Maartse lentebui

Het is maart en dat zullen we horen! Om half zeven ’s morgens beginnen de zilvermeeuwen. Na de winter laten ze weten wie waar de scepter zwaait. Met klaaglijke zowel als tevreden klanken, gegrinnik en geklieuw laten ze van zich horen – zilvers bezigen een rijke woordenschat. Na de meeuwen zet een heggemus in. Vervolgens laten ook de koolmezen zich betuigd.
We maken een wandeling door een oud, gemengd bos bij Nijmegen. Als na een maartse bui de zon langs de wolken gluurt, barst het lentegekrakeel pas echt los. Vinken slaan, roodborstjes en winterkoninkjes verkondigen hun riedels. De merels zingen eindelijk uit volle borst en de zanglijsters nemen met heldere, luide en gevarieerde klanken het woord. Boomklevers proberen eroverheen te djiepen, een groenling knarst en bonte spechten roffelen en tjikken. Dan klinkt er “pieuw, pieuw, pieuw’, gevolgd door een zwaardere roffel die lang aanhoudt. Even later schalt er een schaterlach door het bos – een zwarte specht, één van de mooiste vogels van ons land. Helaas laat hij zich niet zien. …








