“wiewiewie tjuptjuptjuptjup trrrrrr”

Met een groepje Trouw-lezers zwerf ik over Schiermonnikoog. Wie na het eten nog puf heeft, gaat mee op een avondwandeling. Warme jassen aan. Het doel is nachtegalen. Ik laat mijn fiets achter op de Badweg.
Nachtegalen doen het redelijk op Schier. Overdag hebben we er al vier gehoord. Vanuit dichte meidoorns en duindoorns met ondergroei van bramen en brandnetels verkondigden ze hun boodschap. Nachtegalen roepen jaar in jaar uit hetzelfde, urenlang, nachtenlang en soms ook dagenlang. Het lijkt hen niet te deren of hun boodschap goed overkomt, ze zijn geen communicatiedeskundigen. De boodschap (“hier ben ik, dit is mijn domein, wees welkom als je me als vrijer wilt”) moet wel gehoord worden, maar of ze daar stil bij staan? Waarschijnlijk zijn ze puur afzender-gericht. Ze willen gewoon uit volle borst zingen. …








