Houthakkers aan het werk

Het is weer spechtentijd! Op de zomerse draaihals na zijn onze spechten het hele jaar aanwezig. Ze kunnen dus vroeg beginnen met baltsen, hakken en broeden.
Grote bonte spechten roffelen al sinds december. Ik zie ze vaak achter elkaar aanjagen, strijdend om territoria. Prachtige beestjes, zo groot als spreeuwen. Zwart-wit met een rode bips en – alleen het mannetje – een rood achterhoofdje.
De middelste en kleine bonte specht heb ik nog niet gehoord, laat staan gezien. De middelste roffelt niet maar maakt de gekste geluiden. De kleine, nauwelijks groter dan een mus, roffelt wel: een snel en lang ‘rrrrrr’; een naaimachine, of een mitrailleur van een kabouter.
Lachend kondigt een groene specht zich aan. Groen en geel, een toefje zwart en een rode kruin – een vliegend schilderij. Het mannetje heeft een rood accent in zijn verder zwarte bakkebaarden, het vrouwtje heeft ook bakkebaarden, maar zonder dat toefje rood. Van onze spechten zit de groene het vaakst op de grond, op mierenjacht. Regelmatig bezoekt een groene specht onze tuin.
Zo niet de zwarte specht, al zag ik er laatst een overvliegen. Voor zwarte spechten moet je in oud, gemengd bos zijn. Ze broeden in beuken met een rechte, hoge stam, en eten mieren en keverlarven die vaak in dood naaldhout te vinden zijn.
Vijftig centimeter zwart, met een gelige snavel, een vuurrode kroon en oplichtende ogen. De zwarte specht is misschien wel de mooiste vogel van Nederland. En er is zoveel over te vertellen. Daarom heb ik zelfs een heel boek over die vogel geschreven.
Op drie kilometer van ons huis staat een bosperceel met een zwarte-spechtensfeer. In de twee jaar dat we hier wonen heb ik er vaak gehoopt op een zwarte specht, maar heb de soort er nooit gehoord of gezien. Ik waag een nieuwe poging, de spechtentijd staat tenslotte voor de deur. Zou er in dat bosje..?
En jawel, reeds van verre hoor ik het geluid van een sloophamer. Dat gehak lijkt me te luid voor een grote bonte. Een hakkende zwarte specht is een van de mooiste taferelen in de natuur. De kracht waarmee de vogel zijn of haar zeven centimeter lange dolksnavel in een beuk ramt, en de houtkrullen en splinters met een zwaai achterover gooit… Het mooie ervan is dat je gewoon ziet dat de specht ervan geniet. Kon Noach op zijn ark twee van die houthakkers in toom houden?
(Natuurdagboek Trouw, maandag 9 maart ’26)