Het is spreeuwentijd. Het is altijd spreeuwentijd. Maar nu zijn er meer spreeuwen dan anders. De jonge generatie vliegt mee en er zijn spreeuwen bijgekomen uit Scandinavië en Rusland.
Ik was bij iemand op bezoek en door het raam keken we naar een zwerm spreeuwen die telkens langsvloog. Ze lieten zich in een glijvlucht in de kruin van een lijsterbes ploffen. Andere verlieten de boom uit de zijkant en zo kreeg je een perpetuum mobile van snoepende spreeuwen.
We waren in Egmond aan Zee, waar nog steeds afzichtelijke flats bovenop de duinen worden gebouwd. Je snapt niet hoe mensen hun landschap zo kunnen vergallen. Maar goed, met de zon in het gezicht en de ogen gericht op zee is het op het strand toch goed toeven. We waren ’s morgens op pad, voor de drukte van recreanten met honden, paarden, mountainbikes, tractors, quads, zeilwagens en kitesurfers losbarstte. Mannen sleepten netten door het water, schoven garnalennetten voort en wierpen hengels uit. Ze vingen niets. Eén jonge platvis werd gescoord, teruggegooid en door een jonge zilvermeeuw gegrepen. …
Begin september lagen er al chocoladeletters in een bekend warenhuis, ze waren zelfs afgeprijsd. Pepernoten waren er al in augustus. Mij best, als we het gebakkelei over Zwarte Piet voortaan uitstellen tot minimaal 11 november. Sint Maarten komt nauwelijks meer aan bod. Terwijl we Zwarte Piet demoniseren, zetten we onbekommerd asielzoekers het land uit. Van mij mag Zwarte Piet blijven, maar dan wel met roe, zak en ‘mee naar Spanje!’
Zwarte zaterdag, witte donderdag, zwarte kunst, witte reus, zwarte schaap, witte raaf, zwarte koffie, witte wijn, zwarte bladzijde, witte motor, zwart rijden, wit wassen, zwart geld, wit brood, zwarte kousen, witte voetjes; allemaal woorden die nodig de zwarte piet toegespeeld moeten krijgen. Enfin, qua Piet stel ik een compromis voor: een hybride piet, een kruising tussen een witte en een zwarte piet. Liefhebbers van raszuiverheid zullen ervan gruwen. Hoe zou zo’n kruising tussen zwart en wit eruitzien? Een grijze piet? Nee, het blijkt een bonte piet te zijn! Met een snavel als een feestmuts. …
Je hebt zandkokerwormpjes en goudkammetjes. Als kind haalde ik ze altijd doorelkaar en nog moet elke keer nadenken: wie is wie ook alweer? Beide zijn wormen en beide spoelen massaal aan op het strand. Het goudkammetje heeft een borstelkop, de zandkokerworm een koker van zand, maar toch is de zandkokerworm een borstelworm en die andere een kokerworm. Om gek van te worden. …
Niet ver van mijn huis groeien reuzenbovisten. Iedere herfst staan ze in de grazige berm van een fietspad. Ze worden altijd aan stukken geschopt, maar ieder jaar komen ze weer vol goede moed tevoorschijn. Ik wilde er een plukken en opeten, mijn kinderen en ik zouden van één reuzenbovist zeker twee keer kunnen eten. Maar toen ik ging kijken, was ik al te laat, de bovisten waren al stukgetrapt en de weinige die de menselijke trapneiging hadden overleefd waren of tot donkerbruine stuifzakken getransformeerd, of te oud en gedeukt om nog te eten.
Voor de foto bleek zo’n gebutste reuzenbovist zich nog wel te lenen, bijvoorbeeld naast een wandelschoen maat 44. Dit exemplaar was zo groot als een voetbal. Dat is nog niets. Sommige worden een halve en ik heb wel eens gehoord over een reuzenbovist van een hele meter. Wat een kolos. Dat staat op een breekbaar voetje en laat zich na rijping van de sporen zomaar wegblazen. Voortrollend in de wind kunnen de miljarden sporen zich verspreiden. …
Laatst hoorde ik iemand ‘klimaatwinst’ zeggen. Vroeger was iets milieuvriendelijk, nu boeken we klimaatwinst. Het zijn allebei bedrieglijke termen. Milieuvriendelijk betekent dat iets minder schadelijk is, maar het is nog steeds schadelijk. Klimaatwinst betekent dat er minder CO2 wordt uitgestoten, maar er wordt nog steeds CO2 uitgestoten. Tel uit je winst.
Maar hoewel het klimaat het milieu verdringt, zijn die twee niet bepaald hetzelfde. Sommige zaken zijn heel milieuvriendelijk maar leveren een klimaatverlies op van wat heb ik jou daar. Regenwormen bijvoorbeeld. …
Afgelopen weken kreeg ik meerdere foto’s opgestuurd van grote parasolzwammen, met de vraag welke soort paddestoel het was. Ik weet niet veel van paddestoelen, er zijn duizenden soorten, ik blader me suf door de boeken. Er zijn tientallen boeken. Ik gebruik het liefst de gidsen van Roger Phillips en Ewald Gerhardt. Er is bovendien net een nieuwe veldgids verschenen bij de KNNV, die veelbelovend lijkt (http://tinyurl.com/veldgids). Enfin, meestal is een foto van een paddestoel niet genoeg voor determinatie, maar zijn er foto’s van boven- en onderzijde nodig alsmede informatie over standplaats, over geur en smaak. Smaak? Ja, en soms is een likje aan de hoed voldoende om de smaak van Franse kaas of oranjebitter te proeven, zonder last te krijgen van mogelijk vergif. …
De meest door lezers ingezonden waarneming betreft een sneeuwwitte reiger. Een reiger die associaties oproept met exotische vakanties. Het is inderdaad verbazingwekkend hoeveel grote zilverreigers ons land bevolken. Ik kan geen wandeling, fioetstocht, autorit of treinreis maken, of ik zie grote zilverreigers. In de Zeeuwse delta en op Schiermonnikoog huizen vooral kleine zilverreigers, maar in de rest van het land zijn de grote alomtegenwoordig.
In 1979 fietste ik op mijn roestige jongensfiets 120 kilometer om een grote zilverreiger te zien bij de Knardijk, de dijk tussen Oost- en Zuid-Flevoland. De Oostvaardersplassen waren toen een vogelgebied van internationale allure, niemand had nog bedacht uitgerekend daar een intensieve veehouderij te beginnen. Ik fietste er vanuit Amersfoort elke maand een keer omheen. Vogels kijken. Blauwborstjes, baardmannetjes, grote karekieten, porseleinhoenders, roerdompen, ruigpootbuizerds, grauwe kiekendieven en reuzensterns en nog veel meer bijzonderheden zag ik daar voor het eerst. Beide soorten zilverreigers, grote en kleine, doken er tegelijkertijd op, heel apart. …
Vorige week organiseerde Vogelbescherming de teldag voor trekvogels. Op die dag zwermden misschien nog wel meer vogelaars uit naar strategische plekken dan ze toch al zouden doen op een zaterdag in de herfst. Het zijn vaak uitstekende vogelaars, die tellers, die aan de klank van een piepklein piepje kunnen horen welke soort er overvliegt. Een vink (tjup), keep (kep), ringmus (tjierp), koperiwek (ziep) of kruisbek (klip). Knap hoor.
Er werden minder vogels geturfd dan andere jaren: 242 duizend in 187 soorten. Vorig jaar vlogen er anderhalf keer zoveel vogels over. Dit jaar is er een opvallende nummer 1: de kolgans met 68.515 vogels! Ik zag over het voetbalveld waar mijn zoon voetbalde inderdaad veel kolganzen passeren, in enorme V-formaties. Meestal scoren spreeuw, vink, graspieper en kievit hoog, maar de hoofdmacht der kolganzen arriveert meestal later uit de broedgebieden. Zou de winter vroeg zijn ingevallen op de Russische toendra? Wellicht, het zou verklaren dat de aanhoudende oostenwind zo fris was. Misschien blies die wat Russische winter mee. Waarschijnlijk vlogen de kolganzen wel met deze toendrawind in de rug naar Nederland. …
Vegetatiedak met sedumplantjes en ekster. Foto Koos Dijksterhuis
Planten op het dak zijn een opsteker voor bijen en andere insecten. Zwitserse biologen inventariseerden veertig vegetatiedaken. Gedurende de zomer van 2010 telden zij bijna vijftigduizend insecten en spinnen, van bijna vijfhonderd soorten. Over dit onderzoek zette het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Ecology een voorproefje op internet.
Van mobiele insecten, zoals vliegende kevers, vlinders, zweefvliegen en bijen, hing de aanwezigheid samen met geschikt leefgebied in de buurt, zoals bloemrijke hooilanden. Voor die insecten bleken groene daken te werken als verbindingszones of stapstenen. Ze vlogen via groene daken van gebied naar gebied. Of honkvaste types als loopkevers en spinnen op de daken verschenen , hing niet af van de omgeving. …