Natuurdagboek 2013
Oranjegele vlinderinvasie

Oranjegele vlinderinvasie

Oranje Luzernevlinder. Foto Dylan Verheul
Oranje Luzernevlinder. Foto Dylan Verheul

Veel oranjegele vlinders fladderen over velden, langs bosranden en boven bermen. Gele en oranje luzernevlinders zie ik meer dan ik me van eerdere zomers herinner. Maar ik struinde dan ook een tijdje door de Vogezen en luzernevlinders zijn zuiderlingen. Voor Nederlandse begrippen dan.

Gele en vooral oranje luzernevlinders zwerven iedere zomer ons land binnen en worden tot op de Waddeneilanden gezien. In het zuiden des lands duiken ze natuurlijk het meest op, zowel de oranje als de schaarsere gele. Die is geel met zwarte vleugelranden. De oranje luzernevlinder is dat ook, maar dan iets oranjegeler dan het eigele van de gele luzernevlinder. De gele kunnen soms een beetje groenig zijn. De oranje luzernevlinder heeft bovendien bredere zwarte vleugelranden dan de gele. Tussen de luzernevlinders die ik in Frankrijk zag, zouden zuidelijke luzernevlinders gefladderd kunnen hebben, weer een andere soort.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bergeenden op het eiland

Bergeenden op het eiland

Bergeend. Foto Koos Dijksterhuis
Bergeend. Foto Koos Dijksterhuis

In het boek Eilanden (Atlas/Contact, €24,95) van Albert Beintema vertelt de reizende bioloog over de natuur op negentig eilanden die hij heeft bezocht. Beintema schrijft beeldend en als liefhebber van eilanden en natuur krijg ik zin naar die eilanden te gaan. Voor zover ik ze al niet bezocht heb, want ik ben ook gek op eilanden.

Clear Island staat erin, ook wel Cape Clear genoemd, in Zuidwest-Ierland voor de kust van Cork. Beintema heeft reeds in de jaren ’60 allerlei Ierse eilandjes verkend. Iemand die Ierse eilandjes verkent, mag bij mij altijd aanschuiven, ik ben verzot op Ierse eilandjes, en Clear is mijn Ierse favoriet. Beintema blijkt als promovendus bovendien een jaar te hebben gebivakkeerd op Schiermonnikoog, de nummer 1 in mijn eilandentop-10.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bedreven in de liefde

Bedreven in de liefde

Wijngaardslakken. Foto Koos Dijksterhuis
Wijngaardslakken. Foto Koos Dijksterhuis

We lopen met vrienden door de duinen en ik wijs een wijngaardslak aan. Echt? Ja echt. Wijngaardslakken spreken aan, vanwege hun eetbaarheid. Des escargots. Je mag ze alleen niet meenemen, ze zijn beschermd. Ze mogen wel gekweekt worden en verhandeld, maar wilde wijngaardslakken zouden uitsterven als men ze lukraak meenam. Nederlanders doen dat niet gauw, die zijn bang voor alles wat niet in cellofaan uit een winkelschap komt. Ik ken mensen die in het wild geplukte oesterzwammen versmaden, maar van gekochte oesterzwammen smullen. Als ik met op het wad geplukte oesters aankom, trekken veel mensen hun wenkbrauwen op. Een stamppot van in de berm geplukt zevenblad? Ieuw, er zal toch geen hond over geplast hebben?

Wijngaardslakgewijs kunnen mensen ook maar beter niet zomaar wat gaan kokkerellen. Wilde wijngaardslakken kunnen toevallig hun slijmerige buikje vol gifplant gegeten hebben. Wie een maaltje van zulke escargots eet, kon weleens buikpijn krijgen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Rozerode nachtvlinder

Rozerode nachtvlinder

Kamperfoelie + klein avondrood. Foto Meint Mulder
Kamperfoelie + klein avondrood. Foto Meint Mulder

Het klein avondrood is één van de mooiste vlinders die er zijn. Het is zeker één van de mooiste nachtvlinders. Je vraagt je af wie er ’s nachts geniet van kleuren, maar insecten hebben een heel andere kijk op hun omgeving. Wat wij zien als rozerood, zien zij misschien wel als oogverblindende stralen. Hoe dan ook, klein avondrood lurkt tijdens zijn nachtelijke vluchten graag aan de rozerode bloemen van kamperfoelie. De vlinder op de foto doet dat zittend, maar klein avondrood zuigt vaak vliegend de nectar uit bloemen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Wilde, witte wortels

Wilde, witte wortels

Peen. Foto Koos Dijksterhuis
Peen. Foto Koos Dijksterhuis

Hele bermen zag ik vol peen. Wilde peen lijkt op onze goeie ouwe wortel, maar heeft een wat dunnere, grilliger ondergrondse lekkernij die bovendien niet oranje is, maar wit. Peen is een schermbloem. De berm stond dus vol witte schermpjes. Een beetje fluitekruid-achtig, maar ijler begroeid, peen laat meer lucht tussen de planten. De schermbloemen van peen ontluiken als een vuist die zijn vingers langzaam spreidt. Sommige, maar lang niet alle peenbloemen hebben een zwarte stip in het midden. Bij nadere beschouwing blijkt die stip een eindje uit de witte omgeving te steken en niet zwart te zijn, maar donkerpaars.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Krabben, meer dood dan levend

Krabben, meer dood dan levend

dode strandkrab, Foto Koos Dijksterhuis
dode strandkrab, Foto Koos Dijksterhuis

Bezweet, bezand en bestookt door steekvliegen fietsen we over het strandpaadje naar paal 16, waar we 800 meter met de fiets aan de hand door stuifduintjes naar de waterlijn ploeteren. Het is eb, en niet zo’n beetje. Het was volle maan, en dus springvloed, waarna de zee zich bij eb verder terugtrekt dan anders. Een verre zandbank valt droog, een extra binnenzee ontstaat. De binnenzee is ondiep en opgewarmd. Een prettig ligbad voor de kinderen. Ik waad erdoor naar de overkant. Er schuiven overal krabben over de bodem. Bij nadering graven ze zich bliksemsnel in, tot alleen de ogen op stokjes eruit steken.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Roofkever met enorme kaken

Roofkever met enorme kaken

Bastaardzandloopkever.  Foto Koos Dijksterhuis
Bastaardzandloopkever. Foto Koos Dijksterhuis

Zandloopkevers zijn hardlopers op mul zand. Ze kunnen vliegen, maar lopen liever. Ze hebben bonte dekschilden, de bastaardzandloopkever en strandzandloopkever althans. Die twee lijken sterk op elkaar, maar hoewel de kever op de foto op het strand zandliep, is het toch een bastaard. Op het nogal begroeide strand wemelde het ineens van de bastaardzandloopkevers. Ze renden over het zand, vlogen bij benadering door een grote griezel met camera even op, ploften na een meter weer neer en hielden zich roerloos in de veronderstelling dat grote griezel ze niet meer zag. Maar grote griezel zag ze wel. Ze hadden een rode glans over hun rug, een groene over hun buik. De dekschilden waren versierd met drie witte vlekken. Ze renden rond op lange poten, keken uit grote ogen en torsten een paar angstaanjagende kromzwaarden mee aan hun bek: hun gekruiste kaken. Grote griezel raakte ze niet aan, ze zouden met die kaken kunnen bijten.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De zachthorende wasmot

De zachthorende wasmot

Naarmate ik ouder word, word ik dover. Als ik op een zwoele zomeravond opmerk hoe stil het is, blijken anderen een muur van krekelgetjirp te horen. Als kind kon ik nauwelijks geloven dat mijn vader de krekels niet hoorde. Nu hoor ik ze zelf niet meer. Krekels produceren hoge geluiden. Kinderen horen geluiden tot rond de twintig kiloherz, maar mijn versleten oren komen niet verder dan ik schat vijftien. Er zijn hondenfluitjes, die honden horen maar mensen niet. Met zulke hoge tonen proberen autorijders steenmarters bij hun auto weg te houden. Ik weet een straatje waar meerdere steenmarterfluitjes fluiten. Continu klinkt daar hoog gepiep; voor katten, honden en wellicht sommige kinderen lijkt me dat heel vervelend. Ook voor steenmarters lijkt me dat vervelend, maar niet vervelend genoeg om een autokabel te versmaden.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Bewoonde trapgevels

Bewoonde trapgevels

Trapgeveltjes + heremietkreeft. Foto Koos Dijksterhuis
Trapgeveltjes + heremietkreeft. Foto Koos Dijksterhuis

Toen ik acht was en op Schiermonnikoog met schelpen zoeken begon, had ik een voorkeur voor slakkenhuisjes. Ik vond lange, puntige penhorens en heel soms een wenteltrapje. Wenteltrapjes hebben bolle windingen waarover draadjes geplakt liggen, fijn als filigrain. Later vond ik ineens fuikhorens, die veel algemener bleken dan penhorens en wenteltrapjes.

Die slakkenhuisjes kon je het beste zoeken in zogenoemde gruisbanken: een door de zee op het strand gedumpt massagraf van verpulverde schelpen, zandkokerwormen, goudkammetjes, krabbenpoten, kruimels veenhout en ander grut. Als kind schuifelde ik op mijn hurken door die gruisbanken. Van de slakkenhuizen waren wenteltrapjes, spoelhorens en trapgeveltjes het meest begerenswaardig.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Balletdansers boven zee

Balletdansers boven zee

Grote sterns. Foto Koos Dijksterhuis
Grote sterns. Foto Koos Dijksterhuis

Aan het strand van Schiermonnikoog krijg je in de loop van juli gezelschap van grote sterns. Hun eieren zijn uitgebroed, hun jongen vliegvlug. Samen met vader of moeder schuimen ze de kust af, op zoek naar spiering, zandspiering, jonge haring of andere kleine visjes. Twee aan twee deinen ze over, voortdurend krassend met elkaar pratend: ‘krr, krr’. Ik hoor ze meestal eerder dan dat ik ze zie. Ik ben gek op ze, ik vind ze één van de mooiste vogels. Ik zat ooit een week op Griend, waar ze broeden. Vanuit een schuilhutje zag ik ze van vlakbij. Sneeuwwit lijf, zilvergrijze vleugels, zwarte kap en kuif, zwarte snavel met knalgele punt. Met half afhangende vleugels draaiden ze om elkaar heen, een waar ballet, met die vleugels als een zilveren tutu. Grote sterns nemen de term ‘paringsdans’ letterlijk. Ook in vlucht dansen ze. In hun verende vleugelslag deinen grote sterns door de lucht. Om ineens te zwenken, hun slanke vleugels in te klappen en als een pijl de zee in te flitsen. Beet!

Lees Meer Lees Meer

DELEN