Vrijdag pleitte Wim Boevink in zijn klein verslag voor begroeiing van lelijke gevels. Ik ben het roerend met hem eens. In Londen en Hamburg zag ik hightech-constructies met de meest weelderige begroeiingen, hanging gardens indeed. Mooi maar omslachtig. Met klimop en wingerd zijn ingewikkelde constructies niet nodig. …
Een kennis van me vertelt vaak verhalen over de enorme roofvogels die hij boven de polder en het meer bij zijn dorp ziet. Hij stuurt er foto’s bij. Het zijn de zeearenden die bij het Zuidlaardermeer bivakkeren. Het kan niet lang meer duren of ze gaan nestelen. Er zijn moerasbossen waar geen mens zich honden-uitlatend in waagt, en er is eten zat: zwanen, ganzen, meerkoeten… …
Iemand vroeg me wat ie moest doen met een dagpauwoog in huis. Die vraag krijg ik vaker, maar meestal in de herfst. Dan zoeken dagpauwogen een droge, donkere, koele ruimte om te overwinteren. Een schuur, zolder, kelder, kolenhok of bunker. Omdat dagpauwogen niet briljant zijn in het voorspellen van toekomstig verwarmingsgebruik, settelen ze zich per abuis wel eens in een kamer die verwarmd zal worden. Dan komen ze lelijk op de koffie. …
De eerste werden eind november al gevonden, en de volgende in december, maar dat waren de voorlopers, de “early adapters”. De hoofdmacht van het speenkruid komt nu tot bloei, een stuk vroeger dan anders. De ronde blaadjes vormen tapijten op de bodem van kale loofbossen en op slootoevers. De slootoevers waar de zon midden op de dag op schijnt, krijgen het eerst een botergele gloed. Op het zuiden gerichte bosranden zijn een goede tweede en langzamerhand komen ook de lommerrijke plekken in bloei. Maar dat duurt even, speenkruid kan tot in mei bloeien. …
Het vriest twee dagen en vooral nachten. Het water achter ons huis vriest dicht. Ik strooi ’s morgens zaad, brood en meelwormen en ververs het water in het drinkbakje. Ik loop nog niet weg of er ploffen twee koolmezen achter me neer.
De mezen willen water. Maar ze drinken niet uit het bakje. Ze drinken van het plasje rond het ijs dat ik uit het drinkbakje heb gemept. Kennelijk geven mezen de voorkeur aan water dat zo ondiep is als één druppel. Het bakje is meer iets voor merels. …
Vandaag is de held van het Natuurdagboek weer een vogel in vroege lentedracht. De kokmeeuw met beginnend zwarte kap lokte zoveel blijde lezersreacties uit, dat ik me afvraag of een meeuw ooit zoveel instemming kreeg. Het lag dan ook niet aan de meeuw, maar aan de lente. Hoe warmer de winters worden, hoe natter en winderiger ze zijn en des te meer we snakken naar de lente. …
De eksters vormen stelletjes en schuimen de buurt af. Uit de Haarlemmer bovenwoning van geliefde strooi ik kruimels op het platte dak van de schuur beneden. Vervolgens is het afwachten wie de wedloop wint: de zilvermeeuwen die zich er in een wolk van waanzin op storten? Wint de familie kauw de wedstrijd? Zijn de houtduiven er als de kippen bij of komen de Turkse tortels eerder? Nee, het paartje ekster gaat er met de buit vandoor. …
De eerste scholeksters verschijnen in de steden en dorpen. In de berm scharrelen ze rond tussen de meeuwen. Het zijn de vroegste verkenners sinds scholeksterheugenis. Waren ze vorig jaar al vroeg, nu zijn ze weer een paar weken eerder. Een deel van de scholeksters trekt na de winter van de kust het binnenland in om daar te broeden en wormen te eten. Eerst deden ze dat op weilanden, toen op akkers, maar nu het daar niet meer lukt trekken ze de stad in. …
Eind juni ga ik met Oceanwide en Trouw naar Spitsbergen. Net als voorgaande jaren maken we er een lezersreis van. We varen naar het noorden van de archipel langs de eilandjes en fjorden met hun ruige bergkust.
Het is een twijfelachtige eer om mensen warm te maken voor zo’n poolreis. De natuur is immers niet gebaat bij mensen? Of zou reizen door de poolnatuur de animo om die natuur te beschermen vergroten? Misschien reizen liefhebbers toch wel naar de pool, en dan kunnen ze maar beter met ons meegaan. Want we varen met een relatief klein schip van een in natuurreizen gespecialiseerd reisbureau, dat werd opgericht door een bioloog die tijdens zijn poolonderzoeken zo gegrepen werd door het landschap, dat hij het anderen wilde laten zien. …
Over de kauwtjeskwestie kreeg ik vele tips, waarvoor hartelijk dank. Mijn vraag was hoe ik vetbollen tegen die onstilbaar hongerige vogels kan beschermen. Ik geniet zeer van de vogels die op die bollen afkomen, ik hang ze vooral in mijn eigen belang op. Ik geniet ook van kauwtjes, maar heb geen zin om ieder kwartier een nieuwe vetbol op te hangen. …