Krabben kunnen rennen. Op het strand of op de zeebodem rent een krab zijdelings voort. Vooral strandkrabben zijn hardlopers. Bij gevaar rennen ze de zee in en schuiven ze in een spleet onder een steen of graven ze zich in. Krabben hebben tien poten. Met twee daarvan lopen ze niet maar grijpen ze: de scharen. …
Twee koolmezen en een pimpelmees. Foto Jeanette Essink
De tuin leeft van de vogels. Ineens. Bij mij in de tuin zijn altijd wel vogels, een dankbaar resultaat van nestkasten, appels, zaden en gevallen blad. En van niet-tuinieren. Maar vanmorgen (gistermorgen voor de lezer) is het wel heel druk. Tijdens het ontbijt wordt mijn blik steeds getrokken door gefladder, gemiegel, gehup. Drie, vier merels zigzaggen door de appelboom. Twee koolmezen en een pimpelmees fladderen van boomtak naar hekje naar struik naar schutting naar hun bestemming: de bak met zaadjes. Een roodborstje scharrelt door het gevallen blad. …
’s Morgens vertrok ik naar een afspraak. Er schoot iets onder de heg. Ik tuurde en zag een donkerbruine bal waar een lange snavel uitstak. Een houtsnip.
Houtsnippen zijn de waadvogels van het bos. Ze waden niet door water maar door bladeren, op zoek naar wormen. In de lente baltsen houtsnippen in de avondschemer. Ze fladderen vleermuisachtig rond, kwakend, knorrend, proestend en snuivend. Snipverkouden. Wie dat een keer meemaakt, vindt houtsnippen zo aandoenlijk, die zal ze nooit meer eten, laat staan schieten. …
Rond 50 voor Christus hadden de Romeinen heel Gallië veroverd. Heel Gallië? Nee, Bretagne bood nog even verzet. Ook de volkeren die tussen Maas en Rijn woonden knokten tegen de Romeinen. Die brachten de vechtjassen beschaving bij door ze uit te roeien. Dat was zwaar werk, vooral doordat de veldtochten buiten de gebaande paden gingen. Kwamen de Bataven dobberend op de Rijn de Nederlanden binnen, Caesar en diens opvolgers lieten de Rijn rechts en de Maas links liggen. Ze reisden over land. En in dat vlakke land stuitten ze op haag na haag. Die hagen hielden vee binnen en roofdieren buiten. Een haag van mei-, slee- en andere doorns is niet door te komen. De Romeinse tuniekjes werden aan flarden gescheurd. Dat schoot niet op. Toch is het ze gelukt de wildebrassen uit te schakelen. …
Buiten hoorde ik een kind krijsen. Het klonk niet als ongemak over een buil of schram. Ik meende ‘help!’ te verstaan. Ik liep erheen. Enkele kinderen hielden afstand tot het krijsende jongetje, dat omringd werd door wespen. Hij was in de bosjes op een wespennest beland. Ik sloeg de wespen knock-out en vroeg waar woon je. Ten antwoord krijste hij luider. Ik zei wijs met je hand naar je huis. Daar! Ik zei kom op, weg hier. …
Schildwantsjes Eysarcoris venustissimus. Foto Koos Dijksterhuis
In mijn tuin zat een groepje schildwantsen op een ooievaarsbek. Het waren waarschijnlijk jonge volwassenen, want deze schildwantsen worden in de nazomer en herfst volwassen. Er zaten ook nimfen bij, één daarvan staat op de foto. Hij is in zijn vijfde en laatste nimfenstadium, dus bijna-volwassen.
Het zijn wantsen van de soort Eysarcoris venustissimus, een Nederlandse naam hebben ze niet. Toch zijn het algemene insecten. Vooral langs heggen hagen en bosranden zijn ze te vinden, en in bermen en slootkanten waar witte dovenetel of bosandoorn groeit. In mijn tuin staan inderdaad nogal wat bosandoorns, maar blijkbaar vinden de wantsen ooievaarsbekken ook goed. …
In de Martena-stins te Franeker is een museum. Ooit was in het statige steenhuis de de universiteit gevestigd, die in 1811 gesloten werd. In de vroegere senaatskamer hangen nog de portretten van de professoren. Er staan antieke kasten, vazen, serviezen en er hangen schilderijen, maar telkens kom je verrassende herinneringen tegen aan het universitaire verleden. Zo lacht ineens een ongeborene je toe uit een glazen pot. Ingemaakt moet het embryo al meer dan 200 jaar op sterk water staan. Ook ligt er een hoogbejaard herbarium. …
Zoon en ik zijn in Franeker met vrienden. Er zou regen komen, wind en herfst, maar de zon straalt uit een azuren hemel en het is warm. Langs de kerk lopend hoor ik de mauwende roep van een buizerd. Het klinkt ijl en de buizerd roept zo vaak achter elkaar, dat ik vermoed dat het een gaai of spreeuw is. Zo vaak roept een buizerd niet. Spreeuwen doen soms buizerds na. Ook gaaien mauwen soms net als een buizerd. …
Een lezeres stuurde me een foto van een, zo meldde ze, amethistzwam. De naam amethistzwam kwam me bekend voor. Op de foto stond een paarse paddestoel die ik zomaar uitgemaakt zou hebben voor rodekoolzwam. Het was een prachtige foto, met de zwam in laag strijklicht van de zon.
Ik ontdekte dat amethistzwam een synoniem is van rodekoolzwam. Vandaar. Deze zwammen vallen op door hun uitzonderlijke kleur. Zelfs de stelen zijn paars, of toch op z’n minst lila. Ze zijn algemeen, in een beetje beukenbos loop je ze in nazomer en herfst gegarandeerd tegen het lijf. Al kan dat paars haast onzichtbaar worden tussen gevallen beukenbladeren in herfsttinten. …
In Oegstgeest zit een witkruintapuit. De zwart-witte zangvogel is gemakkelijk te vinden vanwege de honderden vogelaars met honderden telelenzen. Ik ben er niet geweest, maar ken genoeg vogelaars die vrij namen en erheen reisden. Sommigen doen alles voor een nieuwe soort. Dit was de eerste witkruintapuit van Nederland. De dichtstbijzijnde bereikten Engeland in 1982 en Denemarken in 2010. Het zijn geen gretige trekvogels en ze wagen zich zelden ver buiten hun woongebied. …