Drijvende nonnen

In de buurt van ons huis dobberen meerdere nonnetjes rond. Nonnetjes zijn kleine eenden, familie van de zaagbekken. Ze hebben een gekarteld snaveltje, om grip te krijgen op glibberige hapjes. Ze danken hun naam waarschijnlijk aan hun kleur. Die zijn wit met zwart, hoewel kloosterlingen eerder zwart met wit zijn.
Laatst was ik op stap met de hond. Er drizzelde ijzig koude regen neer, die pijn deed aan mijn gezicht. Het zicht was slecht. Ik liet mijn camera thuis.
Stom, want eenmaal bij het water klaarde het op. Zacht, laag zonlicht scheen over mij heen, precies op vier nonnetjes, alle vier woerden, die op ik schat vijftien meter afstand langzaam voorbij peddelden. Prachtig belicht, dichtbij, oh had ik nou maar…
Niettemin genoot ik van de vier parels uit het noorden. Verderop zag ik ook enkele vrouwtjes, grijs met een bruine kop en witte wang. Ook meerdere grote zaagbekken dreven op de plas.
Grote zaagbekken en nonnetjes komen uit het noorden en zijn alleen ’s winters bij ons. Ze broeden in boomholten in naaldbomen in Scandinavië, Finland en Noord-Rusland. Die boomholten laten ze door anderen uithakken: zwarte spechten vooral.
In de jaren zeventig werden in Nederland wel eens meer dan twintigduizend nonnetjes geteld, vooral op het IJsselmeer. Nu is daar tien procent van over. En vier ervan zwemmen vlak voor mijn neus en die van mijn hond langs.
Ik had hetzelfde met een ijsvogel. Het schemerde al bijna, er viel een lichte sneeuw en ik was met gezelschap, wat de kans op waarnemingen verkleint. Dus ik liet de camera thuis. Ging er een ijsvogel op twee meter afstand zitten poseren, minstens een minuut lang. Gezelschap, beider honden en ik wachtten roerloos.
Sindsdien heb ik wekenlang geen ijsvogel gezien. Ik hield mijn hart vast. Het vroor hier bijna heel januari; waren ze doodgevroren of verhongerd? Aan de andere kant: er waren steeds open sloten en wakken. Vorige week zag ik er gelukkig weer een.
De nonnetjes zie ik nog wel, al zie ik nog maar drie woerden (foto). Weldra vliegen ze weer naar het noorden.
Wat leren wij hiervan? Altijd je camera thuislaten, dan heb je kans op nonnetjes en ijsvogels.
(Natuurdagboek Trouw, donderdag 12 maart ’26)