Natuurdagboek 2015
Roze reus

Roze reus

Roze pelikaan. Foto Koos Dijksterhuis
Roze pelikaan. Foto Koos Dijksterhuis

In Callantsoog zit een pelikaan. Een roze, ook wel witte pelikaan genoemd. Hij zit er al sinds eind oktober. Vogelaars stroomden toe om de enorme vogel af te vinken op hun vinkenlijst. Nu komt er geen vogelaar meer, de pelikaan lijkt blij met de onverwachte aandacht van drie bezoekers. Ik ben met twee oude vrienden aan het vogels kijken in Noord-Holland.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bloemen van Aäron

Bloemen van Aäron

Aronskelk. Foto Koos Dijksterhuis
Aronskelk. Foto Koos Dijksterhuis

In het bos zag ik aronskelken bijna bloeien. In mijn tuin bloeien ze nog niet bijna. Wel tiert hun blad welig. Die bloemen fascineerden mij als kind al. Ik vond ze niet zozeer mooi, als wel apart, met die bekervormige bloem en die op een rups lijkende bloeikolf. De bloemen roken niet lekker, ze stonken. En ze stinken nog steeds.

Over smaak valt te twisten, maar dat smaken verschillen, staat wel vast. Vliegen vinden aronskelken juist heerlijk geuren. Nu vinden vliegen wel meer dingen onweerstaanbaar aantrekkelijk, die wij juist walgelijk vinden. U denkt nu natuurlijk direct aan de stinkzwam.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Muziek van de nachtegaal

Muziek van de nachtegaal

Nachtegaal Foto1 Harvey van Diek ndb do7.5.15
Nachtegaal, foto: Harvey van Diek.

Schubert, Beethoven en Mendelssohn maakten hun luisteraars wijs dat sommige van hun composities door de nachtegaal geïnspireerd waren. Ook Léo Delibes en Albert Roussel deden of ze een nachtegaal naspeelden. De eerste, een romantische componist uit negentiende-eeuws Frankrijk, maakt er een liefdeslied van, met een afloop in mineur. De nachtegaal mag dan elk jaar terugkeren, de liefde gaat voorbij, meende hij. Nachtegalen gaan gemiddeld echter slechts twee jaar mee. Daar had Delibes vast van opgekeken.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De klonen van de paardenbloem

De klonen van de paardenbloem

Paardenbloemen. Foto Koos Dijksterhuis
Paardenbloemen. Foto Koos Dijksterhuis

Paardenbloemen zijn dé bloemen van april en begin mei. Geleidelijk aan veranderen de geel bespikkelde velden en bermen velden en bermen met zilvergrijze pluizenbollen.
Ook mooi.

In de tuin zijn paardenbloemen niet weg te krijgen. Jarenlang voerde ik de bladeren aan de konijnen en cavia’s, maar die zijn dood. Ze konden er trouwens niet tegenaan knagen. Zo dol waren ze trouwens niet op paardenbloemblad. Paardenbloemen heten tenslotte ook geen konijnen- of caviabloemen.Liever aten onze kleine grazers het klaverblad, dat op het verschralende gras steeds talrijker werd.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vogelen in de kop van Noord-Holland

Vogelen in de kop van Noord-Holland

Dwergmeeuw, foto Koos Dijksterhuis
Dwergmeeuw, foto Koos Dijksterhuis

Met een paar oude vrienden ga ik vogels kijken. Dit keer valt de kop van Noord-Holland in de prijzen. Ik stel een dagje soortenjagen voor: op internet kijken waar zeldzaamheden gezien zijn en proberen ze te vinden.

We spreken af in Medemblik, bij de Amerikaanse oeverloper. Dat is de Amerikaanse neef van onze eigen oeverloper. Oeverlopers lopen met wippende staartjes langs de oever. De Amerikaan heeft geen witte, maar een gevlekte buik. We zien hem niet, maar dat geeft niks, want dankzij de ongeziene zeldzaamheid ontdekken we een mooi gebied langs het IJsselmeer.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Rouwmantel met gouden rand

Rouwmantel met gouden rand

Rouwmantel. Foto Koos Dijksterhuis
Rouwmantel. Foto Koos Dijksterhuis

De rouwmantel is een prachtige vlinder die tot vijftig jaar geleden in Nederland voorkwam. Soms zwerven rouwmantels nog vanuit Zuid-, Noord- of Oost-Europa ons land in. In 1995 en in 2006 kwamen er zelfs zoveel rouwmantels, dat er van een invasie gesproken werd. De vlinders kunnen in holle bomen of andere beschutte ruimtes overwinteren en vliegen dan in april en begin mei weer rond.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Het Twiske rond

Het Twiske rond

Krentenboompje. Foto Koos Dijksterhuis
Krentenboompje. Foto Koos Dijksterhuis

Metgezel en ik wandelen om het Twiske, een in de weilanden ingericht recreatiegebied bij Oostzaan. Rondlopend blijven we op het dijkje, en hebben we een aardig uitzicht. Het is een zonnige vrijdag, er zijn wandelaars, fietsers en hondenuitlaters. De eerste bootjes pruttelen voorbij.

Metgezel zou wel eens een blauwborst of een ijsvogel willen zien, en de kans op deze kobaltblauwe schoonheden is groot. Maar als je rekent op vogels waarop de kans groot is, zie je ze vaak niet.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Rietzangers en rockende gorzen

Rietzangers en rockende gorzen

Rietzanger. Foto Koos Dijksterhuis
Rietzanger. Foto Koos Dijksterhuis

Het wemelt van de rietzangers in de rietkragen langs de veenweiden bij Den Ilp, Waterland. Vlak boven Amsterdam is het oude, Hollandse cultuurlandschap nog aardig intact. Zo intact, dat je er vanuit het bezoekerscentrum alleen per bootje inkunt, op een korte wandeling na, deels over een houten brug, heen en weer naar een vogelkijkhut.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Klevers en kruipers

Klevers en kruipers

Boomklever. Foto Jeanette Essink
Boomklever. Foto Jeanette Essink

In het loofbosje waar ik wandel zijn de boomklevers in de weer met elkaar versieren, verjagen, met territoria en boomholten. Ik zie ze soms achterelkaar aan vliegen door de kale kruinen van enorme beuken. Ik zie er af en toe een langs een stam omhoog kleven. Blauwgrijze rug, oranje buik, zware zwarte snavel. Een boomklever heeft wel wat van een ijsvogel. Maar een ijsvogel zal nooit tegen een boomstam opklimmen. Een boomklever wel.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Canadezen

Canadezen

Canadese (l.) en grauwe gans. Foto Koos Dijksterhuis
Canadese (l.) en grauwe gans. Foto Koos Dijksterhuis

Canadese ganzen kwamen begin jaren ’50 in Nederland en zagen dat het goed was. Ze kwamen over de Noordzee aangevlogen uit Scandinavie en Engeland, waar ze uitgezet waren of ontsnapt uit parken. Toch moesten ze nog 25 jaar wachten voor ze zich ongebreideld konden voortplanten, want eerst werden ze bejaagd.

In 1987 werd de ganzenjacht gestaakt. Tien jaar later broedden er in Nederland een paar honderd koppels. Nu zijn dat er een paar duizend. Waren ze vijftien jaar geleden een bezienswaardigheid, nu zijn ze overal.

Lees Meer Lees Meer

DELEN