De eerste grutto roept boven het natuurmonumentje Kardinge ten oosten van Groningen. Kieviten buitelen boven de aangrenzende, extensief beboerde weilanden en akkers. Scholeksters scharrelen langs de oevers van de plas en ja hoor, daar zie ik tureluurs door het gras stappen. Algauw vliegen er een paar op met hun oranjerode poten gestrekt naar achteren. Ze roepen zacht hun drietoon: tjuu-uu-uu. Tureluur dus. Prachtige beestjes. …
Drieteenstrandloper met kuiken. Foto Jeroen Reneerkens
Qua liefdesleven zijn drieteenstrandlopers veelzijdig. Hèt broedsysteem bestaat niet. Dat publiceren biologen Jeroen Reneerkens, Pieter van Veelen en collega’s vandaag in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift The Auk: Ornithological Advances.
Reneerkens hoopte op Groenland de gangbare ideeën over het broedsysteem van drieteenstrandlopers te bewijzen. In vogelboeken staat dat het mannetje in zijn eentje de eerste vier eitjes uitbroedt, waarna het vrouwtje opnieuw met hem paart en haar tweede leg zelf uitbroedt, eveneens alleen. Reneerkens zag op de toendra wel éénoudergezinnen, maar of het vrouwtje een tweede leg had? En of die eventuele tweede leg van dezelfde vader was? Op de meeste nesten broedden beide ouders om en om. …
Als het in maart lente-achtig is en zonnig, is het moeilijk te beseffen dat het nog winter is. De vogels maken er ook een potje van – tjiftjaffen en zwartkoppen zijn al uit Zuid-Europa, fitissen komen uit Afrika terug. De bij ons overwinterende vogels daarentegen maken nog geen aanstalten om broedwaarts te reizen. Onze winterse ganzen, miljoenen zijn het er onderhand, blijven tot in mei hangen. Eerder hebben ze ook maar weinig op de toendra te zoeken. De kans is groot dat daar te veel sneeuw is en te weinig te eten, om aan eieren te kunnen beginnen. Smienten blijven ook hier tot in mei. Nou ja, sommige smienten dan, andere gaan in april. …
Het hoeft maar een beetje op lente te lijken, of in de bomen langs de straten klinkt het tevreden gepruttel en geneurie van spreeuwen. Sommige laten zelfs een heus liedje horen. Dat kan van alles zijn, spreeuwen zijn geluidskunstenaars. Ik hoorde eens een buizerd in de tuin, maar nee, het bleek een spreeuw. Spreeuwen imiteren soms andere vogels. Ze hebben een enorm repertoire aan geluiden.
Als ze met hun allen zijn, en dat zijn ze vaak, kwetteren ze aan één stuk door. Het klinkt gezellig, al moeten er spreeuwen bij zijn die er niet tussen komen, die niet gehoord worden. Als groep produceren ze twinkelende geluidjes, die aan een sprankelend beekje doen denken. …
De meidoorns bloeien, wilgen botten uit, zonnige sloot- en bosranden zien geel van klein hoefblad, madeliefjes richten zich zonwaarts, kleine veldkers, paarse dovenetel en speenkruid bloeien. Maart roert zijn staart in een lentesoepje. Kuifeenden, smienten, bergeenden, futen, scholeksters – ze zijn allemaal op hun felst gekleurd. En ze vormen stelletjes. Futen brengen elkaar snavels vol nestmateriaal, draaien met gestrekte halzen om elkaar of buigen die halzen tot een gezamenlijk hart. Buizerds cirkelen getweeën hoog in de blauwe lucht. Kraaien pikken de populieren in en krauwen hun gorgelende lentezang. …
Nu de lente voor de deur staat, kunnen we ingezonden brieven over geluidsoverlast tegemoet zien. Want in de lente gooien mensen de ramen en deuren open en draaien zij luide muziek. Zelf heb ik altijd een lentedag waarop ik A perfect day van Lou Reed op herhalen zet. Best hard, maar niet luid genoeg om de buren erop te tracteren. Voor je het weet is het oorlog.
Nu de lente voor de deur staat, kunnen we de zomervogels uit Afrika tegemoet zien. Eerst de tjiftjaf, vervolgens fitis, zwartkop, nachtegaal en koekoek. Voor een koekoek is het zinloos om vroeger te komen, hij pardon zij moet toch wachten tot haar slachtoffers eieren leggen die zij er weer uit kan mieteren. …
Grote bonte spechten roffelen met hun snavel tegen een boom. Dat doen ze niet om hout te hakken of er larven uit te wurmen. Daarvoor beitelen en hameren ze wel, maar roffelen doen ze alleen om geluid te maken. Roffelen is voor spechten wat zingen is voor zangvogels. Spechten roffelen in het (vroege) voorjaar. Spechten roffelen snel, hun snavel vibreert als een naaimachine. Het geroffel klinkt niet als gehak of gehamer, het klinkt als spookachtig gekraak van een oeroude boom. ‘Krrrr.’ …
Ons terras en het gras om ons huisje op Schiermonnikoog is een slagveld van gevallen takken. Voor ik ze opruim hang ik vetbollen op. Binnen vijf minuten hangen de eerste mezen eraan. En passant inspecteren ze de nestkastjes. Het is zonnig en niet zo koud. Bij het huis horen we tussen het gekef en gegorgel van brand- en rotganzen door het gemauw van kieviten en de kreten van scholeksters.
We hebben vier kinderen bij ons en hijsen het gezelschap in jassen en op fietsen. Bij de Kobbeduinen lopen we het rondje langs het baken. Twee hazen hollen mee. In de verte verraadt zacht gejodel de aanwezigheid van een wulp. Terwijl de meeste wulpen nog hun winterkostje op het wad bijelkaar scharrelen, krabben enzo, zijn sommige wulpen al bezig met het broedseizoen op de kwelder. Wie daar ook mee bezig zijn, zijn veldleeuweriken. Hoorde je die lentebodes veertig jaar geleden door het hele land zingen, nu moet je ervoor naar natuurgebieden als de kwelder op Schiermonnikoog. Daar, in het woeste en ledige land waar kort gras, hoog gras, stuifzand en modder elkaar afwisselen, daar broeden ze nog. En daar fladderen ze nu, hoog tegen de zonnige lucht. Komt allen tezamen, jubelend van vreugde. …
Regelmatig halen stenengooiende eksters de pers. Ze maken zich er niet geliefd mee, want een steen kan een buts slaan in het dak van een heilige koe. En eksters zijn niet WA-verzekerd.
Het bord op de foto staat in Den Haag, waar eksters al jaren stenen gooien. Soms worden ze gevangen en verhuisd door boswachters. Boswachters zijn er om de natuur tegen mensen te beschermen, maar lenen zich kennelijk ook voor het omgekeerde. Zelf krijg ik lezersvragen als: hoe jaag ik een steenmarter van de zolder, hoe krijg ik reeën uit mijn tuin, hoe verdelg ik fruitvliegjes… …
Het is al bijna maart, in maart begint de lente en het lijkt of iedereen ernaar smacht. Niet dat het winter is geweest, het was maandenlang herfst. Met wind en regen en grijze somberte, maar ook met zonnige dagen.
In december zag ik al eenden paren en futen baltsen en hoorde ik merels zingen. Ze paren, baltsen en zingen nog steeds. Die volgorde is verkeerd om. Eerst zingen, dan baltsen, dan paren. Baltsen is versieren en voorspel in één. …