Wat hebben boswachter André Donker, wildkoker Michiel Bussink, tekenaar Henk van Ruitenbeek en reisleider Just Walter gemeen? Ze maakten met tientallen anderen een natuurscheurkalender.
Ik verbaas me begin december altijd over hoeveel scheurkalenders er zijn. Een kast vol bij de boekhandel. Kennelijk zijn scheurkalenders populaire cadeaus. Toch zie ik weinig wc’s met scheurkalender. Het kan zijn dat men ze op de slaapkamer hangt, je weet het niet. …
In onze ijver brandjes te blussen, richten we soms meer schade aan dan de brand zelf. In april werd brand gesticht in de duinen bij Bergen. De brandweer rukte uit. ‘Overal waren brandweerlieden bezig met slangen, scheppen en motorzagen’, schrijft mierenonderzoeker Peter Boer in het laatste nummer van KNNV-blad Natura. ‘Tractors met loodzware giertanks en brandweervoertuigen crossten door het gebied, brede sporen achterlatend. Om nog maar te zwijgen van de chaos die de graafmachines teweeg brachten.’ …
Steenuilen zijn kleine uiltjes op buitensporig hoge poten. Daarmee kunnen ze door het gras rennen, om op merelmanier regenwormen te grijpen. Steenuilen zijn vogels van rommelige erven. Ze broeden graag in boomholten (vooral in knotwilgen) en in vervallen schuren. Holle knotwilgen en vervallen schuren zijn er niet veel meer en de steenuilen hadden het nakijken. Ze gingen achteruit, tot uilenwerkgroepen overal nestkasten ophingen. In Friesland en Groningen kwamen die kasten te laat. Daar waren nauwelijks nog steenuilen. Behalve nestruimte was ook het voedselaanbod nijpend. …
Met geneesmiddelen denkt de Europese landbouwcommissie iets te kunnen doen aan de massale bijensterfte van de afgelopen jaren, las ik in Trouw. Bij honing denk ik aan korven en kasten bij bloemenweiden, aan natuurproducten en ecowinkels. Ten onrechte, zo haalden verschillende imkers me uit de droom. Varroamijten en andere aandoeningen worden bestreden. Met honderden overwinteren de bijen op een warme kluit, dus als daar iets besmettelijks opduikt, gaan ze er allemaal aan. …
Simon Buschman schrijft tanka’s, vijfregelige versjes, zonder rijm of vast metrum. Het zijn natuurimpressies, waarbij Simon schaduwsporen verzamelde. Hij vroeg mij ook om schaduwsporen. Een schaduwspoor is kort proza, geïspireerd door een tanka. Tanka stamt net als haiku uit Japan. Haiku vind ik vaak gemakzuchtige poëzie, waarin pretenties van gevoeligheid niet waargemaakt worden. Maar dat kan ook anders, bleek bij lezing van Buschmans verzen, die sober en beeldend geschreven zijn. …
Als ik op bezoek ga bij natuurvorser Jeanette Essink, heeft ze net een jong egeltje gevonden. Het hield zich bovenop een steile kanaaloever in wankel evenwicht. Het zou eraf rollen en verdrinken. Jeanette gaf het een lift in een tas met een handdoek en een bakje kattenvoer. Het egeltje ziet er koddig uit.
We brengen het beestje naar mevrouw Geselschap in Havelte. Met haar man bewoont ze een boerderij uit 1860. ‘Dit was vroeger de woonkamer’, zegt ze. Het is nog steeds de kamer waar de Geselschappen wonen, met hun kat en twee windhonden, maar nu wonen ze in bij tientallen caviahokken die de stoelen, tafels en vloer bezetten. In elk hok zit een egel. Jeanettes egeltje kruipt monter rond op mevrouw Geselschaps schoot. ‘Deze is niet miserabel’, zegt mevrouw Geselschap, ‘vaak zijn ze uitgehongerd als ze hier komen.’ Ze voelt even. ‘Hij heeft een rond buikje en het is een mannetje.’ …
Jeanette Essink snoeft over zwermen winterjuffers langs de houtwallen op het terrein van de Drentse waterleidingmaatschappij. Noordse winterjuffers en bruine. Ik wil ze wel eens zien, maar de zon blijft verstopt boven dichte mist. De enige juffer die zich laat zien, is Jeanette zelf. Tussen de houtwallen liggen hooilanden. Ik ben hier vaker geweest met Jeanette, die het gebied als haar achtertuin beschouwt. ‘Hier bij deze eiken komen eikenpages voor’, wijst ze. ‘Er zijn hier massa’s vlnders, libellen en andere insecten. En een vogels! …
Afgezien van ons bruto inkomen op jaarbasis kennen we maar één taboe. Seks niet. In elke roman en speelfilm wordt gevreeën: functioneel naakt. Maar nooit hoor je iets over de stoelgang. Toch moet men dagelijks. Mij overkwam dat op de Balg, de strandvlakte aan de oostpunt van Schiermonnikoog. Het was springvloed, de Balg was op zijn kleinst. Nog altijd drie bij vier kilometer zand, zand, zand. Er was geen mens, dus wat lette mij? …
Is het uitsterven van soorten zo’n ramp? Bas Haring vindt van niet. We kunnen volgens hem best toe met minder soorten. Het natuurbeleid zou daarom niet moeten draaien om soortbescherming. Maar het beleid is helemaal niet soortgericht. Tien jaar geleden wel, toen was het idee: als je de kieskeurigste sleutelsoorten kunt behouden, lift het hele ecosysteem mee. Dus zelfs het soortenbeleid was ruimdenkender dan Bas denkt. Soorten staan niet zo los van elkaar als de boeken in de boekhandel waarmee hij ze vergelijkt. …
Behalve vlinders vliegen er ook nog allerlei libellen rond. Het is ook nogal warm voor november. Een gemiddeld weertje voor de tijd van het jaar maken we maar zelden mee. Soms denk ik wel eens: zou het klimaat veranderen?
Op mijn verhaaltje over herfstige vlinders reageerde Pierre terecht met het bonte zandoogje, dat met het klimaat mee verandert en steeds algemener wordt.
Maar nu libellen. Op een houten bruggetje over een door natte rietvelden omsloten watertje zat een glazenmaker. Ik zag hem pas toen hij opvloog. Hij schoot langs me heen, bleef een moment in de lucht stil hangen, met vibrerende vleugels, schoot een paar meter verder en schuimde schoksgewijs het riet af, het water rond. Vervolgens streek hij eem moment neer op het bruggetje, om zijn ronde te herhalen. Typisch het gedrag van een blauwe glazenmaker, zo niet de algemeenste glazenmaker des lands, dan toch één der algemeenste. …