‘Krrr, krrr’, roffelt de specht

‘Krrr, krrr’, roffelt de specht

Grote bonte specht. Foto Jeanette Essink
Grote bonte specht. Foto Jeanette Essink

Grote bonte spechten roffelen met hun snavel tegen een boom. Dat doen ze niet om hout te hakken of er larven uit te wurmen. Daarvoor beitelen en hameren ze wel, maar roffelen doen ze alleen om geluid te maken. Roffelen is voor spechten wat zingen is voor zangvogels. Spechten roffelen in het (vroege) voorjaar. Spechten roffelen snel, hun snavel vibreert als een naaimachine. Het geroffel klinkt niet als gehak of gehamer, het klinkt als spookachtig gekraak van een oeroude boom. ‘Krrrr.’

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kleine lentebode

Kleine lentebode

Klein hoefblad. Foto Koos Dijksterhuis
Klein hoefblad. Foto Koos Dijksterhuis

Het was nog niet zacht en zonnig, vorige week, of prompt staken de eerste klein hoefbladen en speenkruiden hun gele kopjes in de zon. Op het nieuws hoorde ik de hele dag elk uur dat de lente een vijf weken vroeger was dan anders. Dat zal best, de merels zongen vroeg dit jaar. Maar de lijsters begonnen in februari, zoals altijd, en klein hoefblad op 25 februari lijkt me niet vroeg. Vorig jaar zag ik het klein hoefblad pas op 1 maart, dat is waar, en toen zag ik het bij Haarlem, 200 kilometer zuidelijker dan nu bij Lauwersoog, dus het is dit jaar een week eerder. Maar vorig jaar was het ook een heel late lente.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Jubelende leeuweriken

Jubelende leeuweriken

Veldleeuwerik. Foto Erik Sanders
Veldleeuwerik. Foto Erik Sanders

Ons terras en het gras om ons huisje op Schiermonnikoog is een slagveld van gevallen takken. Voor ik ze opruim hang ik vetbollen op. Binnen vijf minuten hangen de eerste mezen eraan. En passant inspecteren ze de nestkastjes. Het is zonnig en niet zo koud. Bij het huis horen we tussen het gekef en gegorgel van brand- en rotganzen door het gemauw van kieviten en de kreten van scholeksters.

We hebben vier kinderen bij ons en hijsen het gezelschap in jassen en op fietsen. Bij de Kobbeduinen lopen we het rondje langs het baken. Twee hazen hollen mee. In de verte verraadt zacht gejodel de aanwezigheid van een wulp. Terwijl de meeste wulpen nog hun winterkostje op het wad bijelkaar scharrelen, krabben enzo, zijn sommige wulpen al bezig met het broedseizoen op de kwelder. Wie daar ook mee bezig zijn, zijn veldleeuweriken. Hoorde je die lentebodes veertig jaar geleden door het hele land zingen, nu moet je ervoor naar natuurgebieden als de kwelder op Schiermonnikoog. Daar, in het woeste en ledige land waar kort gras, hoog gras, stuifzand en modder elkaar afwisselen, daar broeden ze nog. En daar fladderen ze nu, hoog tegen de zonnige lucht. Komt allen tezamen, jubelend van vreugde.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Door de natuur van Indonesië

Door de natuur van Indonesië

Babiroessa. Foto Alexander Reeuwijk
Babiroessa. Foto Alexander Reeuwijk

“Ik reis graag mijn helden achterna”, schrijft Alexander Reeuwijk in zijn boek Reizen tussen de lijnen – dwars door Indonesië met Alfred Russel Wallace. Wallace reisde 150 jaar geleden acht jaar door Indonesië, van Sumatra tot Papoea. Terwijl Darwin zijn evolutietheorie uit angst voor gelovigen nog niet publiceerde, broedde Wallace ook op evolutie door natuurlijke selectie.
Wallace is minder bekend dan Darwin, maar is in Indonesië wel een attractie: overal “worden huizen en hutjes van hem geclaimd”, schrijft Reeuwijk. En wie zijn helden wil eren, maakt dat weinig uit. Zo ook Reeuwijk, die het niet kan schelen dat Wallaces huis op de Molukken rechthoekig is en niet vierkant zoals hij zelf schreef. Hier “schreef Wallace zijn essay”, schrijft Reeuwijk, “en ik las het hier.” Hij ziet dezelfde paradijsvogels en vogelvlinders als Wallace. “Dichterbij kan ik niet komen”, aldus de reiziger.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De bosrand van de singel

De bosrand van de singel

Zonsopkomst achter het huisje. Foto Koos Dijksterhuis
Zonsopkomst achter het huisje. Foto Koos Dijksterhuis

Naar Schiermonnikoog, voor het eerst sinds september. Het dorp is lichter dan ooit. Veel van de iepen zijn gevloerd. Ik had de schade van de orkaan van eind oktober nog niet gezien.
Rond ons huisje liggen de terrassen en het grasveld onder de afgebroken takken. Maar de bomen in de singel staan nog overeind. Huurders hadden ons gewaarschuwd, dat het huisje de storm glansrijk doorstond. Ook de zonnepanelen bleven stoïcijns liggen.

De windsingel camoufleert het zomerhuisjespark. Omgekeerd beschermt hij de huisjes tegen wind en weilanden. Ooit vonden we het jammer dat de bomen het uitzicht op de opkomende zon en de zeedijk belemmerden. Maar de veeteelt intensiveerde, en het was maar goed dat de singel inwaaiende drijfmest tegenhield. Tijdens het mest uitrijden was de stank niet te harden.

De singel werd ouder en hoger, met aan weerszijden een dicht begroeide bosrand. Groen tot op de bodem. In het struikgewas scharrelden egels, broedden zwartkopjes en zelfs braamsluipers. Helaas denken mensen bij bomen vaak aan bijlen en zagen en ja hoor, er werd door het zomerhuizencollectief een smoes gevonden om de buitenste bosrand te vernietigen, zodat er een onverharde weg om het parkje kwam te liggen, waarover groot materieel kon rijden. Dat er ook vakantiegangers en honden zouden lopen was niet gepland. En dus kwamen er hoge, afschrikwekkende hekken.

Maar de bosrand was weg, het bos lag open, de braamsluipers meldden zich niet meer. Er viel zonlicht op de bodem onder de bomen en vooral waaide er mest naar binnen. Braamstruiken woekerden gretig om zich heen. En er kwam weer uitzicht. Op de weiden? Nee, het gras was vervangen door snijmaïs, het gewas dat meer drijfmest verdraagt dan welk gewas ook.

(Natuurdagboek Trouw 26 feb. 2014)

DELEN
Eksters gooien stenen

Eksters gooien stenen

Ekstergevaar. Foto Kees de Rijk
Ekstergevaar. Foto Kees de Rijk

Regelmatig halen stenengooiende eksters de pers. Ze maken zich er niet geliefd mee, want een steen kan een buts slaan in het dak van een heilige koe. En eksters zijn niet WA-verzekerd.

Het bord op de foto staat in Den Haag, waar eksters al jaren stenen gooien. Soms worden ze gevangen en verhuisd door boswachters. Boswachters zijn er om de natuur tegen mensen te beschermen, maar lenen zich kennelijk ook voor het omgekeerde. Zelf krijg ik lezersvragen als: hoe jaag ik een steenmarter van de zolder, hoe krijg ik reeën uit mijn tuin, hoe verdelg ik fruitvliegjes…

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bink van een cicade

Bink van een cicade

Cicade. Foto Koos Dijksterhuis
Cicade. Foto Koos Dijksterhuis

De cicade op de foto is een knaap van een centimeter of vijf. Hij is nauwelijks zichtbaar, maar des te hoorbaarder.
Hij is zo goed gecamoufleerd, dat ik hem door de camera niet meer zag. Ik drukte af op de gok. Op de foto is hij wel te onderscheiden, maar lastig. Zo lastig, dat de beeldredactie laatst onbedoeld een reepje van het insect afsneed, voor hij in de krant kwam bij het natuurdagboek over camouflage.
Met zijn achterlijf maakt de cicade een oorverdovend lawaai. Krekels zijn er niets bij. Krekelmannetjes tsjirpen door met hun achterpoten over hun achterlijf te wrijven. Wie het luidst tsjirpt, laat zijn achterpootspieren het hardst werken en vormt het meeste melkzuur. Dat ontdekte de Engelse biologe Sophie Moles laatst. Zij meent dat de hoeveelheid melkzuur aantoont hoe gespierd een krekel is. Een luide tsjirper bewijst zichzelf als gespierde en aantrekkelijke bink voor krekelvrouwtjes. Hetzelfde zou het geval kunnen zijn bij cicades.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Luiaards, drollen, vlinders en algen

Luiaards, drollen, vlinders en algen

Luiaard. Foto Jean Middeldorp
Luiaard. Foto Jean Middeldorp

In meerdere bladen stond het verhaal van luiaards met een compleet ecosysteem in hun vacht. Luiaards hangen in de boom bladeren te eten en bewegen zo traag, dat er algen in hun vacht groeien. De dieren klimmen wekelijks naar beneden om te poepen. Dat is een hachelijke onderneming en een voor luiaards buitengewone inspanning. Daar moet wel een groot voordeel tegenover staan. Amerikaanse onderzoekers menen dat voordeel te hebben ontdekt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Schutkleur

Schutkleur

Vlinder Hamadryas feronia op boom en Cicade Costa Rica. Foto's Koos Dijksterhuis
Vlinder Hamadryas feronia op boom en Cicade Costa Rica. Foto’s Koos Dijksterhuis

Sommige dieren gaan zo op in hun directe omgeving, dat ze onzichtbaar worden. Spanners en andere nachtvlinders die op een boom rusten, worden pas zichtbaar als ze wegfladderen. Op de grond broedende vogels, verschillende soorten strandlopers bijvoorbeeld, zijn ook vrijwel onzichtbaar tot ze opstaan en wegscharrelen. Dat kunnen ze dus beter niet doen. Als ze roerloos blijven zitten, is de kans groot dat een vos op een meter afstand aan ze voorbijloopt. En als die nachtvlinders overdag blijven zitten waar ze zitten, ziet een lijster of roodborst ze zomaar over het hoofd.

De vlinder op de foto viel even helemaal weg toen hij ging zitten. Maar met de zon erop en van dichtbij was hij wel te zien. Het is geen nachtvlinder, maar de dagvlinder Hamadryas feronia, een tropische soort uit Centraal-Amerika.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kolibries

Kolibries

Violette sabelvleugel. Foto Katrien Ardinois
Violette sabelvleugel. Foto Katrien Ardinois

In Costa Rica zagen we kolibries. Kolibries zijn de kleinste vogels ter wereld, met de snelste vleugelslag. Vijftien tot tachtig keer per seconde klapwieken kolibries, als ze bliksemsnel wegsnorren of op de plaats rust voor een bloem hangen. Daar steken ze dan hun snavel in en lebberen ze met hun roltong de nectar uit.
Net vlinders.

Kolibries kunnen recht omhoog vliegen, recht omlaag, opzij en zelfs achteruit. Dat geklapwiek kost energie en die haalt een kolibrie uit de suikers in de nectar. Kolibries zijn dan ook goed te paaien met suikerwater. Mensen in Amerika voeren dat de vogels. Het suikerwater in de voederbakjes is alleen voor kolibriesnavels bereikbaar via nauwe openingen.
In Costa Rica zagen we aanvankelijk nauwelijks kolibries, bahalve twee keer een roodstaartamazilia. Tot we een kolibrievoederplek tegenkwamen. Het wemelde er van de kolibries, ze snorden af en aan. We zagen negen soorten, met sprookjesachtige namen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN