De roofvlieg, de juffer en de zoekende sluipwesp

Als ik in de tuin zit, zie ik door mijn ooghoek iets op de muur landen. Het is een imposante roofvlieg, met een twee centimeter lang, stevig lijf en een robuust borststuk, waarin de krachtige vleugelspieren zitten waarmee hij zo snel kan vliegen. Of zij, want het is een vrouwtje, ondanks het borsthaar en de borstelsnor waarmee vrijwel alle roofvliegen uitgerust zijn. Ze heeft zwart met oranje poten en een zuigsnuit waarmee ze haar prooi leegzuigt. Die prooi is al dood en ving ze in de vlucht, waarna ze naar een rustig plekje om te eten vloog, met de prooi in haar poten, als een arend met een vis. Roofvliegen zijn er in honderden soorten en tientallen geslachten. Op waarneming.nl hoor ik dat dit een bosrandroofvlieg is: Neoitamus cyanurus om precies te zijn. …








