Natuurdagboek

De grootste rups van Nederland

De grootste rups van Nederland

Wilgenhoutrups Foto Koos Dijksterhuis
Wilgenhoutrups. Foto Koos Dijksterhuis

Onlangs kroop er een grote rups over de stoep van Trouwlezer Matt Megens. Megens schatte de lengte op ongeveer negen centimeter en had nog nooit zo’n grote rups gezien. Op een meegestuurde foto prijkte een wilgenhoutrups.

Wilgenhoutrupsen kunnen tien centimeter lang worden en zijn ook vrij breed. Hun glimmende lijf is zwart met oranjerood, rood of paars, met een crèmekleurige of licht oranje onderkant. Ze hebben een forse kop met grote zwarte ogen. Ze zijn een van de grootste rupsen, misschien wel de allergrootste rups van ons land. Aaibaar zijn ze beslist niet met dat formaat, die woeste kop, de waarschuwingskleuren en die harde glans. Als je ze lastig valt scheiden ze een zuur uit dat naar azijn stinkt. Het verdient geen aanbeveling die geur op je vingers te krijgen, maar al helemaal niet in je mond of ogen, wat hongerige belagers kan doen afschrikken. Dat zuur is ook een handig hulpmiddel bij het verteren van hout.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kwekerij van kattenvoer

Kwekerij van kattenvoer

Kat. Foto Koos Dijksterhuis
Kat. Foto Koos Dijksterhuis

Gistermorgen vroeg hoorde ik op bed liggende een alarmerend geklapper van vleugels. Ik vloog overeind, rukte het gordijn open en stak mijn hoofd door het immer geopende raam naar buiten. Ik was te laat. Een kat sprong mijn tuin uit met in de bek een stuiptrekkende merel. Onthutst ervoer ik die teleurstelling over iets waar niets meer aan te doen valt.

Het slachtoffer was een vrouwtjesmerel. Haar mannetje bleef nog een uur paniekerig roepen. Nadat de zanglijsters, de roodborstjes en de zwartkopjes al waren opgeruimd, zijn nu de merels aan de beurt. Het broedsel dat mijn merelpaar te voeden had, is nog jong. De kuikens verhongeren nu, tenzij het mannetje ze in zijn eentje voedt en warm houdt, wat me onwaarschijnlijk lijkt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bevrijdend

Bevrijdend

Vrijheidsbeeld van kunstenaar Marc Bijl, Foto Koos Dijksterhuis
Vrijheidsbeeld van kunstenaar Marc Bijl, Foto Koos Dijksterhuis

Bevrijdingsdagen moeten gevierd worden, maar waarom gaat dat gepaard met herrie? Ik lag tot half twee ’s nachts mee te dreunen. Op acht kilometer afstand van het bruisende middelpunt drongen de beats en het geschreeuw door de gesloten ramen en door mijn oordoppen. Ik geloof dat Kraantje Pappie boven zijn eigen muziek uit probeerde te schreeuwen, wat hem overigens niet verstaanbaarder maakte.

Een week eerder was de verjaardag van de koning aanleiding tot lawaai, maar toen werd er gebrald en gehost op de Grote Markt. Ditmaal was het Stadspark de sjaak. In dat park broeden vinken, mezen, merels, lijsters, roodborstjes, heggenmussen, winterkoninkjes, zwartkopjes en nog veel meer vogels. Vogels schrikken zich op oudejaarsnacht al dood van de lawaai-explosie, en spitsen midden in het broedseizoen ook vast hun oren. Hoeveel nesten zouden er verlaten zijn, hoeveel vogels schrokken zich een hartstilstand?

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Overwiekende kolos

Overwiekende kolos

Zeearend. Foto Koos Dijksterhuis
Zeearend. Foto Koos Dijksterhuis

Soms laat ik mensen een natuurgebied zien. Als ik vertel dat er zeearenden voorkomen, spitsen die mensen hun oren. Als we dan echt een zeearend zien, vindt men de excursie geslaagd, ook als we verder weinig meemaken.

Zeearenden zijn zeldzaam maar worden steeds talrijker; vorig jaar huisvestte Nederland dertig paartjes, ofwel zestig vogels. Daar komen vrijgezelle jongen bij en – zeker nu in de trektijd – buitenlandse bezoekers. De vogels zijn met een spanwijdte van meer dan twee meter heel groot, en ze zijn niet bijster schuw. En toch moet je ze maar net ontdekken. Ik zie ze vaak, maar meestal van een grote afstand. Ze luieren dan in bijvoorbeeld een grote wilg die in een natte omgeving staat. Dan hebben ze wellicht ’s morgens een karper, meerkoet of jonge gans gegrepen en zitten ze uit te buiken, wat ze uren kunnen volhouden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De snor scheert zich weg

De snor scheert zich weg

Snor. Foto Henk Strietman
Snor. Foto Henk Strietman

Dezer dagen laat zich soms een snor (m) zien, een rietvogel, omdat ie op wil vallen, vooral bij vrouwtjes. Zo’n snor zit dan bovenin een rietstengel, soms ook in een wilgje in het riet, te zingen.

Dan zie je dat een snor bruin is. Een rietzanger heeft dan nog een lichte oogstreep met een donkere wenkbrauw. Rietzangers maken bovendien charmante baltsvluchtjes vanuit het riet. De snor lijkt meer op de kleine karekiet, die ook meestal verscholen zit in het riet, waar hij eindeloos zijn naam karrrrekrast. Een snor is op het oog lastig te onderscheiden van een karekiet, maar zijn zang is heel anders. Hij ratelt een eentonig wekkertje af: ‘rrrrrrrrrr’. Daar dankt hij zijn naam aan.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Wespen, wantsen en 24 stippen

Wespen, wantsen en 24 stippen

Dovenetelwants. Foto Koos Dijksterhuis
Dovenetelwants. Foto Koos Dijksterhuis

Op bezoek bij Jeanette Essink krijgen we een rondleiding door de tuin. Dat is een klein natuurreservaat, een groen eilandje tussen agro-industriële landerijen. Er is altijd van alles te zien, te horen, te ruiken, te voelen en te proeven, al heeft dat laatste meer te maken met de catering die Jeanette en haar vriend verzorgen.

Maar eerst de tuin, en vooral de insecten daarin. Achterin nestelen solitaire bijen en muurwespen in holletjes in dood hout. Daar liggen vaak goudwespen op de loer. Die schitterende beestjes parasiteren op bijen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Hommels

Hommels

Akkerhommel en Boomhommel. Foto's Koos Dijksterhuis
Akkerhommel (Boven) en Boomhommel. Foto’s Koos Dijksterhuis

Lezeres Marianne van den Broek-Boot stuurde een foto van een hommel met de vraag welke soort het was. Het was een boomhommel of een akkerhommel. Lezeres vroeg vervolgens: ‘Zijn er van allebei veel? Zie je de een alleen op een akker en de ander alleen in de boom? Of ook gewoon allebei in de tuin?’

Beide soorten hebben een oranje borststuk, zoals entomologen de bovenrug noemen. De akkerhommel heeft een variabel maar vaak bruinig achterlijf. De boomhommel heeft een donker achterlijf met een witte bips.

Beide soorten zijn algemeen, ook in tuinen. Akkerhommels komen in allerlei landschappen voor. Op akkers zijn ze om bekende redenen minder te vinden, maar op bloemenranden zijn ze er als een van de eerste bij. Boomhommels moeten boomholtes of nestkasten hebben. Oorspronkelijk leefden ze in bossen, tegenwoordig meer in tuinen en parken waar (wilde) bloemen niet bestreden worden.

In parken en op bloemenranden kun je ook aardhommels en tuinhommels tegenkomen, eveneens algemene soorten die de nectar en stuifmeel van allerlei soorten bloemen lusten, en niet zo kieskeurig zijn. Aard- en tuinhommels zijn allebei zwart met gele strepen en een witte kont. Tuinhommels hebben rond hun taille een dubbele gele band, aardhommels een enkele.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Grote roofvogels met oranje staarten

Grote roofvogels met oranje staarten

Rode wouw. Foto Mark Zekhuis
Rode wouw. Foto Mark Zekhuis

De laatste jaren vestigden zich tientallen rode wouwen in Nederland. Misschien doordat ze elders uit hun leefgebied verjaagd zijn? Het kan ook met klimaatverandering te maken hebben. In het buitenland lijken ze het hogerop te zoeken en ook noordelijk: in Zweden doen ze het goed.

Rode wouwen zijn grote, slanke roofvogels met een diep gevorkte staart, die ze als roer gebruiken voor hun soms spectaculaire manoeuvres. Ze jagen op vogels en kleine zoogdieren. In de Ardennen en Eifel vangen ze veel woelratten, op boerenerven. In Nederland zijn vrijwel geen woelratten meer en ook in het buitenland schrijdt de uitkleding van het landschap voort, al haalt geen land het daarin bij Nederland.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Fitissen brengen de lente

Fitissen brengen de lente

Fitis. Foto Koos Dijksterhuis
Fitis. Foto Koos Dijksterhuis

Ik was een week in Zweden, waar de laatste sneeuw smolt en de kraanvogels al massaal rondstapten, maar waar de zangvogels nog ingetogen zongen en zich noordelijke standvogels als kepen en sijzen vertoonden. En hoewel Zweden het land van de fitissen is, waren die nog niet uit het zuiden gearriveerd.

Na thuiskomst blijkt in Nederland de lente te zijn begonnen. Ik word verwelkomd door zwartkopjes, boerenzwaluwen, visdiefjes en fitissen. Fitissen tref ik meestal in april aan en dan hoor ik ook meteen overal hun hoog beginnende en laag aflopende wijsje. Kennelijk trekken ze in groepen. Ze komen uit de West-Afrikaanse savannes, staken de Sahara, het Atlasgebergte, de Middellandse Zee en de Pyreneeën over, legden zesduizend kilometer af, bereikten op een vroege ochtend Groningen en zetten het meteen op een zingen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Laat 1000 paardenbloemen bloeien

Laat 1000 paardenbloemen bloeien

Paardenbloem en dagpauwoog. Foto Koos Dijksterhuis
Paardenbloem + dagpauwoog. Foto Koos Dijksterhuis

‘Zag je vroeger een geel gekleurd weiland, dan stonden daar wel meer dan zeventig soorten paardenbloemen in. Nu zijn dat nog maar enkele soorten; de echte stikstofliefhebbers.’ Dat zegt Karst Meijer, waarschijnlijk ’s lands grootste paardenbloemenkenner en conservator van het Herbarium Frisicum in Wolvega (Fries Herbarium; www.herbariumfrisicum.nl). De Friese plantenman heeft een wereldwijde collectie, maar de goede oude paardenbloem heeft er een speciale plek met wel vijftienduizend specimens.

Lees Meer Lees Meer

DELEN