Natuurdagboek 2011
Eindeloos dennenbos

Eindeloos dennenbos

Dennenbos Spreewald, © Koos Dijksterhuis

Vanuit Berlijn is het een uur treinen naar Lübbenow, in het Spreewald. Dat gebied lonkt mij al jaren toe. Een kleine binnendelta van de Spree, met zompige velden rond meerdere rivierlopen, en veel bos.

Op de detailkaart staan horeca en andere voorzieningen, en in het hart van het Naturschutzgebiet rond Lübbenow wemelt het ervan. Na een half uur jaagt een potige conductrice ons de trein uit. ‘Raus!’ snauwt ze. Een eind buiten het station staat een bus naar Lübbenow, maar die is vol. De volgende komt al gauw en met anderhalf uur vertraging bereiken we het Spreewaldstadje.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Groene stad

Groene stad

Atalanta, © Koos Dijksterhuis

Berlijn is een groene stad, misschien wel de groenste hoofdstad van Europa. Vooral in het vroegere Oost-Berlijn zijn veel parken en parkjes. Er hoeft ergens maar een boom van voor de Wende te staan, of hij is omheind en voorzien van een groen driehoeksbord met de uitleg: Gartendenkmal.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zwartbonte kraaien

Zwartbonte kraaien

Bonte kraaien Berlijn, © Koos Dijksterhuis

Op weg naar Berlijn verandert de zwarte kraai in de bonte. De zwarte is helemaal zwart. De bonte is zwart met een grijze buik en rug.

Verder zijn ze eender: even groot, dezelfde vorm, dezelfde zware snavel, hetzelfde wijdbeense loopje, dezelfde schrandere schuwheid: van vlakbij iets eetbaars wegsnaaiend maar vluchtend zodra je blik, wijsvinger of camera naar ze richt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bloeiende parnassia’s

Bloeiende parnassia’s

Parnassia © Koos Dijksterhuis

Na de lange, droge lente volgde de lange, natte zomer. Sommige bloemen leken op de regen te hebben gewacht. Op Schiermonnikoog barstten de orchideeën, parnassia’s en andere duinbloemen uit de grond.

De orchideeën zijn uitgebloeid, maar parnassia’s bloeien nog. Er staan er duizenden. In de vochtige duinvalleien, maar ook langs het buitenduinse pad over het strand. Bij Schut, de Schiermonnikoger supermarkt, kom ik de eilander plantenexpert Wim Penning tegen. Hij is opgetogen over al die parnassia’s, maar zegt erbij dat het aan het voor de planten gunstige weer ligt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
(Wijn)rode boleet

(Wijn)rode boleet

rode boleet © Koos Dijksterhuis

De paddestoelen zijn er vroeg bij, dit jaar. Dankzij de zomerregens waren er in juli al veel zwammen. Russula’s, parasolzwammen, eekhoorntjesbrood en andere boleten stonden met brede hoed onder de loofbomen waarmee ze voedingszouten en water ruilen tegen suikers. In Oost-Duitsland, waar ik door het bos wandelde, zochten veel lieden met een mandje aan de arm naar eetbare paddestoelen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Mollige veldmuizen

Mollige veldmuizen

Valken, uilen, buizerds, kiekendieven, meeuwen, reigers, ooievaars, kraaien, marters, vossen, katten; zoveel dieren eten veldmuis… Zonder veldmuizen kunnen sommige van hen nauwelijks jongen grootbrengen. Kleine vogels bijvoorbeeld hebben minder vlees op de botten dan zo’n mollige muis, die met een decimeter lengte groter is dan de gemiddelde huiskamerhamster. Een veldmuis is een hapklare brok, je kunt hem opschrokken zonder eerst te hoeven plukken. Veldmuizen vinden het niet leuk dat iedereen hen opeet. Ze leven daarom ondergronds. Hun holen liggen zo’n halve meter diep. Soms is de grond doorzeefd van veldmuizenholen. Hun gangen kunnen meters lang zijn en verbinden woon-, kraam- en voorraadkamers. Veldmuisbuurmannetjes houden afstand van elkaar. Ze zoeken in hun eentje voedsel.

Veldmuizen steken ‘s avonds hun snufferd boven de grond. Hun strooptochten duren ongeveer drie uur. Ze eten planten en zaden. Ze eten zelfs de harde sprieten van russen en natuurbeheerders zouden zuinig moeten zijn op deze kleine grazers. De knaagdiertjes vermenigvuldigen zich rap. De hele zomer wordt er gepaard. Na drie weken zwangerschap baart het vrouwtje haar jonkies, de gezinsgrootte varieert sterk, maar vijf of zes jongen per worp is gebruikelijk. Nog eens drie weken en de baby’s zijn geslachtsrijp. Een veldmuis kan vier keer per zomer werpen, dus dat gaat snel. Mits de jonge aanwinst genoeg te eten vindt. Veldmuizen zijn weg van graanresten. Met moderne oogstmachines morsen boeren geen korrel meer en wat er achterblijft wordt ondergeploegd. Veldmuizen vormen zelden nog plagen, zoals vroeger, wat vervelend is voor hun reeds opgesomde liefhebbers.

Er bestaan spitsmuizen, woelmuizen en muizen. Spistmuizen eten insecten, woelmuizen planten, muizen alles. Veldmuizen zijn woelmuizen. Ze hebben kleine oortjes en een kort, wollig staartje.

DELEN
Hogeland

Hogeland

Aardappalakker, in de verte Waddenzeedijk © Koos Dijksterhuis

Het platteland van Groningen is één van de prettigste plattelanden van het land. Het Hogeland is weer één van de prettigste landen van de provincie. Ik moet in het uiterste noordwesten van de provincie zijn en vermijd de hoofdwegen. Heen via Oldehove, Electra, Zoutkamp. Terug met een boog langs de Waddenzee, langs Kleine Huisjes, Broek, Kloosterburen, Eenrum, Warffum, en dan weer landinwaarts via Onderdendam en Middelstum.

In de winter kan het hier voor de opgewekte mens wel erg gloomy zijn – grauwe luchten boven hompige klei waar de suikerbieten uit zijn gevist. Maar in de zomer is het koren rijp, schuilen hereboerderijen achter hun erfbomen, zijn de diepjes met rietkragen getooid.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De metselbij en het tafeltje

De metselbij en het tafeltje

Rosse metselbij, © Jeanette Essink

De rosse metselbij die eind april rond het tafeltje zoemde, liet zich na mijn ronde van Frankrijk niet meer zien. Ze was vast dood. Het was een binnentafeltje, niet bestand tegen nattigheid, maar ik liet het buiten staan omdat de metselbij een nestje metselde in een gat aan de onderkant. In dat gat zat een verzonken schroef. Er waren zes van die gaten. Ik legde plastic over het tafeltje, tegels erop, en het regende toch niet begin mei. Later wel, en het tafeltje begon meteen kieren te vertonen. Ik keek eronder en zag er geen gat meer in. Alle zes de gaten waren dichtgepleisterd. Die metselbij wist van aanpakken! Nu wacht ik op wat eruit komt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Het leven een lot

Het leven een lot

Ik doe niet mee aan loterijen. De kans op winst lijkt me verwaarloosbaar. Als er een miljoen loten verkocht worden, en er zijn 10 prijzen die meer opleveren dan de kostprijs, dan is de kans op een prijs 1:100.000. Als ik meedeed en zou winnen, zou ik me uitverkoren en uitverkozen voelen. Stel nou dat er honderd mensen op een plein staan. U bent één van hen en kijkt naar boven. Op de toren verschijnt iemand. Hij pakt een briefje van honderd, vouwt er een vliegtuigje van en laat het vliegen. U hoopt, u bidt dat u het vangt. Het vliegtuigje cirkelt over het plein en landt precies in uw armen. U voelt zich uitverkoren. 1:100. Vervolgens herhaalt de man de grap en weer belandt het in uw armen. Nu voelt u zich helemaal uitverkoren. De kans was 1:10.000. Maar u heeft dat waarschijnlijk niet meegemaakt en voelt zich niet uitverkoren. Ten onrechte.

Per zaadlozing ejaculeert een man 100 tot 200 miljoen zaadcellen. Als een man in zijn leven zevenduizend keer ejaculeert, is dat zelfs bij een zeer matige zaadproductie genoeg voor 700 miljard, oftewel honderd keer de wereldbevolking. Hoeveel van die zwiepstaartjes treffen doel en veroorzaken een levensvatbaar kind? Gemiddeld twee de man, van mijn vader vier. De kans dat ik verwekt werd was één op 175 miljard, 1:175.000.000.000. Dat u en ik bestaan, mogen we toch wel een buitenkansje noemen. Toch lopen we niet euforisch rond, stomverbaasd over het onwaarschijnlijke geluk dat ons overkwam. We voelen ons niet uitverkoren.

De uitverkorenheid bewaren we voor het hiernamaals. Terwijl we zeker dood gaan, de kans is honderd procent.

DELEN
Trilspin met haar baby’s

Trilspin met haar baby’s

Trilspin, prooi en nest, © Koos Dijksterhuis

De trilspin boven de w.c. komt vaker voorbij in het natuurdagboek. Het hoeft niet steeds dezelfde trilspin te zijn, er zijn er meerdere, er komt er eens één bij, er gaat er eens één af, ze eten elkaar.

Ik laat spinnen het liefst met rust, ik laat alle dieren het liefst met rust, al zijn er uitzonderingen. Ziekmakende bacteriën krijgen antibiotica. Teken, luizen en steekmuggen; wie mijn bloed wel kan drinken, gaat eraan. Muggen zijn trouwens twijfelgevallen. Een dikke op de wand van de toiletruimte liet ik zitten. Ik hoopte dat ze in de lange poten van een trilspin zou belanden. Ik vroeg me al af waar al die spinnen van leefden. Maar wat er niet in huis komt aan wat kruipt, ritselt en vliegt! Het wc-raampje staat permanent open. Daardoor dringt een veestapel van wat heb ik jou daar binnen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN