Natuurdagboeken op dijksterhuis.net
Pestvogels

Pestvogels

Pestvogel, © Maarten Westmaas

Het land is bezocht door pestvogels. Ik loop en fiets met gespitste oren rond, in de hoop op het rinkelende geneuzel van die prachtige vogels. Ze komen uit de noordelijke taiga en ontmoeten daar geen mensen. Bang zijn ze dus niet. Op internet zag ik foto’s van mensen met pestvogels op de hand. Toch zitten de vogels vaak hoog in bomen. Daar eten ze bessen en zaden. Ze lusten maretakbessen en verspreiden die grappige plant vanuit leemhoudende streken over de Hollandse klei.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vroege katjes

Vroege katjes

Hazelaarkatjes in de sneeuw, © K. Dijksterhuis

Hazelaars staan te boek als naaktbloeiers. Dat wil zeggen dat ze eerst hun bloemen laten bloeien en pas later bladeren vormen. Forsythia doet dat ook, wintersneeuwbal, els. Handig voor de bestuiving, dat er geen blad in de weg zit. Hazelaars horen in januari te bloeien. Maar ze bloeien nu al, in de sneeuw, terwijl ze hun wilde bladeren nog niet eens hebben afgeschud. Bloeien is een groot woord voor die grijsgroene slurfjes, de mannelijke katjes. De rode, vrouwelijke minibloempjes houden zich nog koest, hoewel er al een rossig puntje doorschemert.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Behoedzame stapper

Behoedzame stapper

Waterhoen en Kokmeeuwen, © K. Dijksterhuis

Zon schittert op de sneeuw. We zetten verplichtingen, boodschappen en werkzaamheden (dit stukje schrijf ik na afloop wel) opzij voor een wandeling. In het park zitten aalscholvers op lantaarnpalen, als duistere wachters. Drie waterhoentjes scharrelen door de sneeuw. Waterhoentjes stappen zo behoedzaam rond, alsof ze tussen kostbaar porselein laveren. Ze kunnen ook niet weten wat er onder de sneeuw ligt. Maar ze stappen even behoedzaam zonder sneeuw.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De wonderlijke kaalheid van bomen

De wonderlijke kaalheid van bomen

© Koos Dijksterhuis

Loofbomen laten hun blad vallen om niet uit te drogen. Dat is de meest gebruikelijke verklaring. De zuigkracht van de wortels vermindert als het koud wordt, de bladeren blijven onbekommerd zweten – tientallen liters per dag. Bladeren zijn er om zonlicht te vangen en zonlicht is er ’s winters weinig. Dus kunnen bomen beter hun blad laten vallen, nadat ze het bladgroen eruit hebben gehaald.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De schelpen van professor Lever

De schelpen van professor Lever

Mantelschelpen, © K. Dijksterhuis

“Als ik naar schelpen kijk, word ik zo religieus als wat”, zei Jan Lever tegen interviewer Willem Bouwman in het Nederlands Dagblad van 17 maart 2006. Toch had de bioloog het creationisme al lang de rug toegekeerd. Dat begon in de jaren ’30 op de H.B.S. Lever groeide op in Delfzijl waar geen christelijke school was. Bij de openbaren ontdekte hij dat er meer was dan het scheppingsverhaal, dat je de variatie aan levensvormen beter kon verklaren als je de Bijbel erbuiten liet. Hij was één van de eerste christelijke wetenschappers die evolutie niet op voorhand afwees als duivelse bedreiging van het geloof.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Wintervlinders

Wintervlinders

Grote wintervlinders, © Jeanette Essink

Natuurtalent Jeanette Essink meldde vanuit haar tuin (een kleinschalig en afwisselend natuurgebied) nachtvlinders: bosbesuil, wachtervlinder, gepluimde spanner, zwarte herfstspinner en wintervlinder, kleine zowel als grote. Ik vermoed dat haar ramen ’s avonds vol nachtvlinders zitten. Want het mogen dan nachtdieren zijn, op licht komen ze altijd af. Dat zou te maken hebben met hun oriëntatie op maan en sterren. Maar hoe nachtvlinders dat licht ervaren? Het moet onweerstaanbaar zijn.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Snippen

Snippen

Watersnip, © Jeroen Reneerkens

In Zuid-Nederland hangen de wolken laag en somber, maar het noorden blakert onder een strakblauwe lucht. Ik wandel ten oosten van Groningen. Jonge bossen, weilanden en één akker. Die akker is geploegd. Het wintergraan steekt in frisgroene sprietjes een paar centimeter uit de bruine zeeklei. Er staan plassen. Er is een lichtbruin vlekje op de donkerbruine grond en ik richt de kijker. Ik kijk aan tegen de kont van een steltloper. Een goudplevier? Goudplevieren overwinteren hier op weilanden en akkers. Op akkers vallen ze niet op vanwege hun schutkleur. Maar dit was geen plevier, dit leek me een snip.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zon en bloei in de Oostpolder

Zon en bloei in de Oostpolder

Boterbloem, © Jeanette Essink

Zaterdag was het mistig, druilerig en kil. Om half negen stonden mijn zoon en ik op en langs het voetvalveld. Hij rende zich, ik klapwiekte me warm. Na afloop kondigde hij al aan niet naar de Sintocht te willen (Sint deed een week over Harderwijk – Groningen) en daar bleef hij bij. Te koud, te nat, maar bovenal ‘bestaat hij toch niet’. Wat hem niet belet al zijn schoenen te zetten. Wel wilde hij mee de stad in, want ‘dan ga jij zeker cadeautjes kopen?’ Winkel in, winkel uit, de regen in.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Tropische verrassing op Texel

Tropische verrassing op Texel

Koraal Favia fragrum en schelp Chama congregata, © Gerhard Cadée

Een jaar geleden vonden Gerhard Cadée en Hans Cadée-Coenen op de Hors op Texel een anderhalve meter lange gasfles. Het grotendeels ondergestoven geval lag er al zo’n drie jaar. Dat bleek uit reacties op een stukje in de Texelse Courant. Dat stukje schreven Gerhard en Hans niet zozeer vanwege de vondst van de cilinder, maar vanwege de groeisels die ze erop vonden. Er zaten zeepokken op, kokerwormen, mosdiertjes en tweekleppige schelpen van buiten Europa: oesters en chama’s. In de zeepokken vonden ze bovendien een tropische venusschelp, een Noordse rotsboorder en een steenboorder. Bepaald geen alledaagse verschijningen aan het Nederlandse strand!

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Wandelen in Vennebroek

Wandelen in Vennebroek

Goudvink, © Jeanette Essink

Aan de noordkant van Paterswolde ligt het kleine landgoed Vennebroek van Natuurmonumenten. We stallen onze fietsen bij en toegangshek aan de Paterswoldse weg en wandelen de oprijlaanop, tussen rijzige eiken. Langs het koetshuis met informatiecentrum lopen we naar de villa Vennebroek, uit 1848. Er zijn nog heel wat paddestoelen te zien, in Vennebroek zijn al meer dan tweehonderd soorten gevonden. Vleermuizen zijn hier natuurlijk ook, maar overdag zie je die niet, en in november hangen ze in hun winterschuilplaatsen te winterslapen. Dat is wel zo veilig voor de nachtvlinders hier. Nu zijn er wintervlinders, maar afgelopen lente is in Vennebroek een Fraaie Walstrospanner gevangen. Die is nog maar een paar keer eerder in Nederland gezien en dan nog vooral in Zuid-Limburg.

Lees Meer Lees Meer

DELEN