Paling of kwabaal?

Eens vroeg een vriend me mee voor een duik. Hij was duikinstructeur. Ik had nog nooit gedoken, ik had (heb) niet eens een zwemdiploma. Niet dat badmeesters me er ooit naar vragen. In het Overijssels Kanaal zijn geen badmeesters. Op een paar geïsoleerde petgaten en afgravingen na, was dat het dichtstbijzijnde water dat vriend wist, met meer dan een halve meter zicht. Honderd kilometer van Groningen.
We oefenden in het zwembad. Hij legde uit dat ik door ergens in te knijpen, iets opblies, terwijl ik het door in iets anders te knijpen, weer uitblies. Zo kon ik mij laten zakken, zweven of stijgen. Ik was loodzwaar, met die zuurstofflessen. Ik ging te water, zonk en kwam op de bodem op mijn rug te liggen. Ik spartelde als een kever, maar kreeg er geen beweging in. Wacht, ik moest hem knijpen. Ik kneep en pompte en warempel, daar zweefde ik omhoog. …







