(Wijn)rode boleet

(Wijn)rode boleet

rode boleet © Koos Dijksterhuis

De paddestoelen zijn er vroeg bij, dit jaar. Dankzij de zomerregens waren er in juli al veel zwammen. Russula’s, parasolzwammen, eekhoorntjesbrood en andere boleten stonden met brede hoed onder de loofbomen waarmee ze voedingszouten en water ruilen tegen suikers. In Oost-Duitsland, waar ik door het bos wandelde, zochten veel lieden met een mandje aan de arm naar eetbare paddestoelen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Mollige veldmuizen

Mollige veldmuizen

Valken, uilen, buizerds, kiekendieven, meeuwen, reigers, ooievaars, kraaien, marters, vossen, katten; zoveel dieren eten veldmuis… Zonder veldmuizen kunnen sommige van hen nauwelijks jongen grootbrengen. Kleine vogels bijvoorbeeld hebben minder vlees op de botten dan zo’n mollige muis, die met een decimeter lengte groter is dan de gemiddelde huiskamerhamster. Een veldmuis is een hapklare brok, je kunt hem opschrokken zonder eerst te hoeven plukken. Veldmuizen vinden het niet leuk dat iedereen hen opeet. Ze leven daarom ondergronds. Hun holen liggen zo’n halve meter diep. Soms is de grond doorzeefd van veldmuizenholen. Hun gangen kunnen meters lang zijn en verbinden woon-, kraam- en voorraadkamers. Veldmuisbuurmannetjes houden afstand van elkaar. Ze zoeken in hun eentje voedsel.

Veldmuizen steken ‘s avonds hun snufferd boven de grond. Hun strooptochten duren ongeveer drie uur. Ze eten planten en zaden. Ze eten zelfs de harde sprieten van russen en natuurbeheerders zouden zuinig moeten zijn op deze kleine grazers. De knaagdiertjes vermenigvuldigen zich rap. De hele zomer wordt er gepaard. Na drie weken zwangerschap baart het vrouwtje haar jonkies, de gezinsgrootte varieert sterk, maar vijf of zes jongen per worp is gebruikelijk. Nog eens drie weken en de baby’s zijn geslachtsrijp. Een veldmuis kan vier keer per zomer werpen, dus dat gaat snel. Mits de jonge aanwinst genoeg te eten vindt. Veldmuizen zijn weg van graanresten. Met moderne oogstmachines morsen boeren geen korrel meer en wat er achterblijft wordt ondergeploegd. Veldmuizen vormen zelden nog plagen, zoals vroeger, wat vervelend is voor hun reeds opgesomde liefhebbers.

Er bestaan spitsmuizen, woelmuizen en muizen. Spistmuizen eten insecten, woelmuizen planten, muizen alles. Veldmuizen zijn woelmuizen. Ze hebben kleine oortjes en een kort, wollig staartje.

DELEN
Hogeland

Hogeland

Aardappalakker, in de verte Waddenzeedijk © Koos Dijksterhuis

Het platteland van Groningen is één van de prettigste plattelanden van het land. Het Hogeland is weer één van de prettigste landen van de provincie. Ik moet in het uiterste noordwesten van de provincie zijn en vermijd de hoofdwegen. Heen via Oldehove, Electra, Zoutkamp. Terug met een boog langs de Waddenzee, langs Kleine Huisjes, Broek, Kloosterburen, Eenrum, Warffum, en dan weer landinwaarts via Onderdendam en Middelstum.

In de winter kan het hier voor de opgewekte mens wel erg gloomy zijn – grauwe luchten boven hompige klei waar de suikerbieten uit zijn gevist. Maar in de zomer is het koren rijp, schuilen hereboerderijen achter hun erfbomen, zijn de diepjes met rietkragen getooid.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
De metselbij en het tafeltje

De metselbij en het tafeltje

Rosse metselbij, © Jeanette Essink

De rosse metselbij die eind april rond het tafeltje zoemde, liet zich na mijn ronde van Frankrijk niet meer zien. Ze was vast dood. Het was een binnentafeltje, niet bestand tegen nattigheid, maar ik liet het buiten staan omdat de metselbij een nestje metselde in een gat aan de onderkant. In dat gat zat een verzonken schroef. Er waren zes van die gaten. Ik legde plastic over het tafeltje, tegels erop, en het regende toch niet begin mei. Later wel, en het tafeltje begon meteen kieren te vertonen. Ik keek eronder en zag er geen gat meer in. Alle zes de gaten waren dichtgepleisterd. Die metselbij wist van aanpakken! Nu wacht ik op wat eruit komt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Het leven een lot

Het leven een lot

Ik doe niet mee aan loterijen. De kans op winst lijkt me verwaarloosbaar. Als er een miljoen loten verkocht worden, en er zijn 10 prijzen die meer opleveren dan de kostprijs, dan is de kans op een prijs 1:100.000. Als ik meedeed en zou winnen, zou ik me uitverkoren en uitverkozen voelen. Stel nou dat er honderd mensen op een plein staan. U bent één van hen en kijkt naar boven. Op de toren verschijnt iemand. Hij pakt een briefje van honderd, vouwt er een vliegtuigje van en laat het vliegen. U hoopt, u bidt dat u het vangt. Het vliegtuigje cirkelt over het plein en landt precies in uw armen. U voelt zich uitverkoren. 1:100. Vervolgens herhaalt de man de grap en weer belandt het in uw armen. Nu voelt u zich helemaal uitverkoren. De kans was 1:10.000. Maar u heeft dat waarschijnlijk niet meegemaakt en voelt zich niet uitverkoren. Ten onrechte.

Per zaadlozing ejaculeert een man 100 tot 200 miljoen zaadcellen. Als een man in zijn leven zevenduizend keer ejaculeert, is dat zelfs bij een zeer matige zaadproductie genoeg voor 700 miljard, oftewel honderd keer de wereldbevolking. Hoeveel van die zwiepstaartjes treffen doel en veroorzaken een levensvatbaar kind? Gemiddeld twee de man, van mijn vader vier. De kans dat ik verwekt werd was één op 175 miljard, 1:175.000.000.000. Dat u en ik bestaan, mogen we toch wel een buitenkansje noemen. Toch lopen we niet euforisch rond, stomverbaasd over het onwaarschijnlijke geluk dat ons overkwam. We voelen ons niet uitverkoren.

De uitverkorenheid bewaren we voor het hiernamaals. Terwijl we zeker dood gaan, de kans is honderd procent.

DELEN
Trilspin met haar baby’s

Trilspin met haar baby’s

Trilspin, prooi en nest, © Koos Dijksterhuis

De trilspin boven de w.c. komt vaker voorbij in het natuurdagboek. Het hoeft niet steeds dezelfde trilspin te zijn, er zijn er meerdere, er komt er eens één bij, er gaat er eens één af, ze eten elkaar.

Ik laat spinnen het liefst met rust, ik laat alle dieren het liefst met rust, al zijn er uitzonderingen. Ziekmakende bacteriën krijgen antibiotica. Teken, luizen en steekmuggen; wie mijn bloed wel kan drinken, gaat eraan. Muggen zijn trouwens twijfelgevallen. Een dikke op de wand van de toiletruimte liet ik zitten. Ik hoopte dat ze in de lange poten van een trilspin zou belanden. Ik vroeg me al af waar al die spinnen van leefden. Maar wat er niet in huis komt aan wat kruipt, ritselt en vliegt! Het wc-raampje staat permanent open. Daardoor dringt een veestapel van wat heb ik jou daar binnen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Leve de placebo’s!

Leve de placebo’s!

Als mensen zich beter voelen door zich te laven aan lijf en leden bevorderende extracten, moeten ze dat vooral doen. De één wordt rijk door snoep te verkopen, de ander verdient aan voedingssupplementen, weerstandsverhogers, vitaminepillen, homeopathische middelen. Zelf heb ik ook wel eens homeopathische korreltjes geslikt en vitaminepillen. Ik merkte er niets van, maar mijn ruimdenkender vrienden zeiden dat ik niet wist hoe beroerd ik er anders aan toe was geweest. Voor sommigen zijn toevoegingen ongetwijfeld zinnig, en zelfs een homeopathisch flesje alcohol kan heilzaam zijn, als iemand met een witte jas er een medisch ogend etiketje op plakt. En baten ze niet, dan schaden ze niet, die alternatieve middelen. Tenzij het neushoorn, tijgersnor, haaienkraakbeen, emoehuid, olifantstand, walvispenis, berenklauw of stierenbloed betreft. Of ginseng, want volgens het Worldwatch Institute is ginseng binnen enkele decennia uitgestorven. Voor oude ginseng (een soort gemberwortel) wordt tienduizenden euro’s per kilo neergeteld. Maar zolang ze medische behandeling niet hinderen, heeft niemand last van die middelen. Dat de heilzame werking ervan niet bewezen is, maakt de moderne mens niets uit. Zolang die maar het idee heeft dat ze heilzaam zouden kunnen zijn, dan wil ie ze. En dan voelt ie zich nog beter ook. Want supplementen werken! Net als een kusje op een blauwe plek, een schouder om uit te huilen, een gebed en om het even welk placebo. Kort geleden bleek uit onderzoek dat placebo’s zelfs werken als de patiënt weet dat het placebo’s zijn. De bemoeienis van een dokter, de gang naar de apotheek, het potje met Latijnse naam op het etiket strekken allemaal tot heil en zegen. Leve de nepmedicijnen!

DELEN
Uilen gekapt

Uilen gekapt

Ransuil, © Koos Dijksterhuis

Van de week was ik in de gemeente Oldambt, Oost-Groningen, speurend over  graan- en luzerneakkers naar grauwe kiekendieven, van de zeedijk uitkijkend naar de kranen en windmolens bij Emden, turend naar de kluten die met hun opgewekte snavels de modder zeefden in de Tjamme bij Beerta, spiedend naar vlinders langs het dorpsbos van Finsterwolde. Scheemda lag dit keer niet op de route. Nu lees ik op de site van RTV-Noord dat terwijl ik vlakbij naar vogels en vlinders keek, in Scheemda de bomen langs de Plantsoenlaan zijn gesnoeid. De mensen daar hebben aangifte gedaan tegen de gemeente, omdat er uilen in de gesnoeide bomen broedden. Dat zullen wel ransuilen zijn.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Het verrassende Frederikspad

Het verrassende Frederikspad

Buizerd, © Jeanette Essink

Langs de landweg tussen Waterhuizen en Engelbert, ten zuidoosten van Groningen, begint volgens een bordje het Frederikspad. Dat wilde ik al een tijdje verkennen, hoewel ik er weinig van verwachtte – in de verte ronkt het verkeer over de A-7 en torenen de kranen aan het Winschoterdiep uit boven de populierenplantages, maïsvelden en weilanden.

De Hollandse luchten die de Groningse zomer overdekken, laten ’s middags onverwacht een plukje blauw zien. Na lezing van Rob Schoutens ode aan de wandeling popelen we om de benen strekken. Maar niet te ver hè, ergens in de buurt graag. Het Frederikspad is een geschikt doel en het blijkt een schot in de roos. Waar het pad begint is parkeren nauwelijks mogelijk – dit is bedoeld als compliment. Wie het Frederikspad wil bewandelen, fietst er maar naartoe, op hooguit tien kilometer van de Grote Markt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Aaskevers op rotte vis

Aaskevers op rotte vis

Oranje paaskevers, parend, © Koos Dijksterhuis

Toen ik laatst door een natuurgebied struinde, brandde ineens de stank van rotte vis in mijn slijmvliezen. Ik keek rond en zag een hol. Er lag een halve snoek in. Dat moest wel een vossenburcht zijn. De andere helft van de snoek zat ongetwijfeld in de buik van een vos, deze helft lag hier te stinken. Vossen zijn blijkbaar niet bang door een rotte-vislucht hun woonplaats te verraden. Ze hebben ook geen natuurlijke vijanden hier.

Lees Meer Lees Meer

DELEN