Alweer een paddestoel? Ja, het is toch herfst?! Daarbij vind ik paddestoelen een beetje magisch. Het zijn chemische fabriekjes. Wat ze niet aan vergiften en traktaties, aan kleuren, geuren en smaken vervaardigen, onvoorstelbaar. Ze hebben wonderlijke vormen, verschijnen plotseling, en zelfs hun vergaan is oogstrelend. Wat een sculpturen! Er zijn duizenden soorten paddestoelen in Nederland, er is voor een leek zoals ik geen beginnen aan. Maar het is leuk om te pogen ze te determineren. …
Toen ik van huis was, belde mijn dochter me. Ze vertelde dat er vijf ganzen op de vlonder zaten. Donker met wit? Ja. Een weiland verderop stond ooit een boerderij. Die is weg, maar er bleven een paar ganzen achter, boerderijganzen in verschillende verhoudingen van grijs met wit. Boerderijganzen zijn getemde nazaten van grauwe ganzen. Vogelaars noemen ze ‘soepganzen’. ‘Onze’ soepganzen gingen niet heen maar vermenigvuldigden zich des te voortvarender. Het werden er tientallen. Daar zouden er dus wel vijf van op de vlonder zitten. Dochter vond ze een beetje griezelig, maar ook aandoenlijk en daarom strooide ze van achter de deur toch wat brood. Daarmee smeedde ze hechte banden… …
Eén van de onbeschaamdste paddestoelen is de grote stinkzwam. Een grote stinkzwam barst in de zomer of herfst uit zijn duivelsei of heksenei. Hij zwelt in enkele uren op tot een schacht met een zwarte hoed. Om met drs. P. te spreken: dan wordt het opgetogen wakker, dan gaat het staan. Het is geen wonder dat mensen deze zwam ooit Phallus impudicus noemden. Aan de top van de hoed zit zelfs een kleine opening, als een plasgaatje. …
U kent vast galappels wel. Ronde knikkers, rood of geel, die onder eikenbladeren hangen. Maar gallen zijn er in de meest bizarre vormen en maten. Neem nou de bedeguaargal. Met zijn groene en rossige, harige uitsteeksels doet zo’n gal me denken aan bepaalde tropische, lycheeachtige vruchten. Gallen zijn op hol geslagen groeistuipen, woekeringen als reactie op een aantasting door een galwesp. De galwesp zit beschermd en beschut in de gal. …
‘Puur natuur’ is een aanbeveling. Als iets natuurlijk is, is het goed. Omgekeerd worden gedragingen en voorkeuren afgekeurd als ‘onnatuurlijk’. De natuur heeft een gunstig imago. Dat is anders geweest, toen de natuur gevaarlijk was, met wolven en wisenten. De natuur moest bedwongen worden. De natuur (het landschap, de aarde, het milieu) wordt nog steeds bedwongen, maar nu noemen we dat duurzame ontwikkeling of rentmeesterschap. …
In het laatste Waddenmagazine staat een artikel over oesterbanken. Niet de Nederlandse oesters van weleer, die zijn in de jaren twintig uit de Waddenzee weggevist, waarna een virus de genadeslag uitdeelde. Nee, de Japanse oester spoelde vrij recent de Waddenzee binnen en gedijt er als geen ander. De Japanse oester wordt ook Portugese oester genoemd. Sommigen beschouwen die twee als aparte soorten, maar waarin ze verschillen is nauwelijks uit te leggen. Deze oesters zijn door vissers uitgezet in Zeeland, maar bleken lastig te oogsten. Visnetten blijven steken en scheuren. Muurvast klitten de oesters op elkaar. Ze groeien snel en kunnen wel twintig centimeter worden. Zo gepolijst en wit als ze van binnen zijn, zo knoestig en grauw zijn ze van buiten. …
Eén van de gemakkelijkst te herkennen paddestoelen is de gele aardappelbovist. Hij lijkt op een aardappel en als de tijd rijp is, stuiven er bruine stofwolken uit zijn opengebarsten huid: de sporen. Hoezeer deze bovist ook op een aardappel lijkt, eetbaar is hij niet. Daarvoor moet u zijn neef de reuzenbovist hebben. …
Op een winderige dag met felle buien en een nog fellere zon lopen we over Schiermonnikoog. We volgen de Reddingsweg, dat prachtige graspad door de rietvelden. Hier en daar bloeit een echte koekoeksbloem met die sprietige, roze bloemen. De verwilderde appels aan het eind van het pad hangen glimmend te lonken. Ze lijken op golden delicious, maar smaken melig. We slaan rechtsaf, volgen kort het Johannes de Jongpad, het schelpenpad naar de Kobbeduinen. We gaan dezelfde kant op, maar zoeken het Oude Wagenpad. Het moet ergens schuin naar links afbuigen van het schelpenpad. De schelpenbermen staan nog vol bloeiende parnassia en ogentroost. De duinen dragen oranje en rode sluiers van duindoorns, rozenbottels, lijsterbessen en meidoorns. De spreeuwen geven de voorkeur aan duindoorns. Met honderden, nee duizenden bevolken ze de doornige struiken. Bij het wildraster met wildrooster zien we een zijpaadje schuin naar links. Geen wagenspoor, maar een smal pad voor of van het vee. …
Kruisspinnen hangen in hun webben, ik zag ze bezig met het inpakken en leegzuigen van hun prooien: langpootmug, groene stinkwants, waterjuffer, zweefvlieg, vlinder, een andere spin. Eet nou eens een steekmug! Als je de muren en netten van spinrag ziet… Over paadjes, tussen takken, op het gras; overal spinnewebben. Het lijken de fuiken in het IJsselmeer wel. Geen paling uit de IJssel haalt de Waddenzee – palingen halen het IJsselmeer niet eens, het Ketelmeer is al onneembaar met honderden meters lange fuiken langs de oevers. …
Een tabaksfabrikant heeft van de zomer op het strand kleine asbakjes uitgedeeld, als remedie tegen vervuiling met peuken. Het verbaast me dat mensen hun peuken altijd op straat, in de gracht, op het strand gooien. Een peuk van een filtersigaret is van glaswol. Het is ongebruikelijk om je geleegde bier- of wijnglas op het strand te gooien, maar van sigarettenglas spreekt dat voor velen vanzelf. Ik vind dat stom, maar zeg er niets van. Er is al zoveel waar wat over te zeggen valt. …