Mierenleeuw in hinderlaag

Als ik over heiden wandel, let ik op mul zand onder overhangende bermen. Pollen hei en pijpenstrootje vormen soms afdakjes boven een uitgesleten zandpad. Daar bevinden zich opvallend vaak keurige trechtervormige kuiltjes van zo’n vijf centimeter doorsnee.
Onder in die kuiltjes zijn soms twee uit het zand stekende puntjes te zien. Dan is de zandtrechter bewoond. Die stekeltjes zijn de gekromde grijpkaken van de larve van een mierenleeuw. Dat is een insect uit de familie van netvleugeligen, waartoe ook de gaasvliegen horen. Als volgroeide insecten vliegen ze rond met hun relatief lange vleugels – ze lijken dan op waterjuffers. Maar ze zijn in tegenstelling tot juffers vooral ’s nachts actief en vliegen fladderiger en stunteliger. …






