Requiem voor de veldleeuwerik

Requiem voor de veldleeuwerik

Veldleeuwerik. Foto Koos Dijksterhuis
Veldleeuwerik. Foto Koos Dijksterhuis

In Vlaanderen is de veldleeuwerik tot vogel van het jaar uitgeroepen. Dat jaar is al voor een kwart voorbij, wat me symbolisch lijkt voor die vogel, wiens aard voorbijgaand lijkt. Ik ben bezig met een boek over die inspirerende vogel, en lees er dus veel over. Er is, misschien op de nachtegaal na, geen vogel die zo veel in de poëzie, literatuur, schilderkunst en vooral muziek voorkomt.

Het is geen kleurrijke vogel. Zijn charme zit hem in de zang. Weinig maakt (mij) zo blij als een lentekoor van veldleeuweriken. Ze lijken naar onbestemde hoogten te klimmen, ze lijken onafgebroken door te zingen. In werkelijkheid zijn die hoogten minder duizelingwekkend, en duren de liederen minder lang dan je denkt.

Ik ben zo gelukkig dat ik op een half uur wandelen van een klein veldleeuwerikenbolwerkje woon. Daar klinkt het gejubel van de eerste lentedagen in februari tot de laatste zomerdagen in de herfst. Het zijn velden met genoeg kort gras, bloemen en open plekken om de vogels te behouden.

Eind jaren ’70 hoorde ik in open terrein overal veldleeuweriken. Nu hoor ik ze slechts op sommige kwelders, heiden en vliegvelden. Daar is de grasmat dun, bloem- en insectenrijk. Hier en daar houden veldleeuweriken het in akkerland één broedronde uit, als het gewas nog laag staat. Voorheen broedden ze drie, vier, vijf legsels uit. Uit de weilanden is de soort weggemaaid.

Maar hier in de buurt zijn ze nog. De waterstand wordt er kunstmatig laag gehouden, maar de terreinbeheerder is van plan daarmee te stoppen. Dat is fijn voor allerlei soorten dieren en planten, maar juist niet voor veldleeuweriken. Die houden niet van nattigheid en zijn in de naburige Onlanden ook grotendeels verdreven door waterberging en natuurontwikkeling. Dat gaat hier ook gebeuren.

Je kunt zeggen: tja, wat voor sommige soorten goed is, is voor andere slecht, het zij zo. Anderzijds zou je zo’n sterk bedreigde broedvogel moeten beschermen en behouden. Eenmaal verdwenen krijg je ze niet meer terug.

Vrijwel alle door de veldleeuwerik geïnspireerde kunstuitingen dateren van minimaal vijftig jaar geleden. Jongere kunstenaars kennen de jubelzang niet. Wie componeert het requiem voor de veldleeuwerik?

(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 17 april ’26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *