Na de eerste nachtvorstnacht doen we een rondje Lauwersmeer. Aan de oostkant is een nieuw uitkijktorentje verrezen en daar klimmen we op. Vanuit een onbewolkte hemel glinstert de zon over de velden en plassen waar een laagje rijp en een vliesje ijs op ligt. Prachtig is het, en een frisse neus is gauw gehaald. …
Er verscheen afgelopen week midden op de dag een fraaie regenboog, toen heftige buien werden afgewisseld met felle zon, en de stralend blauwe hemel werd verduisterd door donkergrijze wolken.
Voor een regenboog is de combinatie van zon en regen nodig. Hoe lager de lichtbron, des te hoger de kleurenboog. Regenbogen vallen ’s zomers overdag minder op, omdat de zon dan hoog staat en de boog vlak boven de horizon ligt. ’s Winters staan regenbogen ook midden op de dag hoog. …
Nu vogelvriend en ik in Appingedam zijn, kunnen we net zo goed even in Delfzijl zoeken naar de Humes bladkoning die daar gezien is. Een ‘gewone’ bladkoning is al een zeldzame vogel uit het verre oosten, waarvan er iedere herfst in Nederland wel enkele opduiken. Het worden er geleidelijk meer, kennelijk is het goed broeden in Siberië. Een Humes bladkoning is nog zeldzamer. …
Vriend en ik waren in Oost-Groningen om vogels te kijken, uit te waaien en bij te praten. Op internet had ik gezien dat er een ringsnaveleend zat in een vijver in Appingedam. Ik moest de ringsnaveleend in mijn boek opzoeken; ik wist niet wat voor eend het was.
Een ringsnaveleend is een kuifeend zonder kuif en met twee witte ringen over zijn grijze snavel. Dat snavelgrijs is iets donkerder dan het staalblauwgrijze van de kuifeendensnavel. Nu hebben kuifeenden hun kuif vaak plat achterovergekamd, zodat ie niet opvalt. Ringsnavel- en kuifeendwoerden lijken sprekend op elkaar. De vrouwtjes zijn nog moeilijker te onderscheiden en zelf tonen ze ook wel belangstelling voor woerden van de andere soort. …
Een vriend en ik gaan naar de Eemshaven in Oost-Groningen. We leunen tegen een horizontaal striemende hagelstorm. Tussen de buien door kijken over de door de opgezweepte vloed krimpende kwelder.
Daar zeilen meeuwen voorbij. Gaandeweg ontdekken we meer gevederd leven. Over de kwelder scharrelen bergeenden, witte vlekjes die in de felle zon oplichten tussen de donkere planten. Erachter steken wadende scholeksters en dobberende eenden juist donker af tegen het zeewater van de Eems. Enorme schepen schuiven door de achtergrond. …
Toen ik mijn boek (over) De Spreeuw schreef, speelde ik even met het idee alle circa 110 spreeuwensoorten van de wereld in het wild te gaan zien. Het enorme gereis dat dat zou vereisen, deed me ervan afzien. Er zijn spreeuwen die uitsluitend op afgelegen eilandjes voorkomen.
In Europa komen drie soorten spreeuwen voor, in Azië een stuk meer en Afrika spant de kroon. Ik ben meermaals in Afrika geweest en heb daar behalve amethistspreeuwen en lelspreeuwen zowat twintig soorten glansspreeuwen gezien. Dat heb je trouwens al snel in Afrika. Wij hebben één graszanger, zij hebben er twintig. De glansspreeuwen zijn prachtig. Ze overtreffen onze spreeuwen in blauwe, groene en paarse glans. In Tanzania zie ik ze weer eens. …
Toen ik over neushoornvogels in Tanzania schreef, wist ik
dat ik verontwaardigde reacties zou krijgen op mijn vliegreis. Ook als ik de
trein neem naar Italië, wordt mij verweten dat ik zoveel vlieg. Dat komt
doordat ik over natuur schrijf. Als ik over computers zou schrijven, zou het
niemand boeien hoe (vaak) ik mij verplaatste.
De kerstvakantie bracht ik door in Tanzania, met mijn kinderen. We zaten een paar dagen in een natuurreservaat, stonden zes uur op, zochten vogels en andere dieren, schoven rond tien uur aan voor het ontbijt, en gingen van vier uur tot zonsondergang nog eens op stap. Zo waren wij tegelijk met de dieren wakker, en misten we de middaghitte en de drukte van dagjesmensen, terwijl we het fraaie ochtend- en avondlicht zagen.
De recente scheepslading afval in zee is vreselijk. Nou ligt
het strand ook zonder scheepsrampen al vol plastic en ander afval. Zelfs op de
meest afgelegen stranden vind ik iedere vijf meter een fles, zak, ballon, pakje
of blikje. Voorlichting en alarmerende natuurdagboeken bevestigen degenen die
hun troep toch al netjes in een prullenbak gooien, er wordt geen wegwerpmens
door op andere gedachten gebracht.
In de Amsterdamse Waterleidingduinen gaat het slecht met de
bosuilen. Dat komt doordat in de duinen, voor zover niet kaal geknabbeld door
damherten, driftig wordt houtgehakt. Ik vind het een prachtig gebied, maar
waarom er telkens bomen wegmoeten? Het is ook Henk Jan Koning een doorn in het
oog. Koning inventariseert er roofvogels en uilen. ‘De eigenaar krijgt subsidie
voor het verwijderen van Amerikaanse vogelkersen. Prima om die exotische
woekeraars te bestrijden, mits met een handzaag. Hier gebeurt het machinaal, en
het zogenoemde na-beheer vindt zelfs in het broedseizoen plaats! Dan pakken ze
met groepen vrijwilligers grote oppervlakten aan, om de overgebleven
vogelkersen te verwijderen. Dat geeft veel verstoring.’