2019etc
Tandengeknars door zandige kokkels

Tandengeknars door zandige kokkels

Kokkel. Foto Koos Dijksterhuis
Kokkel. Foto Koos Dijksterhuis

Laatst las ik in Het Parool een kritische bespreking van een eethuis in Amsterdam-Noord. De recensent at kokkels en was daar niet tevreden over: ze waren niet vers en ze bevatten zand. Dat laatste is zoiets als een kippenpoot afkeuren omdat er botjes inzitten, een schol vanwege graten of een olijf wegens de pit. Je kunt kip en schol fileren, en een olijf ontpitten of onbevrucht opkweken, en een kokkel valt misschien te ontzanden, maar dat kost tijd. Consumptiekokkels zouden een etmaal in kraanwater bewaard kunnen worden. Ze filteren het zeewater waarin ze leven en blijven dat doen in kraanwater, ze kunnen nauwelijks iets anders. Maar mossels filteren efficiënter. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Varkensgras is geen gras

Varkensgras is geen gras

Varkensgras Foto Koos Dijksterhuis
Varkensgras. Foto Koos Dijksterhuis

Op veel plekken langs trottoirs of zelfs midden op trottoirs, op en langs paadjes en speelweiden groeit een plantje dat zich vanuit de kiem radiaal over de bodem uitspreidt. Wordt het ze te druk, dan richten ze zich op. Ze halen dan een hoogte van een centimeter of twintig, dertig, soms veertig.

De plant heet varkensgras, maar is geen gras. Het is een lid van de duizendknoopfamilie, evenals perzikkruid, waar het wel een beetje op lijkt, al zijn de blaadjes en de bloempjes een stuk kleiner. Die bloemen groeien en bloeien wit met een beetje roze, in de bladoksels. Ze zijn heel klein, je moet ervoor op de knieën. De blaadjes zijn wat groter: tweeënhalf, drie centimeter lang en hooguit een centimeter breed. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zeenaaktslakken met fotosynthese

Zeenaaktslakken met fotosynthese

Kwelder Noord-Groningen. Foto Koos Dijksterhuis
Kwelder Noord-Groningen. Foto Koos Dijksterhuis

Van 1985 tot 2024 toog bioloog Jaap de Vlas enkele tot tientallen keren per jaar de kwelders op om daar het ongewervelde bodemleven te beschrijven. Met een deel van zijn bevindingen vulde hij het laatste nummer (35/1) van Twirre, natuur in Fryslân, het blad van de Fryske Feriening foar Fjildbiology (https://fjildbiology.nl/twirre/). Ik ben sinds jaar en dag lid en zo’n Twirre met veertig jaar kwelderonderzoek is daar al reden genoeg voor.

Kwelders zijn een van mijn lievelingslandschappen. De weidsheid, de wind, de geluiden van wulpen en veldleeuweriken, de zilte zeelucht, de geur van zeealsem, de rust… Nou ja, rust als de afwezigheid van mensen dan. Mensen zijn overal, maar op de kwelder worden de witte sneakers modderig, dus daar loopt bijna niemand. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De klitten van kleefkruid

De klitten van kleefkruid

Kleefkruid. Foto Koos Dijksterhuis
Kleefkruid. Foto Koos Dijksterhuis

Het is klittentijd. En dan bedoel ik niet de klitten van de grote klis. Nee, ik bedoel de zich aan mij en vooral onze hond hechtende vruchtjes van kleefkruid. De hele plant doet eer aan die naam, en kleeft aan je kleren of je vacht. Zo weet kleefkruid zich razendsnel te verspreiden.

Na iedere wandeling met de hond aai ik haar en verwijder ik de klitjes. Het zijn er soms wel vijftig, want hond blijft niet altijd op het pad. En ze heeft vrij lang haar. Of ze de klitjes voelt en er last van heeft? Zeker in haar oren en oksels lijken ze mij vervelend, maar ik zie haar er niet op bijten of krabben. Wel laat ze me gewillig eindeloos frunniken om ze eruit te krijgen. Dat doe ik voorzichtig, en als erkende vrijkous lijkt de hond het heerlijk te vinden. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Mieren zijn soms net mensen

Mieren zijn soms net mensen

Rode bosmier met rups. Foto Koos Dijksterhuis
Rode bosmier met rups. Foto Koos Dijksterhuis

Onlangs verscheen Het Mierenvolk van Armin Schieb (Noordbooek, €24,90). Ik was nieuwsgierig, want mierenvolken zijn fascinerend, al was het maar omdat ze op mensenvolken lijken. Een enkele mier stelt weinig voor, maar met hun duizenden zijn ze in staat een stad te bouwen.

Als kind maakte ik hutten in het bos. Ik hield me daarbij verre van hopen of straten van rode bosmieren, wat die konden pijnlijk bijten. Wel legde ik eens onder een opgetilde steen of plank een nest van zwarte wegmieren bloot. Geboeid keek ik hoe de werksters de eitjes in veiligheid brachten. In colonnes marcheerden ze naar diepere krochten, elke mier met een ei. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zelfs wespen zien een stadsreus aan voor wesp

Zelfs wespen zien een stadsreus aan voor wesp

Stadsreus op vlinderstruik. Foto Koos Dijksterhuis
Stadsreus op vlinderstruik. Foto Koos Dijksterhuis

Rupsen, vlinders en kikkers zijn soms zwart met fel geel of rood, kleuren die wijzen op oneetbaarheid. Mensen weten dat van wespen: geelzwart gestreept? Afblijven! Mimicry heet dat: nabootsing van dieren en planten, om andere dieren te foppen.

Dat werkt goed. Iedere nazomer krijg ik van lezers foto’s gestuurd, met de vraag of ze een hoornaar zagen. Op de foto prijkt meestal een stadsreus, een zweefvlieg. Afgelopen weekend zag ik er in onze tuin aan de bloem van een vlinderstruik lurken. Ik nam een foto maar benaderde het dier voorzichtiger dan ik andere insecten zou benaderen. Terwijl het met die grote bruine ogen duidelijk een vlieg was. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Het voltooide leven van de steenvlieg

Het voltooide leven van de steenvlieg

Steenvlieg. Foto Koos Dijksterhuis
Steenvlieg. Foto Koos Dijksterhuis

In de Italiaanse Alpen zoeken wij verkoeling bij een klaterende bergbeek. Zolang we in de schaduw zitten en ons af en toe even in het ijskoude water dompelen, is de hitte te dragen. We zijn te laag om het beekwater te drinken, je weet nooit wie er stroomopwaarts zit te poepen, te rotten of gif te spuiten.

Dat laatste hoeven we niet te vrezen, blijkt als we drie centimeter lange, gevaarlijk ogende insecten aantreffen. Ze kleven roerloos tegen de rotsen. Het zijn de huidjes van steenvliegen, die ze na hun laatste vervelling vlak boven het water achterlieten. Na jaren onderwater te hebben geleefd, vonden deze steenvliegen het tijd worden voor een voltooid leven: uitvliegen en paren.

Er vliegen inderdaad volwassen steenvliegen rond, ze lijken een beetje op juffers met twee staartdraden. Ze zijn ook meer verwant aan juffers dan aan vliegen. Nog meer verwant zijn ze aan eendagsvliegen en kokerjuffers. Dit zijn steenvliegen van de soort Dinocras cephalotes, die in het Nederlands woeste beekreus wordt genoemd. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Poep en een loopplank

Poep en een loopplank

Dode boomsprinkhanen. Foto Koos Dijksterhuis
Dode boomsprinkhanen. Foto Koos Dijksterhuis

Vier boomsprinkhanen trof ik aan in de waterbak op de hondenspeelplaats. Allemaal verdronken. Eerder vond ik drie keer een verdronken boomsprinkhaan. Toen zette ik een stok scheef in de bak. Het is een twintig centimeter diepe bak met loodrechte wanden. Daar springt een sprinkhaan zomaar in, maar niet uit.

De loopplank deed wonderen – niet één verzopen beest trof ik meer aan. Helaas wordt ie vaak verwijderd. Mensen denken vermoedelijk: een stok in de drinkbak, dat hoort niet, weg ermee. Prompt verdrinkt er weer een boomsprinkhaan. Na het weekend was ik er vier dagen niet geweest en dreven er vier dode boomsprinkhanen. Eén lijkje klampte zich vast aan een ander. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Klimaatbestendig bos

Klimaatbestendig bos

Fijnsparren Foto Koos Dijksterhuis
Fijnsparren. Foto Koos Dijksterhuis

Eerder schreef ik hier dat sommige bomen hun blad laten vallen wegens de droogte. Veel bomen doen dat ook niet, en de meeste bomen overleven de droogte wel. Op den duur zullen er wel bomen aan doodgaan – tegenwoordig komen er bijna geen niet-hete en niet-droge zomers meer voor. En als ze voorkomen, zijn het meteen kletsnatte zomers waarin het water tot de lippen staat.

Maar als in een bos bomen doodgaan, en er is geen overbevolking van grote grazers, dan ontkiemen er weer nieuwe bomen. En als dat soorten zijn die beter tegen droogte kunnen, zullen ze overleven. Geleidelijk aan verandert zo’n bos dan.

Al jaren willen terreinbeheerders de op houtoogst gerichte monocultures van fijnsparren weg hebben ten gunste van loofbomen. Daar valt wat voor te zeggen, want sparrenplantages zijn niet zo soortenrijk. Ik verwachtte dus dat terreinbeheerders blij zouden zijn met sparrensterfte. Maar nee. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Voor insecten is jakobskruiskruid een zegen

Voor insecten is jakobskruiskruid een zegen

Jakobsvlinder op jakobskruiskruid Foto Koos Dijksterhuis
Jakobsvlinder op jakobskruiskruid. Foto Koos Dijksterhuis

Met de hond sjok ik door de snikhete straat richting bos. Een dame te paard stapt ons tegemoet. Ik vertel de hond dat ze rustig moet blijven. Dat doet ze keurig. Keuriger dan ik zelf. De ruiter houdt namelijk halt en zegt vanuit de hoogte dat ik de gele bloemen in onze tuin moet afknippen.

Ik kan me niet heugen haar eerder te hebben zien, maar zij weet kennelijk waar ik woon en hoe ik tuinier. ‘U bedoelt jakobskruiskruid?’ vraag ik, ‘dat is een van de belangrijkste planten voor insecten.’ Ze lijkt me niet te horen en doceert dat jakobskruiskruid niet alleen dodelijk is voor paarden maar ook voor bijen. ‘Kletskoek’, zeg ik, en ik voel de adrenaline dringen. ‘Het is een invasieve exoot’, jokt ze. ‘Welnee’, zeg ik, ‘verdiept u zich eerst eens in het onderwerp.’

Ik krijg genoeg van die hetze tegen jakobskruiskruid. Het is ongezonde kost voor zoogdieren, maar die lusten het niet en grazen er omheen. Gedroogd en verstopt in hooi kunnen paarden het binnenkrijgen. Dat risico is klein: er zijn bijna geen bloemrijke hooilanden meer in Nederland, en waar die planten staan, laten ze zich (weet ik uit ervaring) gemakkelijk door een maaimachine omzeilen. Ze voor het maaien uittrekken of afknippen kan ook. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN