De eekhoorn van opa

Voor ons raam staat een opgezette eekhoorn, die in rond 1920 door mijn opa geschoten zou zijn. Dood blijft ie langer goed dan levend; in het wild leven eekhoorns vaak maar een paar jaar, al zijn er gevallen bekend van bejaarde dieren die de tien haalden. De opgezette gaat al een eeuw mee en ziet er, op wat pluizig haar na, voor zijn leeftijd goed uit.
Mijn opa was een ARP-er: gereformeerd, verzetsman, Trouwlezer, met een onverwoestbaar arbeidsethos en een zwart-witte moraal: niets wat links was deugde. Dat het verzet in de oorlog vaak gepleegd werd door gereformeerden én communisten, negeerde hij. Atypisch voor zijn antirevolutionaire inborst was dat ie graag een borrel dronk en in zijn Opel Commodore reed, nota bene een automerk van de vijand. Drinken en rijden gingen toen nog samen. Als kind reed ik graag met hem mee.
Hij woonde aan de rand van de Veluwe. Vanuit de Commodore keek hij naar reeën, herten en zwijnen. Hij verzekerde me echter dat je nooit moest remmen voor overstekend wild, omdat je dan wellicht de auto achter je op de bumper kreeg. Hem weerspreken leek me onmogelijk, maar stiekem dacht ik: als ik later autorijd rem ik voor elk dier. En dat doe ik intussen ook.
Ik had de opgezette eekhoorn bijna even lief als mijn teddybeer, maar vond het een wandaad van mijn opa toen ik hoorde, dat hij het dier had doodgeschoten. Ter verdediging voerde hij aan dat hij dacht dat het een vogel was. Toen dacht ik: vogels schiet je toch ook niet dood? En wat ben je voor jager als je het verschil niet ziet tussen een vogel en een eekhoorn?
In de boedel van mijn ouders vond ik een briefwisseling tussen mijn opa en mij, die hij kennelijk aan mijn moeder had gegeven. Ik was negentien, student, woonde in een kraakpand en stemde niet omdat ik mezelf anarchist noemde. Hij keurde kraken af, maar gaf mij wel schilderadviezen voor ons lekkende slooppand. Hij was eigenaar van een verffabriek. Hij gaf toe dat hij geen werknemers aannam als ze lid waren van de heidense vakbond, en vond dat ik als dienstweigeraar anderen de kastanjes uit het vuur liet halen.
Opa is al ruim veertig jaar dood. Ik zou graag een borrel met hem drinken op de eekhoorn. Een goede vrijdag gewenst!
(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 10 april ’26)