Iemand vertelde me dat hij de I Tjing had geprobeerd, het Chinese boek der veranderingen. Hij gooide met stokjes en de stokjes verwezen naar een bladzijde. Daar las hij iets dat best klopte. Maar, dacht hij, het boek zou de tweede keer een vergelijkbare wijsheid moeten melden. Hij gooide de stokjes nog eens en las: het is zinloos de stokjes twee keer te gooien. …
Kester Freriks wil ‘De zinswending “Nederland kent geen wildernis” logenstraffen’, schrijft hij in zijn boek Verborgen wildernis, Ruige natuur & kaarten in Nederland. (Athenaeum / Polak & van Gennep, €34,95) Freriks vindt wildernis in de Biesbosch en op de Boschplaat, maar ook in het intensieve bouwland van de afgegraven Veenkoloniën in Oost-Groningen. Overal houdt natuur stand, wurmt natuur zich door de kieren van de verwoestende beschaving. Het Oldambt in de graanstreek bij de Dollard is akkerland op honderdvijftig jaar oude polders. Maar de weidsheid ervan, die ene coupure in de eindeloze zeedijk; Freriks ervaart en beschrijft het aan de hand van de luchten, het licht, de geschiedenis, waardoor het cultuurland een oerlandschap wordt. Dat grensgebied tussen natuur en mensenwereld spreekt mij zeer aan. …
Blazen dat ze doen! Zijn ze bang? Aan beide kanten van de nok van de 125 jaar oude boerenschuur op het erf van Eke Dallinga klinkt geblaas. Eke mailde dat ze een nest kerkuilen had. Als ik wilde kijken, kon dat. Ik wilde kijken en kijk. In de bundel van Ekes zaklantaarn beweegt wat. Het hipt weg achter een balk. Zo’n schuur bevat tientallen balken om achter of op te zitten. De uilen hebben een voorkeur voor de nok. Onder het hoogste deel van het pannendak ligt een witte strook vogelpoep. Hier en daar is nog een plek bescheten – onder een geliefde zitplaats. …
Het miezert op het strand bij Bloemendaal. Toch is het er prettig. De hoge duinen houden de oostenwind tegen. Er zijn verrassend veel mensen, met of zonder hond. Er komen steeds meer mensen als de zondag vordert. Zondag wandeldag. Ook peddelen kanovaarders voorbij. We maken een praatje met een hardloper. Hij zegt dat het zo lekker rustig is vandaag. Haast geen mensen. Ik ben qua mensenmassa’s verwend in Groningen en op Schiermonnikoog. …
De bekendste paddestoel is de rode met witte stippen, waarop kabouter Spillebeen zat te wippen. Vermoedelijk hebben mensen wel eens kabouters gezien, nadat ze van vliegenzwam gesnoept hadden. Vliegenzwammen bevatten hallucinogene stofjes. Als er in uw tuin vliegenzwammen onder de berk of conifeer staan, bent u strafbaar volgens het paddoverbod. Met vliegenzwammen werden ooit melk-met-broodpapjes gekruid. Vliegen zijn gek op melk-met-broodpapjes, raakten bewusteloos door de paddestoel en stierven. Gek eigenlijk dat zulke methoden altijd vroeger gebruikt werden, ze zouden toch nog steeds kunnen werken? …
Zolang ze niet bloeien lijken witte dovenetels op brandnetels, maar ze prikken niet. Daarom staan ze bekend als doof. Er zijn ook bijen die niet prikken en daarom blind genoemd worden. Doof kan afgeleid zijn van dood. Maar het netelige doof zal wel slaan op het gedoofde vuur van de brandnetel. …
Mijn dochter zit sinds de zomer op de middelbare school. In een stoet brugpiepers fietst ze acht kilometer heen, acht terug, met op haar rug acht kilo boeken. Een fietstas is niet cool. Ze vindt het leuk, ze doet het goed, maar haalde laatst haar eerste onvoldoende. Waarvoor? Ze keek me schalks aan, grijnsde en liet me even in het ongewisse. Biologie, zei ze. Afzetten tegen vader? Ze komt thuis met tuinkerszaadjes die ze moet opkweken, ze moet een werkstuk maken over boombladeren. O leuk, zeg ik, ik help je wel. Er moeten zeven soorten bladeren opgeplakt worden, elk blad zijn eigen papier, met in de hoek een lijstje gegevens: naam, wetenschappelijke naam, type blad. O ja, alle typen bladrand en nervigheid moeten vertegenwoordigd zijn. Sjonge jonge. …
De burgemeester van Castellammare
di Stabia (bij Napels) heeft de minirok
verboden, en dat is voor menigeen een schok
maar zelf kan ik me daar wel achter scharen
Want sinds hij in zijn stad de minirok verbood
gaan Castellammaarse vrouwen met de billen bloot
Kort geleden bezocht ik met een vriendin de plek waar kasteel Dijksterhuis stond. Het stond op dertig kilometer afstand van mijn huis, al was mijn huis er nog niet toen Dijksterhuis er nog was. In de buurt van Pieterburen sleet de borg zijn laatste jaren leegstaand en afbladderend tot het in 1903 werd gesloopt. Er is niets meer van over behalve de plek met een slotgracht – een overstatement voor de met elzen en vlieren begroeide sloot. Maar toch. Het gras wordt soms gemaaid, de sloot wordt soms gebaggerd, maar de plek blijft een onbenut eilandje in het zo intensief benutte akkerland van het calvinistische Noord-Groningen. Misschien komt het doordat er een geest rondwaart. De geest van de moor die er zijn ex-geliefde en heur minnaar vermoordde en voor straf opgeknoopt werd. Zijn geest zorgde voor dagelijks eerherstel van de telkens weggeboende bloedvlek. Ik stam uit een bloeddorstig geslacht. Voorouders, goden en geesten zijn soms effectieve natuurbeschermers. …