In de jaren ’70 waren haviken zeldzaam. Maar ze krabbelden uit het diepe dal van DDT en jacht en heroverden de Nederlandse bossen. Ik weet nog goed dat ik toen ik veertien was mijn eerste havik zag. Dat gebeurde in landgoed Den Treek bij Amersfoort, waar voor het eerst sinds vele jaren haviken broedden. Later ontdekte ik een nest, hoog in een spar. …
Alleen al vanwege z’n naam haalt de lieveling het natuurdagboek. Lievelingen zijn nachtvlinders met vrij lange vleugels met een streep over de hele vleugellengte. Die streep lijkt wel een scherpe vouw. De vleugels kunnen grijs zijn, roze of bruin, en steken in het midden naar achteren uit met een punt. Het geeft de lieveling het aanzien van een stealth-bommenwerper. Maar dan wel een kleintje. Een lieveling blijft wel vaak onzichtbaar maar zou nooit bommen werpen.
Lievelingen zetten eitjes af op zuring en planten uit de duizendknoopfamilie. Als die op ruig begroeid, vochtig terrein groeien, is de kans groot dat er lievelingen zijn. In bossen, parken, begroeide oevers zijn ze algemeen en ook in wilde tuinen, zeker als daar een vijver is. …
De wespendieven zijn vertrokken naar Afrika. Hun jongen zijn uitgevlogen, het vakantiewerk zit erop. Hoewel, zoveel jonge wespendieven vlogen er niet uit dit jaar, en wie er uitvloog, had geen garantie dat ie Afrika zou halen. Het was een warme, maar droge zomer, en er waren bijna geen wespen. En als er bijna geen wespen zijn, krijgen wespendieven het moeilijk. Want wespendieven eten wespenlarven en wespenraten. …
Glansmug Ptychoptera albimana. Foto Koos Dijksterhuis
Als het warm is en een raam open blijft als de avond valt, kunnen er verrassend veel langpootmuggen in huis komen. Ze snorren rond, hangen aan twee poten te slapen en proberen ’s morgens hardnekkig door het raam naar buiten te vliegen. Ik had er één voor het raam, die kleiner was en een beetje rossig. Even dacht ik aan een sluipwesp, maar alleen al de twee vleugels bewezen dat het een mug was. Wespen hebben vier vleugels. Vliegen en muggen hebben er twee. Ooit hadden ze er ook vier, maar van de andere twee zijn nu alleen nog stompjes over. …
Hoewel augustus niet bijster nat was, integendeel, en september ook droog begon, verschijnen er op braambladeren toch oranjebruine vlekjes. In de ondergroei van schaduwrijk, vochtig bos raken bijna alle braambladeren aangetast met deze schimmel. Het is de veelcellige braamroest Phragmidium violaceum. De vlekken zijn soms niet oranjebruin, ze variëren in kleur van geel tot donkerpaars. Aan de onderkant van het blad kunnen ze nog donkerder worden, tot zwart aan toe. De kleur hangt af van het type spore, roesten zijn schimmels met een ingewikkelde levenscyclus via diverse soorten sporen. Soms komen er volstrekt verschillende waardplanten aan te pas, zoals een gras en een boom, die allebei noodzakelijk zijn voor het voortbestaan van de schimmel. Braamroest echter heeft aan braam genoeg. Braamstruiken gaan niet dood van de roest, al zullen sterk aangetaste planten wel verzwakken. Veel bramen zijn er dan niet te plukken. …
Een bladluis is een mooi beestje en ziet er helemaal niet afschrikwekkend uit. Zolang hij alleen is. Bladluizen zijn net hooligans of corpsballen. In hun eentje zijn ze goed te verdragen, maar in een groep gedragen ze zich weerzinwekkend. Soms gaan plantenstengels schuil onder een dik tapijt van bladluizen. Brrr.
Bladluizen leggen soms eitjes, maar kunnen zich in de zomer ongeslachtelijk vermenigvuldigen door levende baby’s te baren. Dat gaat snel, in een paar dagen tijd kan een plant groen, wit of zwart zien van de bladluizen. …
Op het strand van Schiermonnikoog ligt een vlinder. Het is een kleine vos. Kleine vossen zijn er veel op het eiland. De Noordzee kunnen ze beter vermijden. Toch fladderen ze soms de zee op. Of waaien ze de zee op, maar niet tegen de wind in. Er waait een straffe noordenwind uit zee. De kleine vos moet het geprobeerd hebben, stortte neer en spoelde aan. Daar ligt hij, één vleugel als een tatoeage op het zand geplakt, de andere wapperend in de wind. Ik til hem op, en dan blijkt ie te bewegen. Ik zet hem in mijn hand en draag hem mee, zes kilometer over het strand. Onderweg vinden we nog drie vlinders, morsdood: nog een vos, een atalanta en een koolwitje, plat op het strandzand, met gespreide vleugels. …
Westenwinden zwepen Schiermonnikoog op in oostelijke richting. Zand dat van het Westerstrand wegwaait, blijft aan de oostkant in de luwte van het eiland liggen. Voorbij paal 16, ooit de oostpunt, strekt de zandige Balg zich tot de horizon uit. Je moet nog vijf kilometer verder voor je de punt bereikt. En weer terug. Meestal loop ik heen langs zee en terug over de strandvlakte, zigzaggend, schelpen zoekend. Op de Balg liggen grote schelpen begraven uit vervlogen jaren. Bij oostenwind wordt het zand weer teruggeblazen naar het westen en komen die grote, oude schelpen bloot te liggen. Dan kun je noordkrompen vinden, noordhorens, wulken en oesters. …
Misschien wel de mooiste hommel van Nederland is de steenhommel. Steenhommels zijn helemaal zwart, met een rode bips. Er zijn meer zwarte hommelsoorten met een rood achterwerk, maar die zijn zeldzamer. Steenhommels kunnen trouwens gele haarbanden op hun borst en achterhoofd hebben. Dat zijn de mannetjes. De vrouwtjes zijn op hun rode kont na geheel zwartharig. …
De Nederlanders zijn niet bang, maar boos
Ze willen zelfs als baas een Sterke Man
Die zonder inspraak doen of laten kan
Zelf pluk ik dan een roos, want ik heet Koos
Misschien dat u een beter plekje kent?
Voor wie om sterke eenmansleiding vroeg:
Is Assad of is Poetin sterk genoeg?
Hun onderdanen worden maar verwend!
Ook ik kijk rond, mij lijkt een woonplaats fijn
Waar niet de sfeer bepaald wordt door chagrijn