Natuurdagboek 2016
Vroege boleten, vege tekenen

Vroege boleten, vege tekenen

Eekhoortjesbrood. Foto Koos Dijksterhuis
Eekhoortjesbrood. Foto Koos Dijksterhuis

Begin juli vond ik op een gemaaid grasveld met enkele beukenbomen paddestoelen met dikke, scheve, slijmerige hoeden op rondborstige stelen. Echte zwammen, die in het bos van Olivier Bommel hadden kunnen groeien. Het waren boleten, van een minder geheimzinnige soort dan ze leken: eetbare boleten waren het, beter bekend als eekhoorntjesbrood.

Deze exemplaren leken me niet lekker meer, oud en verweerd als ze waren. Die moeten er in juni al geweest zijn. Boleten als eekhoorntjesbrood kunnen in vochtige zomers reeds hun hoeden opzetten, maar juni is wel vroeg. Het was dan ook een nat begin van de zomer.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Fuut met jongen en tenen

Fuut met jongen en tenen

Fuut voert jongen. Foto Koos Dijksterhuis
Fuut voert jongen. Foto Koos Dijksterhuis

De futen hebben vier grote jongen, al zijn die nog jeugdig gekleed in hun gestreepte hansopjes. Maar op de rug van papa of mama meevaren, lekker warm onder de oudervleugels, is er niet meer bij. Piepend zwemmen ze achter moeder of vader aan, als die een vis gevangen heeft. “Voer mij, voer mij!” Ze krijgen de vis ook wel, maar niet zomaar. Ze krijgen een training in zelfvoorziening.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Spookachtige engelen

Spookachtige engelen

Engelwortel. Foto Koos Dijksterhuis
Engelwortel. Foto Koos Dijksterhuis

Angelica archangelica heet hij in wetenschapslatijn: engelachtige aartsengel. Hoe engelachtig kan een engel zijn? De grote engelwortel, zoals ie in het Nederlands iets minder, maar toch nog behoorlijk engelachtig heet, leerde ik als vijftienjarige jongen kennen in de Nieuwkoopse plassen. Daar verbleven wij een lang weekend met de natuurclub en werden mij moeras-, water- en oeverplanten aangewezen.

De engelwortel sprak mij wel aan vanwege zijn forse postuur – engelwortel kan wel tweeënhalve meter hoog worden – en ronde schermbloemen. Die bolle bloemen maken engelwortels gemakkelijk te onderscheiden van bijvoorbeeld bereklauw, watereppe, fluitekruid en andere schermbloemigen. De stengels kunnen roodbruin kleuren.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bijen op de bloemen

Bijen op de bloemen

Behangersbij Megachile sp. en Groefbij Lasioglossum sp. Foto Koos Dijksterhuis
Behangersbij Megachile sp. en Groefbij Lasioglossum sp. Foto Koos Dijksterhuis

Het zoemt in mijn tuin zoals je het niet vaak meer hoort zoemen. Op de gele bloempjes van jacobskruiskruid is het een komen en gaan van bijen en zweefvliegen. Er zijn kleine bijen met een oranjerode buik en nog kleinere bijen, zwart met dunne dwarsstreepjes.

Op de foto zit een behangersbij, waarschijnschijnlijk een tuinbladsnijder. Behangersbijen knagen blaadjes in stukjes en bekleden met die blaadjes hun nestholte. Ze gebruiken er ook wel bloemblaadjes voor, zodat het een fleurig nestje kan worden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Reddend zwemmen

Reddend zwemmen

De bastaardweekschildkever Anthocomus coccineus. Foto Jeanette Essink
De bastaardweekschildkever Anthocomus coccineus. Foto Jeanette Essink

Als ik zwem, voel ik de neiging te water geraakte, spartelende insecten te redden. Daar is meestal geen beginnen aan. Meestal red ik een paar zweefvliegen, bijen en vlinders en daarna hebben ze pech. Voor de vissen zijn ze welkome versnaperingen, sus ik mijn schuldgevoel.

Het spiegelgladde water van het meer wordt verstoord door mijn boeggolf en mijn geklots. Ik zwem een meer over. Ik ben geen goede zwemmer, ik heb niet eens een diploma. In de acht jaar dat ik op de zweterige tribune naar de zwemlessen van mijn kinderen keek, leerde ik sommige badmeesters een beetje kennen. Eén ervan, een vriendelijke Irakees, nodigde mij een keer in een les uit.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zomertuin

Zomertuin

Jakobskruiskruid in de tuin. Foto Koos Dijksterhuis
Jakobskruiskruid in de tuin. Foto Koos Dijksterhuis

In mijn verwilderde tuin zijn geel nagelkruid, oranje havikskruid en grootbloemige hertshooi uitgebloeid. Valeriaan en teunisbloem sputteren nog na. Nu zijn brunel, bosandoorn en moerasandoorn aan de beurt. Geel havikskruid is nog niet zo ver. Ik struin door het grasveldje en telkens springen bruine kikkers voor me weg. Ik trek paardebloemen en kleine wilgeroosjes uit en maai en hark het ruigste deel van het gras, om enkele pollen ooievaarsbekken heen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vroege duik

Vroege duik

Duinmeer. Foto Koos Dijksterhuis
Duinmeer. Foto Koos Dijksterhuis

Als één van ons vroeg wakker wordt en het mooi weer is, zullen we voor dag en dauw naar het duinmeer. Om zes uur word ik wakker. Geliefde kreunt dat het geen mooi weer is, maar achter de gordijnen gluurt de morgenzon vanuit een wolkenloze hemel. Het daagt in het oosten, het licht schijnt onverbiddelijk.

Uit de veren, op de fiets, sloffen door het zand. Hoewel het strandje dagelijks schoongemaakt wordt, liggen er de onvermijdelijke plastic flesjes en zelfs een spuitbus deodorant. We gooien de troep in een vuilnisbak. Terwijl ik het kraakheldere meer steeds hoger tegen mijn benen voel prikkelen, zie ik op de bodem een bierfles staan. Het losgeweekte etiket ligt er naast.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Graafwesp, zeefwesp

Graafwesp, zeefwesp

Bleke zeefwesp. Foto Koos Dijksterhuis
Bleke zeefwesp. Foto Koos Dijksterhuis

Tussen de stenen van mijn terras verschijnen zandhoopjes. In sommige zit een gat. Er vliegt een graafwespje bij. In een natuurtuin, hoe klein ook, krijgt een mens ook nooit rust. Wil ik even in de zon zitten, vliegen er interessante holbewoners rond…

Het zijn kleine wespen, met geel-zwart streeplijf en een vervaarlijke puntbips. Ik zit klaar met camera. Het duurt minuten voordat er één een holletje inglipt. Ik kniel en zet de camera scherp op het holletje. Daar beweegt wat. Ja een wespensnuit. De wesp blijft een tijdje naar buiten gluren en smeert hem dan toch nog onverwachts. Te laat afgedrukt. Wespen fotograferen is een vak apart.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Rosse grutto’s en andere wereldreizigers

Rosse grutto’s en andere wereldreizigers

Rosse grutto’s op de toendra Foto van Jan van de Kam uit Reisvogels
Rosse grutto’s op de toendra Foto van Jan van de Kam uit Reisvogels

Rosse grutto’s, die broeden in Alaska, reizen elfduizend kilometer naar hun winterverblijf op Nieuw-Zeeland. Ze overbruggen die afstand in één ruk. Ze vliegen ruim twee keer zo ver als biologen voor mogelijk hielden. Dat lukt doordat ze handig gebruik maken van rugwinden. Ze zoeken vliegroutes en –hoogten waar de gewenste wind waait. Voor de reis slaan ze precies genoeg vet op. Hun vliegspieren groeien, maag en darmen krimpen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zwart-witte spoken

Zwart-witte spoken

Kleine mantelmeeuw. Foto Koos Dijksterhuis
Kleine mantelmeeuw. Foto Koos Dijksterhuis

Als ik in Haarlem logeer, en ik logeer daar vaak, word ik iedere ochtend rond vijf uur wakker van de meeuwen. Op de Haarlemmer daken ontwaken dan de kleine mantelmeeuwen en die begroeten elkaar met elan. Wat een volume hebben die beesten!

Even later beginnen ook de zilvermeeuwen. Die lachen en kakelen met hun kop in de nek. Zilvermeeuwen zijn luidruchtige geluidskunstenaars, maar kleine mantelmeeuwen overschreeuwen hen. Schreeuwen? Nee, meeuwen schreeuwen niet. Ze krijsen ook niet. Als u iemand “krijsende zeemeeuwen” hoort zeggen, weet u één ding zeker: de bron van deze informatie weet niets van vogels, laat staan van meeuwen. Zeemeeuwen bestaan trouwens niet.

Lees Meer Lees Meer

DELEN