Natuurdagboeken op dijksterhuis.net
Rechtswindende winde

Rechtswindende winde

Haagwinde, © K. Dijksterhuis

Ze zijn mooi hoor, maar in de tuin wel erg aanwezig. Haagwindes zijn nauwelijks in toom te houden. Andere planten buigen en breken onder het gewicht van de slingerende woekeraar. Je kunt je erover opwinden, maar dat helpt niet. Ik ruk ze soms uit, slinger ze los van hun draagplant, maar tegen haagwinde is zwaarder geschut nodig. Geschut dat veel, zoniet alle planten doodt. Vergif dat de bodem doordrenkt, waar de haagwindes wortelen. De schoffel laat altijd wel een stukje windewortel zitten en één stukje wortel wordt een tuin vol winde. Of de bodem bedekken met worteldoek, twee jaar lang. Mij niet gezien.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De slapende beer

De slapende beer

Grote beer, © K. Dijksterhuis

We zetten de tent op aan een bosrand in de buurt van Dresden. Wild kamperen is een beetje spannend. Niet vanwege struikrovers – als die tenten willen, bezoeken ze eerder een camping dan een bos. Ook niet vanwege de wolven – we dragen geen rode kapjes. Het is een beetje spannend vanwege boze boeren of boswachters. Middenin een bos vindt niemand je, maar kamperen is leuker met een beetje uitzicht. Als de tent staat sprokkelen we hout. Een vuurtje in het donker maakt je zichtbaar, maar is zo mooi en warm. Takken genoeg, maar ze zijn vochtig. We krijgen ze met kranten en blazen in de fik. Hout sprokkelend vallen me details op, die me anders zouden ontgaan. Een korstzwam hier, een wantsje daar, een vluchtende spin. Gangetjes van houtkevers onder een afschilferende bast. En ineens: wauw! Een prachtige, roerloze vlinder van vier centimeter lengte. Een driehoekige vlinder. Een slapende nachtvlinder: een grote beer, genoemd naar de enorme rups die hij was, een rups met een berenvacht. Nu is hij ontpopt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Herfst…

Herfst…

Eekhoorntjesbrood, © K. Dijksterhuis

Hoewel we graag genieten van de nazomer en nagenieten van de zomer, is de herfst al in volle gang. Vogels trekken, de ochtenden zijn nevelig, de kruisspinnen weven muren van webben, de bessen rijpen, de avond valt steeds eerder. En wat zijn er al een paddestoelen! Begin augustus zag ik op gemaaide wegbermen al een keur aan zwammen. Onder een bejaarde eik stond een kring van eekhoorntjesbrood. De broodjes waren oudbakken, en omdat vele kleine diertjes eekhoorntjesbrood lusten, kunnen er in oude zwammen kleine diertjes schuilgaan die je liever niet eet. Daarom kun je zo’n oude zwam maar beter laten staan. Anders had ik hem in plakken in de hapjespan gehakt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Een vingerhoedje kruid

Een vingerhoedje kruid

Vingerhoedskruid, © K. Dijksterhuis

Toen ik een jaar of acht was, wezen mijn ouders me tijdens een fietstochtje een uitbundig bloeiende, roze bloem aan.  ‘Die plant is heel giftig. Als je hem opeet, kun je doodgaan.’ Ik at nooit bloemen, maar vingerhoedskruid bleef fascineren. Ik zag de bloemen in tuinen, in bossen, aan bosranden. Meestal roze, soms wit. In het wild is vingerhoedskruid algemeen, maar de wilde bloemen kunnen nazaten zijn van gekweekte uit tuinen. Wild of tam; beide zijn giftig.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Appeltak op de grond

Appeltak op de grond

Appeltak, © K. Dijksterhuis

Midden op het bospad zit op de grond een groene vlinder met gespreide vleugels. Er passeren wandelaars, ruiters, gehelmde bosfietsers, honden, kinderwagens, huifkarren, crossmotoren – geen voertuig is te dol, of het rijdt in ’s lands natuur. De groene vlinder blijft zitten. In het vrij donkere bos, op de donkere ondergrond, valt hij op. Zijn groen is licht, alsof er een waas van wit poeder overheen zit. Dat opvallende zou zijn redding kunnen zijn, zolang de bosfietsers, ruiters en crossmotoristen alert reageren en bereid zijn een stapje opzij te doen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Twee lepelaars

Twee lepelaars

Lepelaars, © K. Dijksterhuis

Achter ons huisje op Schiermonnikoog kijk ik omhoog en warempel, twee lepelaars vliegen over. Op Schier broeden zo’n tweehonderd paar lepelaars. Dat zijn dus vierhonderd lepelaars, nog afgezien van de jongen. Op Schier zag ik in mei 1988 voor de eerste keer lepelaars, in een slenk bij de Kobbeduinen. Dat was een hele belevenis. Het is nog altijd een belevenis om lepelaars te zien. Prachtige beesten. Ze lusten graag visjes, maar ik zie ze ook wel over het wad scharrelen, waar ze vast op garnalen jagen. Ze eten wat de pot schaft, zolang het met die platte snavel te grijpen valt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Klein maar fijnstraal

Klein maar fijnstraal

Canadese fijnstraal, © K. Dijksterhuis

Op een braakliggend stuk tuin in een woonwijk groeide in een maand tijd een weelderige wildernis van planten tot navelhoogte. Waarschijnlijk ligt dat stuk tuin nog niet zo lang braak, een jaar of twee misschien, want er groeien vooral pionierplanten van verrommelde grond. Soorten als melkdistel, perzikkruid, klein wilgeroosje, bijvoet, melganzevoet en Canadese fijnstraal. Het zijn zeer algemene planten die tussen de straatstenen opkomen, als dat hen zo uitkomt. Toch vind ik het wonderbaarlijk hoeveel soorten er meteen te vinden zijn. Robertskruid, koninginnekruid, paardebloem en nog een hele rij planten die het botanistenhart niet doen opspringen. Maar toch. Neem nou die Canadese fijnstraal.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Schaatsenrijders zijn geen lieverdjes

Schaatsenrijders zijn geen lieverdjes

Schaatsenrijder, © K. Dijksterhuis

Terug van vakantie wacht een stapel brieven en stroomt een rij e-mails van lezers binnen. Hartverwarmend, die reacties, echt leuk, ook de terechtwijzingen zijn welkom, maar hoewel ik streef naar een snel antwoord, lukt dat niet. Vooral de post blijft wachten. Een gefrankeerde antwoordenvelop hoeft niet, al zou die tijd schelen. De mails zijn gemakkelijker te beantwoorden, als de elektronische snelweg geen uithollingen overdwars bevat. Soms is het meer een elektronische zandweg. Eén bericht kan ik niet meer vinden, zodat ik de afzender niet kan noemen. Het viel een lezer op dat er na jaren van schaarste ineens zoveel schaatsenrijders op het water schaatsen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zwarte nachtschade

Zwarte nachtschade

Zwarte nachtschade, © K. Dijksterhuis

Op braaklandjes en in mijn tuin bloeien planten die veel op aardappelplanten lijken. Met die bloempjes die mij altijd aan Turkse kaboutertulbandjes doen denken. Vijf witte, spitse kroonbladen wijzen hun punt naar achteren. Te midden daarvan steekt een geel staafje uit: de helmhokjes met het stuifmeel. Sommige bloemen zijn uitgebloeid. Daar zwellen bessen op. Nu nog groen, straks zwart. Het zijn zwarte nachtschaden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Hongerige zwaluwen

Hongerige zwaluwen

Jonge boerenzwaluwen bedelend om eten, © Peter Teune

Een maand geleden liep ik langs de binnenstadsrand van Groningen. Het was hoogzomer en de blauwe lucht gierde van de gierzwaluwen. Nu zijn die met stille trom vertrokken. Zoals ze er elke lente eind april ineens zijn, merk ik elk jaar in augustus dat ik ze al een tijdje niet meer hoorde. Maar in juli gierden ze nog rond.

Lees Meer Lees Meer

DELEN