midden in de nacht. Niet alleen het mannetje zingt, het vrouwtje zingt ook, vooral in de herfst. Zo laten ze zich gelden in hun territorium. In december kun je roodbostjes zingend aantreffen op een besneeuwde tak. Mooi plaatje voor een kerstkaart.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Op de toren van Mechelen

Op de toren van Mechelen

© Koos Dijksterhuis

De Sint-Romboutstoren in Mechelen, Vlaanderen, ziet eruit als een halve toren. De toren had ongetwijfeld hoger gebouwd zullen worden, waar van alles tussenkwam. Nu eens was de bouwmeester jarenlang afwezig, dan weer sloeg de bliksem erin. Geldgebrek zal de toren ook wel parten gespeeld hebben. De bouw begon in 1452 en zeventig jaar later gaf men het op.

Lees Meer Lees Meer

DELEN