Er belandde een foto van een kever in mijn postbus. Het leek me een soort lieveheersbeestje, daar bestaan langwerpige soorten van. Ook had ie wel wat van de klopkevers in mijn insectenboek, maar deze leek me daar te groot voor. De fotograaf had hem in Oostenrijk gefotografeerd en stuurt wel vaker foto’s. Volgens hem was het de mierenzakkever Clytra laeviuscula. …
De nieuwste film van Woody Allen is geen topper van de oude meester, maar het blijft een Allen, dus slecht kan Magic in the Moonlight niet zijn. Het verhaal speelt zich honderd jaar geleden af in de Provence. Of het nu ’s morgens, tussen de middag of tegen de avond is, altijd strijkt er een lage avondzon over de zee, de cipressen, de bloemen, de lokken van Emma Stone en de linnen pakken van Colin Firth. Romantiek verzekerd. …
Een reusachtige naaktslak gleed door de kamer, het gebruikelijke slijmspoor achterlatend. Ik heb niets tegen naaktlopen, maar slakkensporen, brrr. Het was een gele wegslak.
Dit was nieuw, een slak in huis. Slakken kruipen door de tuin, over het terras, over de deurmat en op de ramen, en laten overal hun korstige sporen na van opgedroogd slijm. Maar in mijn huidige huis zie ik ze nooit. Hopelijk was ie door de open schuifdeur geschuifeld, en niet via een ontraceerbaar kiertje of gaatje. Ik kan me geen huis waar ik woonde heugen zonder naaktslakken. Altijd die slijmsporen op de vloerbedekking, op de bank, overal. …
September, spinnentijd. Overal webben. Menigeen zal angstkreten slaken en huisgenoten of buren inroepen om het achtpotige monster uit bad-, slaap- of woonkamer te verwijderen. Anderen trekken zelf ten strijde met stofzuiger of krant.
U natuurlijk niet, u weet wel beter. U zet ze hooguit buiten uit vrees voor spinnenwebben en –poepjes. U weet dat spinnen niets kunnen uitrichten tegen u, die zoveel groter is. Alleen als u ze met duim en wijsvinger knijpt, zullen ze proberen u te bijten. Maar daar voelt u niets van, want die tandeloze spinnenkaakjes komen niet door uw huid heen. …
Eendenmossels zien er schelp-achtig uit, maar zijn geen mossels of andere schelpdieren. Het zijn kreeftachtigen, en wel van het rankpotige type. Net als zeepokken hechten ze zich aan rotsen of andere harde zeebodems en graaien ze piepkleine voedseldeeltjes uit het water. Ze staan met hun gepantserde lijf stevig op één voet. In Nederland zijn geen rotsen, al kunnen eendenmossels ook dammen als rots gebruiken. Het maakt de rankpotige diertjes niets uit. Ik heb in Ierland eens een met zeewater gevuld viskrat gevonden, met tientallen eendenmossels erin. Ze waren springlevend, al sprongen de aan hun voet vastgehechte wezens niet. …
In de vlindertuin in het Drenthse Zuidwolde ziet natuurgids Joop Verburg regelmatig goudwespen rondhangen bij het bijenhotel. Bijenhotels zijn de constructies met veel gaatjes en rietstengels, waarmee metselbijen en andere solitaire bijen worden gepaaid. Die gaan in de holletjes nestelen.
Maar de bijenwereld heeft zijn broedparasieten. Wat de koekoek is voor vogels, zijn goudwespen voor wespen en bijen. Zo’n goudwesp houdt de holletjes in de gaten en als de koningin-moeder naar buiten gaat, weet de wesp dat het hol bewoond is en glipt ze zelf naar binnen. Ze kan echt op de loer liggen, heimelijk over de rand glurend. …
Op vakantie in Bretagne redde Gerco van Beek een gewonde Jan van Gent. Een Jan van Gent is een enorme zeevogel met een twaalf centimeter lange torpedo-snavel. In het Frans heet zo’n vogel Fou de Bassan, wat iets betekent als laaghartige gek. Oppassen dus, maar de Jan van Gent de Bassan liet zich zonder protest helpen. “Hij kon ook niet bewegen”, zegt Gerco. …
Waaierdrager Metoecus paradoxus. Foto Koos Dijksterhuis
In mijn tuin stuntelt iets door het gras. Het probeert zich voor me te verstoppen, klauterend over grassprieten. Het struikelt en herstelt fladderend zijn evenwicht. Ik zie een gele buik. Het heeft het lijf van een bloedbij, antennes van een nachtvlinder, vleugels van een bladwesp en schildjes van een kever.
Ik vraag rond, blader door boeken en websites en raadpleeg het wondermiddel waarneming.nl. Moet de foto bij wespen of kevers? Ik gok een bladwesp; bij de wespen dus. Na uren komt de oplossing: de waaierdrager Metoecus paradoxus. Toch een kever …
Iedere nazomer krijg ik foto’s opgestuurd van wonderlijke bessen, die in trosjes op stengels in de bosgrond staan. De besjes zijn oranje. Eerst kleuren de bovenste bessen van groen via geel naar oranje, dan de lagere. Als dat proces halverwege is, zijn de bessen-aren oranje-geel-groen en lijken ze van een afstandje op vuurpijlen, die uitbundige tuinplanten.
Maar het zijn geen vuurpijlen, het zijn de vruchten van aronskelken. De aronskelk is een van de merkwaardigste planten die we hebben. Als u weleens naar natuurfilms kijkt, kent u die tropische bekerplanten wel, die vliegen lokken en verteren in hun sap. Aronskelken lokken vliegen met dezelfde trucs de bloem in: geur en kleur, een steile rand, een glibberwand, weerhaken, Die geur is trouwens een vieze poeplucht. Vliegen hebben een andere smaak en reukzin dan wij. …
Nog even en de futen kiezen het ruime sop, maar nu dobberen ze in stadsvijvers en andere watertjes. Ze dragen nog hun zomerkleed, met waaiers aan hun wangen. En ze hebben nog jongen, twee meestal. Nummer drie (en soms vier) zijn waarschijnlijk overleden. Als futenpaar is het al een heel werk om twee jongen te voeren. De jongen zitten niet meer op de rug van vader of moeder, hun ruggen zijn niet meer zwart-wit gestreept. Ze hebben hun gevangenistenue verruild voor grijs. Maar ze piepen schel om ‘voer!’ ‘voer!’ ‘voer!’ …