Afgelopen weekend vond de nachtevening plaats: het fascinerende verschijnsel dat daglicht en duisternis overal op de wereld ongeveer even lang duren. Op de langste dag, 21 juni, is het in Groningen een half uur langer licht dan in Maastricht. Op de kortste dag, 21 december, is het in Maastricht een half uur langer licht dan in Groningen. Halverwege, 21 maart en 21 september, wordt dat geëvend. …
Broeden doen ze in Nederland nog maar met enkele tientallen, in de duinen op de Waddeneilanden en bij Den Helder. Op het Aekingerzand wordt met het kunstnesten en afplaggen een van de laatste populaties op de hei in stand gehouden. De tapuit is een van die duin- en heidevogels die net als de duinpieper, de klapekster, het korhoen de wulp verdwenen of bijna verdwenen zijn.
Maar de tapuit heeft een uitgestrekt verspreidingsgebied, ook in noordelijke streken als Scandinavië, Siberië, IJsland, Groenland en Alaska. In mei en september trekken er tienduizenden tapuiten door Nederland. In het buitenland neemt de tapuit ook af, maar geen buitenland roeit zijn medebewoners zo efficiënt uit als Nederland. …
Zodra ik mijn wandelschoenen aantrek, neemt Hond haar positie in bij de deur. We lopen de straat uit en als ik zeg ‘aan de kant’, gaat ze aan de kant lopen. Nu lijkt ze welopgevoed. Ze kent veel mensenwoorden, terwijl ik de hondentaal nauwelijks machtig ben. Maar het opvolgen van commando’s doet ze alleen als het haar uitkomt.
Ik heb hondensnoepjes op zak maar zij laat zich meer paaien door een stok of een bal. Alles wat ik opraap, wordt verwachtingsvol aangezien met een scheef koppie. Valt het onder haar definitie van stok of bal, dan krijgt het alle aandacht en vergeet Hond alles, uitgezonderd een volgende stok of bal.
Wij volgen een weggetje tussen een paardenwei en voortuinen van woonhuizen. Op een gazon zie ik een dode merel liggen, pootjes omhoog, kopje gedraaid, de gele snavel opzij, een geel omrand oog. Het lijkt me aan te kijken. Als ik een foto maak, beweegt de merel ineens. Wat nu? …
Nog één (?) keer over wolven. Naast de botsende visies van lieden die de natuur aan de natuur willen overlaten en lieden die de natuur als speelterrein zien, zijn er nog twee visies.
Ik belandde bij een facebook-‘discussie’ over de wolf. De aanhalingstekens staan er omdat het geen discussie was, maar een aaneenschakeling van zelf- en elkaar bevestigende opmerkingen, vooral om de tegenstelling te benadrukken met sufferds die wakker geschud moesten worden. Als scheldwoord was ‘schapen’ toepasselijker geweest. Het nieuwe inzicht is dat de overheid vrachtwagens vol wolven uit Duitsland haalt, en in Nederland los laat lopen. Daardoor jagen ze de mensen van het platteland naar de steden, waar ze beter te controleren zijn. …
Aan het gebakkelei over wolven ligt een verschil in visie op natuur ten grondslag. Aan de ene kant zijn er natuurvorsers die van natuur houden om de natuur zelf. Ze kijken wat er in de natuur gebeurt en willen de natuur beschermen tegen de mens. Ze begrijpen dat natuur afgesloten wordt Aan de andere kant zijn er natuurrecreanten die van natuur houden als plek om te wandelen, hardlopen of fietsen. Ze laten er hun hond uit, sporten of ontspannen zich er. Ze vinden dat de natuur toegankelijk voor mensen moet zijn.
Tussen die extremen zit een geleidelijke overgang, maar de wolf zet de verschillen op scherp. De vorser vindt het prachtig dat het uitgeroeide roofdier ons land opnieuw heeft gevonden. De recreant vreest voor zijn kind, hond, bewegingsvrijheid of jachtbuit. …
Er vliegen veel heidelibellen. De mannetjes van de drie algemeenste soorten worden, als ze op kleur zijn, rood in uiteenlopende tinten. De vrouwtjes soms ook, maar meestal zijn die geel of bruin. Er zijn bruinrode, steenrode en vuurrode heidelibellen, niet te verwarren met vuurlibellen en vuurjuffers. Dan zijn er nog zwarte heidelibellen, waarvan de vrouwtjes ook geel zijn. …
Een gele rivier golft over de vleugels van de zwartbandspanner. Dat is een nachtvlinder die ’s nachts op licht afkomt en dus op een venster kan belanden. Daar kun je hem goed bekijken. Overdag zitten zwartbandspanners ook wel op een buitenmuur, zoals de vlinder op de foto. Daar zijn ze nog beter te bekijken, want overdag is het licht beter en dutten ze.
Ik vind het altijd een beetje raar dat nachtvlinders op licht afkomen. Vlieg dan overdag! Muggen doen dat logischer. Wij hebben geen hor voor het raam en het raam staat open. Er komen nauwelijks insecten binnen, echt een alarmerend verschil met twintig jaar geleden. Niettemin word ik sinds het warme weer soms wakker van gezoem, ondanks een wapperende ventilator. Toch maar eens een hor regelen. …
De grote uittocht is begonnen. Zoals ieder jaar vertrekken honderdduizenden broedvogels naar zuidelijker oorden. Grasmussen, roodstaarten, vliegenvangers, kwikstaarten, zwaluwen, fitissen, visdiefjes, boomvalken en nog veel meer soorten verlaten ons land. Het duurt even voordat iedereen weg is, en ondertussen kunnen er soortgenoten uit bijvoorbeeld Polen of Zweden passeren, of even neerstrijken om te eten.
Die noorderlingen zingen hier na aankomst soms even, waarschijnlijk om een tijdelijk territorium in beslag te nemen, waar ze zich kunnen volproppen met insecten, alvorens hun intercontinentale vlucht te vervolgen. …
Om negen uur loop ik bij de Kobbeduinen op Schiermonnikoog. Ik ben de enige mens; pas na de koffie en de aankomst van de ochtendboot zal het peloton elektrische fietsers zich melden. Ik volg het paadje door de kwelder richting Waddenzee. Over een slenk is een bruggetje gebouwd. Ik ben hier al een tijd niet geweest, maar oud kan het bruggetje niet zijn. Toch is nu al een kwart van de planken weg. …
Springvloed met zeeraket bij paal 6. Foto Koos Dijksterhuis
’s Zomers is noordwesterstorm zeldzaam. Dat zo’n noordwester samenvalt met springvloed is helemaal bijzonder. Eind augustus vindt zulks plaats en bevind ik me op Schiermonnikoog. Ik heb een wandelafspraak met een dame die onder de naam Moedertje Groen over natuur schrijft en die zich verknocht heeft aan Schiermonnikoog. Belust op sensatie tijgen wij naar de noordwestkant van het eiland. Daar storten wind en zee zich op het strand. De vloed verovert het zand zo snel, dat we soms voor de golven uit moeten springen. We lopen langs de duinrand vier kilometer naar het noordoosten. …