Natuurdagboeken op dijksterhuis.net
Opdringerige schildpad

Opdringerige schildpad

Schildpad in Istanbul, © K. Dijksterhuis

We wandelen door het bos de Kuçuk Çamlica op, de kleine heuvel in het Aziatische deel van Istanboel. De top ervan is veranderd in een gazon, de lagere delen in een plantsoen, maar daartussen is het mediterrane bos nog aardig in tact, met vlinders, vogels en soms een onverwachte kostganger. Met luid geritsel verschijnt een schildpad. Het zal wel een Griekse landschildpad zijn. Dat is de landschildpad die mensen soms als huisdier houden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Koerende tortels

Koerende tortels

Palmtortel Istanbul, © K. Dijksterhuis

Sommige mensen worden wakker van het gekoer van duiven en haten het. Ik word er soms ook wakker van, maar vind dat een fijn ontwaken. In Nederland koeren houtduiven hun vijf, tortels hun drie tonen. De zomertortel, voorheen bekend als (echte) tortelduif, is zeldzaam geworden. De weinige die nog in Nederland broeden, maken zich op voor vertrek naar Afrika. De grijsbruine duifjes met een zwarte streep in hun nek zijn Turkse tortels. Die broedden in 1949 voor het eerst in Nederland en vogelaars reisden voor de exotische gasten naar Oldebroek, waar de duifjes tortelden. Daarna veroverden ze het hele land, tot Flevoland aan toe. Daar verliep de kolonisering langzaam, want sinds 1980 gaat het zelfs met soorten als huismus, houtduif en Turkse tortel bergafwaarts. Ze eten zaad bij de oogst en er wordt geen graankorrel meer geknoeid.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Geelpootmeeuwen op de vlucht

Geelpootmeeuwen op de vlucht

Geelpootmeeuw, © K. Dijksterhuis

In Istanboel is het altijd goed toeven, maar zeker in de nazomer, als de vogeltrek op gang komt. Ooievaars die met duizenden over de Blauwe Moskee zwermen, arenden die omhoog cirkelen en in glijvlucht over de Bosporus zeilen. Dat zeilen doen grote vogels die te zwaar zijn om op eigen spierkracht naar Afrika te vliegen.  Omhoog schroeven doen ze op thermiek: warme, stijgende lucht. Thermiek is er alleen boven land en dus verdringen de vogels zich voor de Bosporus om de Middellandse Zee te omzeilen. Het is begin september aan de vroege kant voor de grote trek van arenden. De eerste schreeuwarenden passeren, maar wespendieven zijn er meer. Dat zijn grote, slanke buizerden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Snelle zweefvlieg in pyjama

Snelle zweefvlieg in pyjama

Pyjamazweefvlieg Episyrphus balteatus, © K. Dijksterhuis

Zijn streepjespakje zou je met een gevangenisuniform kunnen vergelijken, maar de eerste die de soort zijn naam gaf zag er een pyjama in. Of nee: niet de dwarse streepjes, maar de onopvallende grijze strepen in de lengte bovenop zijn glanzend koperen nek zijn vast de pyjamajas. Die nek wordt door kenners vreemd genoeg het borststuk genoemd. Het hart op de tong, de borst op de nek. De rode oogjes hebben op de naamgever misschien een slaperige indruk gemaakt, hoewel ze wel wagenwijd opengesperd staan. De soort wordt ook wel cocacolazweefvlieg genoemd, vraag me niet waarom.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vasthoudende sabelsprinkhaan

Vasthoudende sabelsprinkhaan

Struiksprinkhaan, © K. Dijksterhuis

‘Eeuw!’ roepen kinderen als ze iets vies vinden. Ooit was dat getver of jakkes. Op een elektronische stamtafel waar ik weleens aanschuif woedt een korte discussie over deze verrijking van het Nederlands. Iew schrijft de een. Een ander meent er iewl in te horen. Weer iemand vermoedt dat meisjes iiiiieuw en jongens iiieowl zeggen. De volgende weet zeker: het is euwl. Ik hoor er eeuw in en ik kan het weten, want mijn kinderen zijn niet zuinig met die uitdrukking.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
IJs in de berg

IJs in de berg

Alpenkauw, © K. Dijksterhuis

Uit het Oostenrijkse dorp waar we zijn vertrekt wekelijks een bus naar een ijsgrot. Een ijsgrot lijkt jong en oud wel wat. We vertrekken half 10 en zijn er een half uur later. De bus slalomt ronkend een berg op. Als we voor de entree onze spaarpot hebben omgekeerd, stijgen we een half uur door de mist naar een kabelbaan die in een paar minuten honderden meters hoogteverschil overbrugt. Ook boven is het mistig. Door de mist klinkt het hoge, gezellige gekwetter van Alpenkauwtjes. Dat zijn kraaiachtigen met zwarte veren, rode poten en een gele, kromme snavel. Zoon merkt op dat zij zichzelf misschien wel kauwtje noemen en onze torenkraai als laaglandkauw bestempelen. Opgewonden over deze vondst struikelt hij en kukelt hij bijna de loodrechte rotswand af.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Juffers in de boom

Juffers in de boom

Houtpantserjuffer Hortus Haren, © K. Dijksterhuis

In een sloot zag ik een waterjuffer eitjes afzetten. Ze stipte met haar kont telkens de waterspiegel aan. Een houtpantserjuffer was ze dus niet. Houtpantserjuffers zetten hun eitjes niet af in het water, maar in de bast van loofboomtakken. Die moeten wel boven het water hangen, want de larven laten zich van de tak af in het water plonzen. Daar vervellen ze meteen, want hun eerste velletje is waterafstotend. In de boom is dat handig als verdediging tegen regen en dauw, maar in het water ondoenlijk en dus ontdoen ze zich ervan. Als larve vervellen ze nog negen keer. Ondertussen jagen ze op muggenlarven. Van juni tot oktober kruipen ze uit het water en sluipen ze uit hun huid.  Eind augustus vliegen de meeste houtpantserjuffers rond.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De kleine mooie dwergzegge

De kleine mooie dwergzegge

Dwergzegge, © K. Dijksterhuis

Zeggen zijn planten die eruitzien als grassen, maar geen grassen zijn. Er zijn tientallen soorten zeggen, ze zijn klein of groot, ze groeien in dikke of dunne pollen, geel, groen of blauw. Blauwe zegge vormt in groten getale de blauwgraslanden waar Nederland ooit groot in was. Veel zeggen houden van vochtige grond met kalrijke kwel, of van kalkhoudende duingrond of van veen. Van klein houden ze niet, het is ze te vruchtbaar.

Omdat zeggen op gras lijken, zijn ze vaak niet zo spectaculair om te zien. Hoewel er gekweekte sierzeggen zijn. Wilde zeggen zijn lastig te determineren. De dwergzegge is één van de minst opvallende. Toch heb ik meegemaakt dat doorgewinterde botanisten zich laaiend enthousiast ter aarde wierpen als ze dwergzegge vonden. Goed bekeken zijn het ook mooie plantjes.

Dwergzegge groeit in kleine polletjes. De driekantige stengeltjes bewijzen dat het echt een zegge is en geen gras. De lange, smalle blaadjes zijn niet driekantig maar plat, met een scherpe nerf. Zeggezaadjes zijn nootjes die achter een schutblaadje schuilgaan. Ze worden urntjes genoemd. De urntjes van de dwergzegge zijn piepklein. Maar ze klonteren samen aan de steel. Eerst zijn ze geelgroen, later kleuren ze goudgeel.

Afgelopen lente struinde ik vaak met natuurkenners door Flevoland. Ook dwergzegge kreeg ik daar te zien, op een kalkrijk strandje aan een randmeer.  Wat de soort ook geliefd maakt bij sommige plantenkenners, is dat dwergzegge vaak in gezelschap van andere bijzondere duinplanten groeit. Van andere soorten zegge bijvoorbeeld. Soms kruisen die onderling. Dat maakt ze nog lastiger te herkennen. Dwergzegge kan kruisen met geelgroene zegge. Ze worden dan ook als ondersoorten van één soort beschouwd.

DELEN
Hengel of vlasbekje?

Hengel of vlasbekje?

Vlasbek, © K. Dijksterhuis

Laatst ging het natuurdagboek over vlasbekjes, terwijl er een foto bij stond van hengel. Die misstap bleek een uitstekende graadmeter te zijn van de aandacht waarmee het natuurdagboek gelezen wordt. De correcties stroomden binnen. Hartelijk dank daarvoor, het was een onvergeeflijke slordigheid. Ze lijken ook op elkaar, die twee planten. Hengel was één van de eerste bloemen die mijn vader mij aanwees in het bos. Toen al verwarde ik hengel soms met vlasbekje. Dat heette toen nog vlasleeuwebekje.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Lijsters boven de Harz

Lijsters boven de Harz

Grote lijster, © Jeanette Essink

In de Harz beklimmen we tussen de buien door de hoogste top van de Harz. De Brocken, die dankzij Goethe beroemd werd als zetel van de heksen. Goethe schreef lyrisch over de bossen van de Harz, die hij als ambtenaar niettemin rigoureus liet omhakken. Met het hout werden mijnschachten gestut. Uit die mijnschachten kwam steenkool. Dat is de brandstof van de stoomtrein die vol toeristen de Brocken op tuft, zwarte rook- en witte stoomwolken blazend. De trein nadert de top vanuit het noorden, wij vanuit het zuiden. Als we er bijna zijn, schrikken we ons wild van de stoomfluit.

Lees Meer Lees Meer

DELEN