Bonte zandoogjes

Bonte zandoogjes

Bont zandoogje, © K. Dijksterhuis

Op een braamblad in de bosrand streek een bont zandoogje neer. Bonte zandoogjes snoepen graag van bramennectar en dwrrelen vaak langs bosranden. Behalve van nectar houden ze ook van vruchtensap en van hars of vocht uit gewonde boomstammen. De vlinders zijn de laatste jaren algemeen geworden, het gaat hen voor de wind. Dat zal wel te maken hebben met het uitgedijde bosareaal, en met de nog veel harder gegroeide bramenstand. Bosbodems en bosranden raken al gauw begroeid met woekerende braam. De bramen profiteren van de inwaaiende mest uit landbouwgebieden en van de met fosfaten en nitraten vervuilde regen. Dat geldt ook voor grassen. Veel bosbodems raken begroeid met gras en het gras wordt er langer dan ooit. Bonte zandoogjes zetten eitjes af op een hele batterij grassoorten, waaronder zeer algemene grassen als kweek. Hun felgroene rupsen eten dan ook gras. Die rupsen hebben een voor zandoogjes typerend uitsteeksel op de kont.

Zo’n rups kan snel groeien maar kan er ook lang over doen. Dat verschilt onderling wel een factor drie. De rupsen die nu nog uit de eitjes kruipen zijn van de derde generatie. Zij zijn waarschijnlijk te laat om zich nog te verpoppen en moeten als rups de winter zien door te komen. Wie zich nog verpopt, kan al in februari als vlinder te voorschijn komen. Dat is dan de eerste generatie. De vlinder op het braamblad en op de foto is van de derde generatie. Met drie generaties weet het bonte zandoogje van februari tot oktober rond te vliegen. Maar individuele vlinders worden hooguit enkele weken oud.

Op de foto zit een mannetje, het vrouwtje zou een heldere vleugeltekening hebben en puntiger vleugels.

DELEN
Reacties zijn gesloten.