Natuurdagboek 2013
Aangevallen door reuzenuil

Aangevallen door reuzenuil

Dode oehoe onder hoogspanningsleiding, Foto Koos Dijksterhuis

In enkele kranten stond hetzelfde berichtje over een oehoe in het Lauwersmeer die mensen zou aanvallen. Een oehoe is de grootste uil van Europa, in dierentuinen zijn het stoïcijnse reuzen met een meneer-de-uil-hoofddeksel van twee platte ‘oortjes’. Dat zijn veren die op een hoogleraarspetje lijken, vandaar de wijsheid van de uil. Oehoes lijken met hun grote ogen dwars door je heen te kijken.

Een oehoe kan een spanwijdte halen van één meter tachtig. Ik heb eens een oehoe bij volle maan over me heen zien vliegen. Of zien, het was meer voelen. En ik hoorde hem. Niet zijn vleugels, uilen vliegen geruisloos, maar zijn donkere ‘oeh’.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Uitglijden in het wit

Uitglijden in het wit

Afdruk van eend, Foto Koos Dijksterhuis

Toen ik gistermorgen onder mijn dekbed uitkwam, bleek de buitenwereld juist onder de wol te zijn gekropen. Er lag een wit pak en er stoof poedersneeuw rond het huis. Toen ik de voordeur opentrok, bleef een kaarsrechte wal van opgstoven sneeuw staan. Ik had de sneeuwschep klaarstaan, maar aarzelde. Niet omdat ruimen zinloos zou zijn, daar het bleef sneeuwen en waaien. Ik houd wel van zinloos graafwerk. Maar vooral omdat ik maagdelijke sneeuw zo mooi vind. Miljoenen zeshoekige, -kantige of –puntige kristallen die samen een smetteloos, onbetast tapijt leggen. Als kind was ik teleurgesteld als de eerste krantenbezorger of auto de sneeuw stuk maakte. Gebroken wit.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Steltlopers in slenk en strand

Steltlopers in slenk en strand

Restant eindereend, Foto Koos Dijksterhuis

We volgen de grote slenk door de kwelder. De slenk slingert met vloed van Waddenzee naar Noordzee en met eb weer terug. Hij verspert de weg naar Willemsduin. We volgen de westoever naar het Noordzeestrand bij paal 12. De slenk loopt leeg, het wordt eb. Tussen witte oevers van ijs peuren steltlopers in het bevriezende slijk. Tureluurs, wulpen, watersnippen en bonte strandlopers. De slenk reikt tot ver op het strand. Het strand is hier begroeid als een soort toendra. Die wordt van het zandstrand gescheiden door jonge duintjes. Witte duintjes van zand met ijskristallen en blonde kuiven van winters helmgras.

Het zandige deel van het Oosterstrand is honderden meters breed. We lopen langs de waterlijn terug naar het westen. Zelfs op een druilerige dinsdag in november of februari kom je hier altijd wel een wandelaar tegen. Maar nu niet. Het is ook vreselijk koud. De zuidoosterbries bijt in onze wangen. Wel rijdt er soms een fourwheeldrive-auto. Sinds Schiermonnikoog Nationaal Park is, mogen er auto’s op het strand.

Terreinwagens, vrieskou noch wij met onze bivakmutsen lijken de drieteenstrandlopers te deren, die onbekommerd voor de branding heen en weer rollen. Ze wroeten fanatiek in het natte zand, er moet van alles te eten zijn. Een drieteenmeeuw vliegt over. Beide drieteenvogels missen de vierde, achterwaartse teen.

Over zee vliegen linies rotganzen en eidereenden. Twee eiderwoerden liggen dood op het strand. De een is verstrikt in een stuk nylon visnet, van de ander is alleen de kop en wervelkolom over. Ook vinden we twee dode zeekoeten, zonder nylon.

We naderen een groep waadvogels. Het blijken zo’n zestig zilverplevieren te zijn. In de vlucht laten ze hun gitzwarte okselvlekken zien.

DELEN
Roofvogels op de kwelder

Roofvogels op de kwelder

Blauwe kiekendief mannetje, Foto Koos Dijksterhuis

We lopen op Schiermonnikoog de Reddingsweg uit, een sperwer gaat ons voor. We blijven trouw aan de paden van weleer. Het Oude-Wagenpad wordt nu vooral gebruikt door eilander koeien die allerlei zijpaadjes hebben aangelegd. Het oorspronkelijke pad verdwijnt in plassen die schuilgaan onder duinriet en vergeelde pollen. Nu zijn de plassen hard, al kraakt het ijs dreigend. We houden koers op het baken van de Kobbeduinen. Het wagenpad komt uit tussen beide duinruggen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Slenken met ijs

Slenken met ijs

Slenk Kobbeduinen, Foto Koos Dijksterhuis

Heel Nederland loopt vast en ligt stil onder acht centimeter sneeuw. Heel Nederland? Nee, een klein eiland in het noordoosten houdt zich sneeuwvrij. Het houdt zich ook gastvrij, het aantal badgasten is minimaal. Schiermonnikoog is berijpt en versteend van de kou. Het waait nauwelijks, ’s nachts twinkelen de sterren en Jupiter aan de zwarte hemel, terwijl een dunne maansikkel haarscherp opkomt. Ieder golfje dat het eiland opkabbelt laat een vliesje ijs achter.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Varens in de winter

Varens in de winter

Varens, Foto Koos Dijksterhuis

Als je erop let hoeveel planten ’s winters groen blijven, zijn dat er aardig wat. Tuin- en parkplanten als liguster, radijsboompje, mahonia, rhododendron en skimmia zijn bekende groenblijvers. In het bos springen hulst en klimop eruit. En varens natuurlijk. Er zijn varens die in de herfst afsterven, maar eikvarens en adelaarsvarens blijven groen. Adelaarsvarens kunnen de bosbodem bedekken. Ze schuwen fel zonlicht, en als de zon klimt en langer schijnt, krijgen de bomen boven hen blad, zodat ze toch lekker in de (half)schaduw staan.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
IJsbloemen met boterglans

IJsbloemen met boterglans

Scherpe boterbloem, Foto Koos DijksterhuisIn het gastenboek van ons huisje op Schiermonnikoog schrijven huurders soms hun natuurwaarnemingen op. De een noteert een lijst van tientallen vogels, de ander doet lollig met blinde vink en schijtlijster, een volgende is stomverbaasd dat er nog boterbloemen en madeliefjes bloeien. Vooral madeliefjes blijken als winterbloem op te vallen. Een enkeling wijt dat aan klimaatverandering dat ze soms zelfs in de winter blijken te bloeien. Waarschijnlijk letten mensen meer op de natuur als ze op Schier zijn. Madeliefjes bloeien sinds mensenheugenis al het hele jaar.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Rood bloeit wit en wit is rood

Rood bloeit wit en wit is rood

Witte kornoelje, Foto Koos Dijksterhuis

Kornoeljes zijn struiken die kleur geven aan winterse bosranden. Niet met hun bloemen, bessen of bladeren, die blijven nog even in de spaarstand, samengebald in knoppen. De gele kornoelje krijgt weliswaar in februari al gele bloemen, maar kleur dankt de winterse bosrand vooral aan witte en rode kornoelje. Die hebben namelijk rode stengels. En ze hebben er veel van. Tientallen takken rijzen op uit de gornd. Gaan ze ’s zomers schuil achter groen blad, ’s winters knallen ze eruit. Vooral in de winterzon en al helemaal boven een pak sneeuw. Vuurrood kunnen ze zijn.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Sprookjesachtige winterzwam

Sprookjesachtige winterzwam

Berkenzwam, Foto Koos Dijksterhuis

De hele winter zijn ze te vinden: berkenzwammen. Op een witte berkenstam in een nevelig moeras zien ze er sprookjesachtig uit. Ze lijken vaak ouder dan ze zijn. De zwam op de foto is twintig centimeter breed maar stamt uit 2012. Oudere berkenzwammen verdrogen. Ze blijven dan nog wel een tijd zitten, die verdroogde zwammen zijn taai. Vroeger werden ze in huis gebruikt als prikbord.

De bruine (soms grijze of paarsige) bovenkant van de zwam vouwt zich een beetje om de witte buisjes aan de onderkant heen. Als een dode berk met berkenzwammen omknakt en op z’n kop komt te staan of plat ligt, zouden de zwammen ondersteboven of op hun zij komen te hangen. Dat zie je zelden, de zwammen groeien altijd opzij, als bankjes, ze zijn blijkbaar pas gegroeid na de val van de boom. Of ze hebben hun groeirichting zelf gecorrigeerd. Want zoals boomtakken altijd omhoog willen, zo willen berkenzwammen altijd opzij. Een berkenzwam die niet keurig plat neerkomt, en nog niet helemaal uit de groei is, plooit zich weer tot een bankje. Zo kunnen de sporen uit de buisjes vallen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Waar zijn de mezen?

Waar zijn de mezen?

Pimpel- en koolmezen, foto Jeanette Essink

Tientallen kool-, pimpel- en staartmezen omsingelen mij. Ah, daar zijn jullie! Afgelopen herfst trokken er heel veel mezen langs ’s lands telposten, waar vogelaars de overvliegende vogels tellen. Er was een invasie uit Scandinavië. De tuinen stroomden vol, de vetbollen waren niet aan te slepen. Een weekje, toen waren de mezen weer weg, op de lokale kostgangers na.

Lees Meer Lees Meer

DELEN