Wants op pad

Wants op pad

Roodpootschildwants Pentatoma rufipes, © Koos Dijksterhuis

Op het fietspad  rust een roodpootschildwants uit, tijdens zijn lange wandeling naar de overkant. Met zijn hoekige halsschild en vierkante schouderpartij ziet hij er stoer uit. Maar twee meter beton is een forse hindernis. Zover als hij kan zien, strekt de stenen vlakte zich uit. En dan brandt de zon ook nog zo heet. Hij is nog maar op een kwart, hij moet nog anderhalve meter. Daar komen weer twee fietsers aan. Het fietspad dwars door natuurmonument Fochteloërveen is een moordende barrière voor het kruipend gedierte. Niet lang geleden is het schelpenpad verhard met twee meter brede betonplaten. …

Lees Meer Lees Meer

Free Morgan!

Free Morgan!

Tonijn op visveiling Tokyo, © Mary Stottelaar

Tot voor kort kon je bij Tarifa in Zuid-Spanje orca’s zien patrouilleren. De enorme zwaardwalvissen bewaakten de Straat van Gibraltar, als daar blauwvintonijnen door zwommen. Blauwvintonijnen zwommen de hele Atlantische Oceaan over, maar kwamen op gezette tijden naar de Middellandse Zee. Daar paaiden ze. De orca’s wachtten ze op en aten hun zwart-witte buik vol.

Nu doen ze dat nauwelijks meer, want blauwvintonijnen zijn zo goed als uitgeroeid. Scholen tonijn werden uit  vliegtuigjes met radar opgesnord en op de paaigronden in gigantische netten opgevist. Alleen als er dolfijnen als bijvangst gedood werden, wekte dat verontwaardiging. Over de enorme vissen liet bijna niemand een traan. …

Lees Meer Lees Meer

Spin in het web

Spin in het web

© Koos Dijksterhuis

Het Fochteloërveen zindert in de zon. Geen zuchtje wind, geen wolkje. Het lijkt wel zomer. Maar de bosrand krijgt al een herfstkleurtje, er groeien paddestoelen onder de bomen, de lage zon zet de naaldbomen en berken in vochtig herfstlicht, kieviten wolken over in najaarsgroepen. En tussen de vergeelde pollen pijpestrootje hangen spinnen roerloos in hun al even roerloos hangende spinnenwebben. …

Lees Meer Lees Meer

Woeste sluipvlieg

Woeste sluipvlieg

Woeste sluipvlieg, tachina fera, © Jeanette Essink

De woeste sluipvlieg dankt zijn naam aan zijn weelderige lichaamsbeharing. Veel sluipvliegen zijn behaard, maar de woeste is het behaardst. Net als de larven van sluipwespen, leven de larven van sluipvliegen in larven van andere insecten. Dat kunnen sprinkhaanlarven zijn, keverlarven, wantsenlarven, bladwesplarven, van alles. Wel heeft iedere soort sluipvlieg zijn voorkeur. De woeste sluipvlieg geeft de voorkeur aan rupsen. Woeste sluipvliegen leggen hun eitjes niet in of op andermans larve, maar in de buurt van de door hen geliefde rupsen, op een plant waar die rupsen van leven. De sluipvlieglarven kruipen vrijwel meteen uit hun eitjes. Hobbelt er een rups voorbij, dan worden ze met blad en al opgegeten of boren ze zich door de rupsenhuid naar binnen. Vervolgens nemen ze de rups geleidelijk over en eten ze zijn inwendige op. Na een week of twee breekt er een sluipvlieg uit, geen vlinder. …

Lees Meer Lees Meer

Nepworm in slak

Nepworm in slak

Barnsteenslak met platworm, © Jeanette Essink

Sinds ik deze rubriek schrijf, wil ik leucochloridium paradoxum erin hebben. Maar telkens kwam het er niet van. Ik schreef eens over barnsteenslakjes, dat wel. Die twee soorten hebben veel met elkaar te maken. Vorige week herinnerde het biologenblad Bionieuws me eraan, dankzij een stukje over leucochloridium paradoxum. En nu stuurt Jeanette Essink me er foto’s van. Die nam ze in Drenthe, waar de platwormen talrijk kunnen zijn. Leucochloridium paradoxum en barnsteenslakje hebben een hechte band, al is het een eenzijdige band. Barnsteenslakjes leven in hun fraai gevormde huisjes op vochtige planten, vaak aan de waterkant. Ze redden zich goed zonder de platwormen, des te beter zelfs, maar omgekeerd geldt dat niet. Leucochloridia paradoxa zijn parasitaire platwormen die barnsteenslakken nodig hebben. …

Lees Meer Lees Meer

Aan de dijk

Aan de dijk

Grote zilverreiger, © Peter Teune

Uitwaaien op de zeedijk van Goningen, tussen Noordpolder en kwelders. Het is vogeltrektijd en waar vliegen meer trekvogels dan langs de kust? Het is zuidoostenwind – ideaal om uit de koers geraakte vogels te zien. Ze waaien mee tot ze de zee zien. Oeps, dat lijkt hen niks. Ze blijven aan de kust, tevens een handige routeplanner. Helaas is er behalve stormmeeuwen, blauwe reigers en een grote zilverreiger er niet veel op de wieken. Ah, en een torenvalk, binnendijks boven de akker biddend. Aan de voet van de dijk hippen witte kwikstaarten, steeds kort tjilpend. …

Lees Meer Lees Meer

Dijk, kwelder, wad en horizon

Dijk, kwelder, wad en horizon

Kwelder, © Koos Dijksterhuis

Uit Westernieland, een dorpje aan de marge van ’s lands periferie in Noord-Groningen, steekt een smal, lang, recht weggetje naar de waddenzeedijk. Twee kilometer naar het oosten ligt binnendijks een klein natuurgebiedje, waar altijd wat te zien is. Op de dijk zelf is trouwens genoeg te zien, maar zo’n natuurgebiedje is een aardige wandelbestemming.

De schapen op de dijk kijken en staan wantrouwig op, ze zakken door hun achterpoten om een plas te doen, alvorens paniekerig weg te sjezen. De herfstzon strijkt over de kwelders, de geel, groen, bruin, rood, zilvergrijs en paars gekleurde kwelders. Ooit waren die kwelders bedoeld als landbouwgrond, nu zijn ze natuur, sommige sloten beginnen vanzelf te kronkelen. Ze staan in verbinding met de Waddenzee, het is vloed, het zeewater vult de buitendijkse vaart en kriebelt de voet van de dijk. Er vliegt een groenpootruiter weg, maar de meeste vogels waden in de verte door de ondiepe wateren tussen de takkenbossen die het slik vasthouden en het land aanwinnen. Veel bergeenden, veel stormmeeuwen. …

Lees Meer Lees Meer

Vijf procent van het boerenland mooi

Vijf procent van het boerenland mooi

Grauwe gors, © Freek Verdonckt

Vorige week citeerde deze krant drie wetenschappers onder de alarmerende kop ‘Subsidie agrarisch natuurbeheer mist ieder effect’. Terwijl Trouw laatst nog juichte dat de grauwe gors na jaren afwezigheid als broedvogel was teruggekeerd, in Oost-Groningen nog wel, ver van de dichtstbijzijnde grauwe-gorzenpopulaties in België. Die Groninger gorzen zijn te danken aan het agrarische natuurbeheer aldaar, waar ook grauwe kiekendieven, veldleeuweriken, patrijzen, graspiepers en vele andere soorten bij floreren.

Gelukkig blijken de wetenschappers dat niet te ontkennen, ze pleiten vooral voor een betere aanpak, zodat het Groninger succes geen uitzondering blijft. Boeren zouden vijf procent van hun land natuurlijk moeten beheren, zegt Geert de Snoo, voor minder doet de natuur het niet. Hij heeft gelijk: iedereen snapt dat een vierkante meter natuur in een onafzienbare steriele vlakte geen zin heeft. Pas bij ongeveer vijf procent braak heeft agrarisch natuurbeheer zin. Tenminste, voor akkervogels. Weidevogels zoals grutto’s hebben vochtige graslanden nodig, en je kunt niet vijf procent van je land vochtig houden – water stroomt weg naar de droge omgeving. En wat grutto’s aan beheer nodig hebben, past niet meer in de moderne bedrijfsvoering. Daarvoor zijn weidereservaten nodig. …

Lees Meer Lees Meer

De trekkracht van burlende herten

De trekkracht van burlende herten

Edelhert

Vandaag 25 jaar geleden vertrok ik voor een half jaar naar Ierland. Ten afscheid doorkruisten mijn toenmalige vriendinnetje en ik de Veluwe. Tentje mee en lopen maar, ik kon me niets romantischer voorstellen en zij vond het ook best leuk. We namen de eerste trein naar Rheden aan de Veluwezoom, betraden de bosrand en stonden oog in oog met een hijgend hert. Een edelhert met veel gewei en haar. ’s Avonds kampeerden we op de rand van bos en veld. Voor de tent maten hertenmannen hun krachten. Hun kreunen, boeren en brullen, stampvoeten, grasschrapen, geweizwaaien was imponerend en zo was het ook bedoeld. Dagenlang kwamen we nauwelijks een mens tegen. …

Lees Meer Lees Meer

Antiheld

Antiheld

Een aanslag met een anti-tankgranaat
Op het gerechtsgebouw in Amsterdam
Degene die daar van de week toe kwam
Verkeerde vast in opgewonden staat

Ik zou dat zelf niet doen, al was ik kwaad
Ik ben te anti-anti-tankgranaat