Het is mei, en mei is de maand van de meikevers. Ik herinner me dat ik als kind tegen mijn vader zei dat ik nog nooit een meikever had gezien. Dat vond hij bespottelijk; in de lente wemelde het van de meikevers, zei hij. Hij nam me mee om meikevers te zien. Het lukte niet. Sindsdien heb ik soms een meikever in Nederland gezien, maar zo algemeen als in mijn vaders jeugd zullen ze niet gauw meer worden. Maar in het buitenland zijn ze algemener, en iedere lente sturen Trouwlezers me wel enkele foto’s, met de vraag welke buitenissige reuzenkevers ze tijdens de meivakantie hebben gezien. …
Veel libellen kruipen pas als larve langs een waterplant uit het water, als dat water is opgewarmd door de zomerzon. In juli en augustus vliegen de meeste libellen. Libelles bestaan ook, dat zijn tijdschriften. Enkele libelsoorten zijn in mei al paraat en een van de eerste is de glassnijder, een libel uit de familie van de glazenmakers. …
Met een groep Trouwlezers wandel ik over Schiermonnikoog. We fotograferen Sint-Jacobsvlinders en kleine vuurvlinders, snuiven de geur op van watermunt, meidoorn en zeealsem, horen rugstreeppadden, vinden schelpen en kijken naar vogels. …
Het is mei en op Schiermonnikoog bloeien de mei-orchissen, ook wel brede orchissen genoemd. Ik ben op het eiland met veertien Trouwlezers, om hen het eiland te laten zien. Ik heb orchideeën beloofd, dus die mei-orchissen komen als geroepen! De algemenere rietorchissen lijken erop, maar bloeien nog niet, wat de determinatie gemakkelijker maakt. …
Toen het warm was en ik buiten koffie dronk, zweefde er een bijtje over mijn terras. Het was maar een halve centimeter lang en snorde laag over de tegels. Soms nam het even plaats bij een holletje tussen de tegels. Er waren nogal wat van die holletjes en misschien hoopte de bij dat ze tussen de holletjes een bijennest aantrof om een eitje bij te leggen. Dat doen sommige bijensoorten. Ik heb meestal wel graafbijtjes tussen de tegels, maar nu waren er alleen mierennesten. Onvoorstelbaar hoeveel zand die mieren al naar boven hadden gezeuld. …
In weidevogelparadijs de Ripen in Friesland laten de meeste Nederlandse weidevogels zich zien en horen. Kieviten, grutto’s, wulpen, scholeksters, snippen, kluten, winter- en zomertalingen, slob-, krak-, kuif-, berg- en wilde eenden, kokmeeuwen, kwartels, witte en gele kwikstaarten, graspiepers en veldleeuweriken, boerenzwaluwen, kneutjes, grauwe en Canadese ganzen delen de honderd hectare met heldere sloten doorregen, modderig grasland. …
Op een zonnige lentemorgen neemt veldbioloog annex ecologisch adviseur Klaas Jager mij mee naar een weidevogelparadijsje waar hij al twintig jaar de broedvogels telt. En dat zijn er nogal wat. In de Ripen, ruim honderd hectare grasland bij het Koningsdiep in Zuidoost-Friesland, gonst en knettert het van de weidevogels. Grutto’s scheren over en buitelen gruttoënd door de lucht, wulpen mengen zich riedelend, tureluurs, kieviten en veldleeuweriken dragen bij aan het lentegeluid en overal vliegen eenden van uiteenlopende pluimages.
“Tachtig paar grutto’s, dertig paar watersnip, dertig paar slobeend op honderd hectare”, somt Klaas op. Voor Nederland zijn dat ongekende aantallen. De meeste vogels zitten nog op de eieren en houden zich gedeisd, maar sommige kieviten en grutto’s vliegen alarmerend boven ons; die hebben al jongen. Soms snort een watersnip tjikkerend op, om zich blatend als een hemelgeitje terug te laten vallen. Dat geblaat doen ze met hun staartveren, het getjik met hun keel.
De Ripen zijn een enclave tussen doodse groene velden. Staatsbosbeheer houdt er het grondwater hoog wordt, zodat de sloten vol staan en de bodem zacht is; daar kunnen lange dunne snavels in prikken. ’s Zomers wordt er gemaaid en graast er vee.
Als twee kraaien zich boven de weidevogelweiden wagen, stijgt er meteen een luchtmacht op van onder meer zeven grutto’s. De kraaien weten niet hoe snel ze zich uit de vleugels moeten maken. Zelfs de havik die passeert laat zich verjagen.
‘Die broedt in dat bosje verderop’, weet Klaas. ‘Dat stamt net als dit weidevogelreservaat uit de jaren ’70, ter verzachting van het verwoestende effect van ruilverkaveling en industriële landbouw. Maar dat een bos slecht combineert met weidvogels, besefte men niet. Van alles wat, was het idee. Die versnippering is funest. Dit gebiedje is te klein om de kaalslag in de wijde omgeving te compenseren.’
Twintig jaar geleden broedden hier nog tweehonderd paar grutto’s, tweeënhalf keer zoveel als nu. Ik neem voor de zekerheid het gelukkig makende geluid op: ‘grut o grut o grut!’
Kleine wintervlinder rupsjes. Foto Koos Dijksterhuis
Veldbioloog annex ecologisch adviseur Klaas Jager uit Jonkersland laat mij een paar natuurgebiedjes zien langs het Koningsdiep in Zuidoost-Friesland. Ik ben er eerder geweest, jaren geleden. Het dal van het Koningsdiep is vochtig van schoon, ijzer- en kalkhoudend kwelwater. Van stroomop- tot -afwaarts zijn er eikenbossen, struwelen, blauwgraslanden, vochtige graslanden… een liefhebber van bloemen, insecten en vogels komt hier ogen te kort. En oren. …
In mijn tienjarige loopbaan als natuurdagboekanier kreeg ik twee keer een lezersvraag over een merel met een witte streep op zijn borst. Beide waarnemingen werden begin mei gedaan, midden in de tijd dat beflijsters door Nederland trekken. April en mei is hun trektijd.
Beflijsters zijn zwarte lijsters met zilvergrijze vleugels en een opvallend witte borstband. Ze hadden beter borstlijsters dan beflijsters kunnen heten; dat is misschien zelfs een kuisere naam. Hoewel dominees vanouds een witte bef op hun zwarte toga droegen; een behoorlijk kuise dracht. …
Oranjetipje op pinksterbloem Foto Koos Dijksterhuis
De bloei van pinksterbloem en look-zonder-look is op zijn hoogtepunt. Look-zonder-look heet look omdat het naar ui ruikt en heet zonder-look omdat het geen familie van de uien is. Pinksterbloemen heten pinkster, hoewel ze slechts zelden tijdens Pinksteren uitbundig bloeien. Ze hadden beter paasbloem kunnen heten. Het is zelfs de vraag of ze dit jaar, met een laat begin van de lente en een vrij vroeg vallend Pasen en dus Pinksteren, tijdens dat weekend nog bloeien. …