Russen met pit

Russen met pit

Pitrus. Foto Koos Dijksterhuis
Pitrus. Foto Koos Dijksterhuis

Ik zag iemand z’n gazon maaien met een zitmaaier. Abrupt kwam de maaier tot stilstand, althans in ruimtelijke zin. De machine draaide met chauffeur en al in de rondte, op de plaats rust. Dat duurde maar even, want die chauffeur liet het gas los.

Het ding was vastgelopen op een grote, taaie pol pitrus. Pitrus zaait zich gemakkelijk uit op verstoorde bodems. Een jonge pol is nog uit te trekken, maar weldra moet er een spa aan te pas komen en houd je een kuil van een halve meter doorsnee over. Ik weet dat omdat onze tuin toen we het huis betrokken voor een derde uit pitrus bestond. Een ander derde deel was overwoekerd door twee meter hoge bramen.

Ik heb niets tegen pitrus en braam maar dat was overdreven. Ze zouden samen de hele tuin overnemen. Dus ging ik ze te lijf, een wekenlange strijd in de zwaargewichtklasse. Daar pitrus van verstoorde bodem houdt, is bestrijding vaak een recept voor nog meer pitrus, maar als je het bijhoudt beperk je de hoeveelheid blijvend. Een paar pitrussen is geen probleem. Zo hebben we ook altijd genoeg bramen over. In bramen kom ik veel wantsen tegen, in pitrus tijgerspinnen.

Pitrus is geen gras maar een op gras lijkende plant met harde, donkergroene halmen met een scherpe punt. Zo stevig als pitrus aanvoelt, zo sponzig zijn de halmen van binnen. Die halmen zijn stengels waaruit de bloeiwijze zijwaarts tevoorschijn komt, met vele kleine, bruine bloemetjes. De stengels zijn niet hoekig, maar rond. Als je zo’n pitrus-spriet tussen je duim en wijsvinger doorhaalt, voel je dat er nergens een zogenoemde knoop zit. Grassen hebben knopen, russen niet.

De stengels van deze rus werden vroeger gebruikt als pit in een olielamp. Vandaar de naam.

Behalve van verstoring (graven, wieden, maaien, vertrappen) houdt pitrus van een vochtige groeiplaats. Onze tuin heeft een klein, laaggelegen, vochtig en venig deel, maar bestaat grotendeels uit wat hoger gelegen zand met leem. De meeste pitrus stond gek genoeg op de droge zandgrond.

Zelf groef ik de pitrussen met de schop uit. Ik houd niet zo van machines. Wel hielp ik de maaier om zijn vastgelopen machine van de pitruspol te tillen. De man haalde vervolgens een grotere machine die de pol moeiteloos afsneed.

(Natuurdagboek Trouw, donderdag 16 april ’26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *