Natuurdagboek

Houtzwam met een doolhof van plaatjes

Houtzwam met een doolhof van plaatjes

Geelbruine plaatjeshoutzwam. Foto Koos Dijksterhuis
Geelbruine plaatjeshoutzwam. Foto Koos Dijksterhuis

Paddenstoelen horen bij de herfst, maar er zijn er die een ander seizoen verkiezen. Ook zijn er soorten die je het hele jaar wel kunt vinden, de geelbruine plaatjeshoutzwam bijvoorbeeld.

Er zijn tientallen soorten houtzwammen die op dode of nog levende boomstammen groeien. Sommige willen alleen loofbomen of zelfs maar één soort loofboom, zoals de berkenzwam, andere beperken zich tot enkele soorten naaldbomen, zoals de sparrenplaatjeshoutzwam. Die is verwant aan de reeds genoemde geelbruine plaatjeshoutzwam. De laatste groeit soms op loof- maar meestal op naaldhout.

De meeste houtzwammen verspreiden hun sporen niet vanuit plaatjes, maar vanuit buisjes of poriën die de hoed aan de onderkant een sponzig aanzien geven. De plaatjeshoutzwammen zijn, zoals hun naam al verraadt, uitzonderingen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kuifeenden en tafeleenden dutten overdag

Kuifeenden en tafeleenden dutten overdag

Kuifeenden en tafeleenden. Foto Koos Dijksterhuis
Kuifeenden en tafeleenden. Foto Koos Dijksterhuis

Sommige andere winters zag ik kuifeenden rond deze tijd al in de vijver achter ons huis verschijnen. Deze winter, kwakkelig als ie is, zie ik ze nog. Ze dobberen nog in groepen op grotere wateren, vaak samen met tafeleenden.

Kuifeendwoerden zijn zwart met witte flanken, een achterovergekamde kuif, gele oogjes en een blauwgrijze snavel. Tafeleendwoerden hebben grijze flanken en rug, een oranjebruine kop en oranje oogjes. Van beide soorten zijn de vrouwtjes bruin. Beide zijn half zo groot als de wilde eenden die in het park om brood leuren.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Recensie – Noordkrompen, zee-engelen en koffieboontjes

Recensie – Noordkrompen, zee-engelen en koffieboontjes

Maandag, 16 januari, 2023

Geschreven door: Koos Dijksterhuis
Artikel door: Gerhard C. Cadée

Schelpen en andere weekdieren

[Signalering] Koos Dijksterhuis is al van jongs af schelpenverzamelaar dankzij het vakantiehuisje dat zijn ouders op Schiermonnikoog hadden. Hier verzamelde hij zijn eerste noordkromp, afgebeeld op de voorkant. Hij komt daar nog steeds, maar
verzamelde ook in vele landen en verdiepte zich in de systematiek en vooral de leefwijze van land-, zoetwater- en zeeschelpdieren.

Inktvissen
Voor dit boek bezocht Koos bekende Nederlandse schelpenkenners thuis of ging met hen op excursie. Mede hierdoor kon hij ook uitgebreid ingaan op alle klassen van weekdieren inclusief hun fossiele voorgangers. Dus ook inktvissen, keverslakken en stoottanden komen aan bod en niet alleen de in zee levende, maar ook land- en zoetwaterslakken. Het geheel resulteerde in een prettig leesbaar en zeer informatief boekwerk. Hijzelf denkt dat schelpen zoeken leuker is dan erover lezen. Dat kun je je afvragen, in ieder geval las hijzelf ook graag gezien de uitgebreide literatuurlijst. Dijksterhuis schrijft meeslepend over de schelpenwereld,
warm aanbevolen!

Eerder verschenen op Natura

Origineel hier

DELEN
Scherpe bocht

Scherpe bocht

Booreiland Noordzee. Foto Koos Dijksterhuis
Booreiland Noordzee. Foto Koos Dijksterhuis

Terwijl de atmosfeer opwarmt en we misschien al te laat zijn om de mensheid van de ondergang te redden, blijven we formule 1-races organiseren, naar zonnige oorden vliegen, in de file staan, op wintersport gaan, bossen kappen, distributieloodsen bouwen, vlees eten en vuurwerk afsteken.

Rasoptimist Diederik Samsom zei in een interview in de Volkskrant dat de mensheid nog nooit met zo’n vaart op een muur is afgeraasd als op de huidige klimaatmuur. Toch kunnen we volgens hem nog afbuigen. Zelf denk ik dat we, om uit de doodlopende weg van klimaatverandering te komen, daarvoor wel een heel scherpe bocht moeten maken. Anders gaan we het hoekie om.

Zakenlieden springen handig op de klimaatcrisis in en halen kernenergie uit de mottenballen. Andere zakenlieden willen op de Noordzee naar gas boren. Inmiddels slibt die zee toch al dicht met oliebooreilanden en windturbines.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Lengende dagen, zingende vogels

Lengende dagen, zingende vogels

Zingende spreeuw Foto Koos Dijksterhuis
Zingende spreeuw. Foto Koos Dijksterhuis

Sinds de dagen eind december lengen, krijgen sommige vogels lente-achtige neigingen. De hoge temperatuur zal ook wel helpen. Roodborstjes en winterkoninkjes zingen altijd wel, ook ’s winters, maar zeker als het zonnetje doorbreekt, hoor ik pimpel- en koolmezen zingen.

De eerste heggenmus heb ik ook al gehoord. Heggemussen hoor ik altijd eind december al, maar dat spreekt steeds minder vanzelf, want het gaat niet meer zo goed met deze soort. Heggemussen profiteren van de warmere winters, maar blijkbaar niet genoeg om hun aantal op peil te houden.  Ook met Turkse tortels gaat het bergafwaarts, maar in onze tuin hoor ik hun dromerige gekoer al een paar weken. Als de duiven beginnen te koeren, krijg ik vaak een midwintermelding van een roepende koekoek. Maar koekoeken blijven nog drie maanden in Afrika.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vroege bloeier, paars en doof

Vroege bloeier, paars en doof

Paarse dovenetel. Foto Koos Dijksterhuis
Paarse dovenetel. Foto Koos Dijksterhuis

Er zijn plantensoorten die de hele winter bloeiend aangetroffen kunnen worden, zoals madeliefjes.  Er zijn herfstige doorbloeiers, zoals knoopkruid, en er zijn vroege voorjaarsbloeiers, zoals kleine veldkers.

In de moderne, door het klimaat veranderde kwakkelwinters wordt de overgang van late herfst naar vroege lente diffuus. Veel planten bloeien de hele winter door, zoals paardenbloem, boterbloem, koekoeksbloem, herderstasje en klein kruiskruid. Ze bloeien weliswaar niet massaal, maar er zijn altijd wel enkele bloemen te vinden.

Deze winter maakte de vorstige decemberweek echter een einde aan veel gebloei. Veel doorzetters onder de bloemen zijn in de knop gebroken en voor de ochtend van haar bloei vergaan, om Willem Kloos te citeren. Ik heb die ochtend trouwens altijd een stoplap gevonden, en zou ‘hun’ boven ‘haar bloei’ verkiezen. Kloos to nature.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
130 kilo ijsvogel

130 kilo ijsvogel

Vrouwtje ijsvogel Foto Erwin Jansen
Vrouwtje ijsvogel. Foto Erwin Jansen

Het aantal paartjes ijsvogels wordt door Sovon Vogelonderzoek geschat op meer dan duizend. Dat zijn dus meer dan tweeduizend gepaarde, volwassen ijsvogels. Met de vrijgezellen en zeker een nieuwe generatie erbij, zullen er in de nazomer dus wel vierduizend ijsvogels door Nederland flitsen. Dat zijn er veel meer dan vijftig jaar geleden. De ijsvogel staat te boek als toenemend en succesvol. Dat valt te relativeren.

Vierduizend ijsvogels: dat is één ijsvogel op 4.500 Nederlanders. Qua biomassa zijn ijsvogels helemaal bescheiden. Met een volle maag gaan er drie in een ons. In Nederland vliegt dus 130 kilo ijsvogel rond. Met een gemiddeld gewicht van bijna tachtig kilo overtreffen de 18 miljoen Nederlanders de ijsvogelmassa makkelijk, daarvoor hoeft men niet in algebra uit te blinken. Zo’n 1,4 miljard kilo mens bewoont Nederland.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vorstbestendige rupsen

Vorstbestendige rupsen

Groot koolwitje rupsen. Foto Edward Krabbendam
Groot koolwitje rupsen. Foto Edward Krabbendam

Edward Krabbendam uit Goes stuurde me foto’s van rupsen op de spruitjes in zijn moestuin. Het zijn rupsen van grote koolwitjes. Die vlinders zetten eitjes af onder de bladeren van koolsoorten. De rupsen die daaruit kruipen, eten de kool op voor de moestuinier hem kan stoven. Er zijn uiteraard kasten vol chemicaliën beschikbaar om die eitjes of rupsen dood te spuiten, maar Krabbendam doet dat niet, hij knijpt eitjes wel stuk en rupsen dood, maar laat er in de herfst altijd een stelletje zitten.

Eind oktober hebben de meeste koolwitjerupsen zich wel als pop teruggetrokken om de winter in een cocon door te brengen. Wanneer ze zich verpoppen om als vlinder partners te zoeken, ter voorbereiding van de volgende generatie eitjes, is het lente.

Maar soms houden enkele rupsen van koolwitjes het tot ver in de winter vol, als er geen spreeuwen of mezen zijn die ze van de planten af plukken. Waarschijnlijk zijn die rupsen laat uit het eitje gekropen en moeten ze zich langer volvreten dan hun mederupsen. Meestal verdwijnen ze dan ijlings in de grond als het gaat vriezen, of vriezen ze dood.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Recensie – Passie voor schelpen

Recensie – Passie voor schelpen

Passie voor schelpen

4 januari 2023, Marieke Pols [ vismagazine.nl ]

De passie van bioloog Koos Dijksterhuis voor schelpdieren begon al vroeg. Hij kreeg als klein  jongetje de schelpenverzamelwoede met de paplepel ingegoten. Rond zijn achtste nam dit serieuze vormen aan. De fascinatie hield stand en leidde tot een boek over schelpen: ‘Noordkrompen, zee-engelen en koffieboontjes’.

Er bestaan zo’n honderdduizend schelpensoorten. “Van rond tot puntig, van minuscuul tot voetbalformaat, van breekbaar tot stevig, van lomp en lijvig tot slank en gestroomlijnd, van glad tot grillig, van wit tot welke kleur dan ook.” De noordkromp is het mooist volgens Dijksterhuis en die schelp was het doel van de vele zoektochten die hij met zijn familie ondernam op Schiermonnikoog, de beste plaats in Nederland om een noordkromp te vinden. “Als kind rende ik met joekels van strandgapers naar mijn grote broer, in de hoop dat het een noordkromp was.” Ondertussen heeft hij tientallen noordkrompen gevonden op de Schier. Opvallend genoeg voornamelijk linkerkleppen, want het lijkt erop dat de zeestroom minder grip krijgt op de rechterkleppen.

Het boek is een aaneenschakeling van dergelijke interessante weetjes. Dijksterhuis schrijft over de intelligentie van de octopus, over de vrouwelijke argonaut die meerdere penissen van haar partners kan bewaren die ze  gebruikt om vaker haar eitjes te bevruchten en over de relatie tussen de kauri en de slavenhandel. Hij vertelt over de alikruik, die een dikkere schelp ontwikkelde vanwege de aanvallen van strandkrabben en de kracht van de schaalhoren (dat zijn echte krachtpatsers).

Dijksterhuis beschrijft de schelpenwereld in een doorlopend verhaal onderverdeeld in verschillende hoofdstukken zoals Stevige weekdieren, Inktvissen, Tweekleppigen en Slakken. Hij vertelt over – voor de visspecialist – bekende soorten als de oester en mossel, maar ook over nonnetjes, koffieboontjes en gapers. In het boek staan veel foto’s, en Dijksterhuis weet op aanschouwelijke wijze over de schelpenwereld te vertellen. Bijvoorbeeld: “Nautilussen sluiten bij gevaar hun schelpopening af met een zogenaamde hoed, die ze op een ridder met een dichtgeklapt vizier doet lijken.” Of over de tong van de tepelhoorn, een roofslak. “Dat is een ruwe, ronde, stevige boortong, bedekt met duizenden tandjes. Die wordt heen en weer gedraaid in eindeloos geduld, en raspt een rond gaatje door de schelp.”

‘Noordkrompen, Zee-engelen en Koffieboontjes’ is allesbehalve een taai wetenschappelijk boek. Dijksterhuis combineert moeiteloos zijn eigen ervaringen en avonturen met literatuur en verhalen van andere Nederlandse schelpenliefhebbers. Het deed me denken aan een oude docent van mij die in prachtige volzinnen verhalen over de geschiedenis vertelde, af en toe even uitweidend over een aanverwant onderwerp maar altijd weer terugkomend op de kern van het verhaal.

Wat mij betreft weet Dijksterhuis zijn fascinatie voor schelpendieren uitstekend over te brengen. Na het lezen van dit boek wil ik niets liever dan afreizen naar Schier voor een schelpenspeurtocht. Op zoek naar de Noordkromp.

ISBN 9789045041230 | Prijs 27,99

Dit boek is te koop bij Libris of andere lokale boekhandels. Steun de boekhandel en koop lokaal! 

DELEN
Schaf kinderbijslag af

Schaf kinderbijslag af

Drukte. Foto Koos Dijksterhuis
Drukte. Foto Koos Dijksterhuis

De achtmiljardste mens werd deze week geboren. Om dit kind een leefbare aarde te garanderen moet er natuur bij, en moet de uitstoot van stikstof, CO2 en methaan slinken. Maar hoe? Vijftig jaar voorlichten dat we ‘de thermostaat een graadje lager’ moeten zetten had geen effect. De gasprijs schiet de pan uit en ons verbruik keldert. Met prijsplafonds subsidiëren we klimaatverandering juist. Willen we arme mensen ontzien? Dan moeten we lage inkomens subsidiëren, niet klimaatverandering.

Zolang we geen productie en consumptie willen inleveren, moeten we het in bevolkingskrimp zoeken. Hoeveel mensen kan de aarde aan?

Lees Meer Lees Meer

DELEN