Natuurdagboek

Zangers uit het zuiden

Zangers uit het zuiden

Fitis of tjiftjaf, Foto Meint Mulder
Fitis of tjiftjaf, Foto Meint Mulder

Nog geen tjiftjaf gehoord, laat staan een fitis en al helemaal geen zwartkop. Toch moeten ze er zijn. Tjiftjaffen zijn half maart meestal wel terug. Fitissen arriveren twee weken later. Ze overwinterden in West-Afrika op de savanne. Er zijn er misschien wel meer teruggekeerd dan anders, want ze hadden een relatief goede winter in Afrika. De regentijd was er natter en duurde langer dan anders, de savanne was groen en weelderig en bleef de hele winter een bron van insecten. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De eksters komen!

De eksters komen!

Foto Koos Dijksterhuis
Foto Koos Dijksterhuis

Onze konijnen leven in de tuin. Op een ochtend lag het gras vol plukken konijnenhaar. Blauwgrijze plukken, van bètaman Baloe. ‘s Middags jaagt er een kat achter de konijnen aan… Zou die al eerder geweest zijn? Er springen zelden katten over het hek en als ze het doen, jagen de konijnen ze weer weg, vooral Alfa. Maar deze is volhardend. Ik schiet te hulp, de kat vlucht.

Vijf kauwtjes inspecteren wat de konijnen aan brokken hebben versmaad of gemorst. Soms voert een kauw een bliksemaanval uit op het voederbakje in het nachthok, om direct weer achterwaarts terug te deinzen en waakzaam rond te loeren. De konijnen gebruiken dat nachthok weinig, net als de driehoekige ren van gaas, die ook een donkere kamer bevat. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Alfa- en bèta-konijn

Alfa- en bèta-konijn

Foto Koos Dijksterhuis
Foto Koos Dijksterhuis

Onze twee konijnen blijven bijna de hele winter in de tuin. Alleen als het stevig vriest bij een felle wind, zet ik ze bij de cavia’s in de schuur. De cavia’s vinden dat wel fijn. Ze vlijen zich tegen een zacht, warm konijnenlijf. De konijnen zitten hun tijd uit. Als ik ze na drie dagen weer in de tuin loslaat, rennen ze rond, huppelend en springend. Soms gaan ze met vier poten de lucht in, waar ze een twist met hun achterpoten maken. Sneeuw is helemaal een bron van vermaak. Koud maar zacht en ideaal om in te wroeten. Alles wordt opnieuw verkend en besnuffeld, ze klimmen op de driehoekige ren van gaas en springen er weer af. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bijen

Bijen

Honingbij op sneeuwklokje.  Foto Jeanette Essink
Honingbij op sneeuwklokje. Foto Jeanette Essink

Die twee zonnige lentedagen, drie weken geleden, zoemden de bijen rond sneeuwklokjes en krokussen. Honingbijen blijven de hele lente, de hele zomer en het begin van de herfst de belangrijkste bestuivers van bloemen. Het gaat slecht met de bijen. Dat zou kunnen liggen aan insecticiden van Bayer. Bayer houdt zijn gegevens over die insecticiden geheim. Bayer pleit voor openheid en heeft niets te verbergen, behalve sommige onderzoeksverslagen over insecticiden.

Zelf kan ik me levendig indenken dat insectenverdelgers een rol spelen in de verdelging van insecten. Maar ik kan me meerdere oorzaken indenken van de teloorgang van de honingbij. In vijftig jaar tijd zijn de bloemen grotendeels uit ons landschap verdwenen. Tweederde van ons land bestond uit akkers en graslanden die alle kleuren van de regenboog hadden. Nu moet je voor wat fleur naar snelwegbermen. Zelfs tuinen zijn betegeld, bespoten of voorzien van aanstellerige eenjarigen waar geen bij iets aan heeft. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Het licht uit

Het licht uit

Bubbelbad. Foto Koos Dijksterhuis
Bubbelbad. Foto Koos Dijksterhuis

Of we zaterdag van half 9 tot half 10 het licht uitdoen ‘voor de aarde’. Energiebesparing, klimaat enzo. Een actie van het Wereldnatuurfonds. Da’s leuk, we hoeven alleen maar een uurtje het licht uit te doen, om ons weldoeners te voelen!

Zou de aarde er iets mee opschieten? Dat niet, maar wij voelen ons er beter bij en dat is toch mooi. Ik kwam erachter dat sinds ik in mijn huis woon, het stroomverbruik met tweederde is gedaald. Het verschil zit ‘m in het bubbelbad. Voorheen bubbelde men dagelijks, wij nemen meestal een douche. Niet omdat het bubbelbad zo’n elektrische grootverbruiker is, maar omdat we er de tijd niet voor nemen. Wij voelen ons daar dus geen weldoener door, daarvoor hebben we een duister uurtje nodig. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Roffelen en hakken

Roffelen en hakken

Grote bonte specht m. Foto Jeanette Essink
Grote bonte specht m.
Foto Jeanette Essink

‘Krrr, krrrr’, ratelt het door het park. Een specht roffelt op een tak, die hol genoeg is voor een respectabel geluid. Dat roffelen doet de specht bij wijze van zang. Bonte spechten laten ook vaak een kort tongklakje horen, het geluid van een aansteker. Maar zingen, nee. Groene en zwarte spechten kunnen lachen, bonte spechten niet. Bonte spechten roffelen. In de vroege lente vooral. Vandaag dus.

Als je dat aanstekergeluid eenmaal herkent, kom je overal spechten tegen. Ze leven in bossen, bosjes, parken en laten zich een enkele keer in de tuin zien. Zwart met wit met rood. Er zijn grote, kleine en middelste bonte spechten. Vrijwel alle bonte spechten die zich in park en tuin vertonen, zijn grote bonte spechten. Ze zijn zo groot als een spreeuw, helemaal niet groot dus, en daarom zijn mensen geneigd te denken dat ze een kleine bonte specht zien. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Maartse trek

Maartse trek

Koolmees aan de pinda's Foto Koos Dijksterhuis
Koolmees aan de pinda’s
Foto Koos Dijksterhuis

Vaak komt er in maart een gevederde immigratiestroom naar mijn tuin op gang. Ook nu wordt het voederkastje gretig bezocht. Net als in de herfst, toen enorme aantallen zangvogels uit Scandinavië ons land binnen trokken. Vele zijn doorgevlogen naar België, Frankrijk, Engeland of Spanje. Sommige voegden zich bij de standvogels in Nederland. Daarvan ging gedurende de winter een deel dood. In december en januri nam een enkele mees soms een hapje, maar verder bleven de vetbollen onaanngeroerd.

Maar nu, tegen het einde van de winter, wordt het weer druk. Trekvogels uit het zuiden passeren andermaal, in tegenovergestelde richting, en lusten onderweg wel wat. En standvogels zijn door hun voorraden heen. Ze zouden jonge spruiten van vogelmuur en kleine veldkers kunnen eten, maar een volle buik krijgen ze daar niet van, zeker niet nu het koud blijft. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Natuur op het randje

Natuur op het randje

Akkerrand. Foto Koos Dijksterhuis
Akkerrand. Foto Koos Dijksterhuis

De natuur blijft sluitpost op de begroting. De herziening van het Europese landbouwbeleid was dé kans om het dure streven naar nog meer productie op nog grotere bedrijven (voor minder boeren) te doorbreken. Maar nee, het plan om zeven procent van de landbouwgrond te reserveren voor natuur, is afgeblazen. Weliswaar wordt drie procent braak gelegd. Dat lijkt wat, maar is te weinig.
Stelt u zich een veld voor van één hectare, honderd bij honderd meter. Laat langs de rand een strookje van één meter verwilderen en u heeft 4 procent natuur. Europa vindt dat het nog een kwart minder kan. Op dat strookje van 75 centimeter moeten dan honderden soorten planten, bloemen, insecten, vogels en zoogdieren in leven blijven. Dat kan niet. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kronkelen als een boor

Kronkelen als een boor

Hunze bij Spijkerboor. Foto Koos Dijksterhuis
Hunze bij Spijkerboor. Foto Koos Dijksterhuis

Sommige houtsoorten zijn zo hard, dat u er geen spijker in zou kunnen slaan. U zou een gaatje moeten voorboren, net als in beton. Volgens een voorlichtingspaneel in Noordoost-Drenthe stroomde het riviertje de Hunze daar ooit in de vorm van een spijkerboor. Het Veenkoloniale dorpje Spijkerboor dankt daaraan zijn naam. Heet een spijkerboor niet gewoon houtboor? Hoe zou zo’n boor eruitzien? Wezenlijk anders dan een steenboor? Ik denk het niet, ik denk spiralend, zoals elke boor. De Hunze spiraalde niet, maar zigzagde wel. Daar werd korte metten mee gemaakt. Ooit is die rivier, waar de Hondsrug op afwaterde, gekanaliseerd tot een rechte betonnen bak waarin het van vergif en mest gistende landbouwwater zo snel mogelijk richting Waddenzee werd afgevoerd. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kleumende weidevogels

Kleumende weidevogels

Knobbelzwanen. Foto Koos Dijksterhuis
Knobbelzwanen.
Foto Koos Dijksterhuis

Het land rilt van de kou in een ijzige noordooster onder een donker wolkendekbed, maar Groningen baadt in een onwaarschijnlijk felle zon. We laten ons uit de tent lokken en lopen door de Onnerpolder, bij Haren. In het zuiden zien we de grijze massa dreigen. Met de wind in de rug en de zon in het gezicht, krijgen we het warm. Andersom schuurt de wind wreed langs de wangen.

Pas ontloken speenkruiden verstoppen zich onder de sneeuw op de taluds langs dijkjes en sloten. Wilgen- en elzenkatjes zijn des te zichtbaarder, zonbeschenen tegen de hemelsblauwe achtergrond.

We laten Maart’ns Bossie links liggen. Gezien de hekken en verbodsborden wil Maart’n dat ook. We zijn in een milde bui, we houden ons aan andermans regels. …

Lees Meer Lees Meer

DELEN