De lentebloeiers bloeien voor de tweede keer. In mijn tuin is een pol narcissen bevroren en doodgegaan, nog voordat er een sprankje geel te zien was. Maar de meeste overleefden het wel en staan op uitkomen. Sneeuwklokjes, krokussen, winterakonieten en dwerghyacinthjes kleuren perken en grasvelden wit, paars, geel, blauw.
Krokussen zijn er in tientallen varianten. De meeste stammen af van wilde krokussen uit Turkije, sommige uit andere mediterrane landen, enkele uit Midden-Europese gebergten. Er zijn witte, gele, paarse, er zijn herfst- en lentebloeiers. Het is mogelijk van september tot april bloeiende krokussen in de tuin te hebben. …
Rob Schouten stelde zich maandag in Trouw de vraag, waarom bewustzijn aan de mens voorbehouden is. Bewustzijn moet geëvolueerd zijn, omdat het voor mensen voordelen had. ‘Waarom zou het voor dieren niet nuttig zijn?’ vraagt Rob zich af.
Apen, duiven, dolfijnen en olifanten blijken zichzelf in de spiegel te herkennen. Kraaien en zelfs kakkerlakken kunnen soms verrassend strategisch handelen, al beweerde Descartes nog zo stellig dat dieren redeloze machines zijn. Nochtans lijken mensen stukken bewuster van zichzelf en hun omgeving dan andere zoogdieren. Voor andere dieren zou bewustzijn ook nuttig kunnen zijn. Voor mensen zou ook van alles nuttig kunnen zijn: klimmen als slingerapen, zwemmen als dolfijnen en vliegen als vleermuizen. Toch evolueerde de mens niet tot vlieger en de vleermuis niet tot boekhouder. Evolutie werkt niet volgens vooropgezet plan.
Bewustzijn heeft ongetwijfeld voordelen, al zijn die nog niet zo eenvoudig te benoemen. In de evolutie gaat het bovendien om voordelen die de voortplantingskansen verhogen. Het groepsgewijs imiteren van een goeroe zou tot verruiming van het zelfbewustzijn kunnen leiden, maar bevordert het de overlevingskansen? Misschien, het tegendeel is niet te bewijzen. Wat is bewustzijn eigenlijk? Het besef dat je bestaat en het besef waar de grens ligt tussen jou en de omgeving? Zoiets is het. Het vereist vermoedelijk een behoorlijk ontwikkeld denkvermogen. …
Ik heb de ramen gelapt. Ramen lappen doe ik vrijwel nooit. Als ik het dan eens doe, heb ik veel meer eer van mijn werk. Er komt vanzelf een evenwicht tussen afslijtend en bijkomend vuil. Zelfs de vetste vogelflats slijt vanzelf.
Zeker in de lente is met ramen lappen terughoudendheid geboden. In de lente stromen lezersvragen binnen over merels, roodborstjes en mezen die tegen het raam tikken. Mensen vinden dat aandoenlijk. Tik tik tik, laat mij erin. Maar ze willen niet lief naar binnen voor een kruimeltje, de vogels bestrijden hun spiegelbeeld. De kans op spiegelgevechten is kleiner met troebele ramen. …
Twee vaste klanten van mijn vogelvoer zijn groenlingen. Man en vrouw. Mannetje heeft meer groen en geel dan vrouwtje. Beide hebben een vrij forse vinkensnavel en een geprononceerde wenkbrauw. Die wenkbrauw zou je ook het voorhoofd kunnen noemen. Ik zit ze vanuit de woonkamer te bekijken door de verrekijker en ze kijken me soms frontaal aan, zodat wenkbrauw annex voorhoofd goed te zien is. En die snavel, forser dan van een gewone vink, maar minder fors dan de zaadmolen die een appelvink aan zijn snuit heeft hangen. …
Van de week was er een natuurfilm op televisie, waarin David Attenborough als een detective de moord op een gazelle onderzocht. Wie is de dader? Ik heb de film niet uitgekeken. Al dat infrarode gedoe erbij, niks voor mij.
In natuurmuseum Naturalis in Leiden is vanavond van alles te horen en te zien over bio-art, levende kunst, met onder anderen een mediatechnoloog die vertelt over de nieuwste trend: levende organismen in computergames. …
Vrijdag barstte rond mijn huis in Groningen de lente los. Aan het eind van de middag knipoogde de avondzon even door de wolken, ging de wind liggen en werd het een kakofonie van mezen, groenlingen, een zanglijster en merels.
Merels. Weinig vogels zijn zo algemeen bekend en geliefd als merels. Ze zijn talrijk, vooral in tuinen, waar ze niet zo schuw zijn als bosmerels kunnen zijn. Integendeel, tuinmerels laten zich goed zien en horen. En ze zingen een mooi, melancholiek lied, dat goed past bij de vallende avond. …
Het aardige van twee weken sneeuw, ijs en snijdende oostenwind, is dat je na afloop echt het idee krijgt dat de lente voor de deur staat. Dat de lente al begonnen was, vergeet je zomaar weer. De zon wint aan kracht, het daglicht aan lengte. Op Schiermonnikoog roepen tureluurs over het wad, baltsen buizerds boven het Eerste Dennenbos en scholeksters boven de kwelder. Toch houden winterse taferelen er de overhand. Een blauwe kiekendief steekt voor onze neus het kronkelpad door de duinen over, laag boven het gras. Er leven veldmuizen onder het gras, dat te lang is voor de roofvogel. Ze, het is een vrouwtje, ziet de muizen niet, ze hoort ze scharrelen. …
We maken een wandeling om de west. Om de west wandel of fiets je voor zover ik weet alleen op Schiermonnikoog. Vanuit het dorp lopen de Oosterreeweg uit, langs het restant houtwal van bejaarde dennen. Die dennen hebben de uitbreidingskoorts van Schier overleefd, dankzij buurtprotest. Het kappen van bejaarde bomen houdt niet veel mensen wakker, tenzij het hun uitzicht betreft. Hoewel de twee hoogste bomen in bungalowpark De Monnik, twee joekels van abelen, omgezaagd worden, ongetwijfeld met instemming van aanwonenden die in de zomer last hadden van schaduw en in de herfst van bladeren en anders wel een risico op omvallen weten aan te voeren. …
Dat de gekweekte kamperfoelie minder geurt dan de wilde, vind ik geen aanbeveling. De geur van kamperfoelie maakt zoele lente- en zomeravonden nog zoeler. Kamperfoeliebloemen geuren ’s avonds sterker dan overdag. Zoals er nachtvlinders zijn, zijn er nachtbloemen en kamperfoelie is daar één van. Maar nu bloeit kamperfoelie nog niet. Wel schiet het blad tevoorschijn. Je ziet de plant groener worden. Als de winterzon erdoor schijnt, belooft dat frisse, prille groen de lente. …
Mij is carnaval niet met de paplepel ingegoten. En carnaval valt of staat met de paplepel. Wie het ingegoten kreeg, zou er z’n baan voor opzeggen. Wie niet, die vindt het dom gedoe. Ik niet. Ik heb niets tegen, niets met carnaval. Feesten is een goede gewoonte en een verkleedpartij is nog beter. Toch heb ik nooit carnaval gevierd, hoewel ik tijdens drie carnavals in Eendegat en Oeteldonk woonde. …