Er zijn weinig wespen, deze nazomer. Te pas en te onpas lees ik als verklaring dat onweer en stortregens de wespen de das omdeden. Soms is het een herkauwd berichtje van de Universiteit van Wageningen Bewijs voor die onweersstelling wordt niet gegeven.
Ook lees ik dat er door de weinige wespen zoveel muggen zijn. Weer ontbreekt ieder bewijs voor die stelling. Er zijn helemaal niet veel muggen. In mei waren er veel muggen, maar toen werd het een paar weken koud en daarna juist warm, maar droog. De muggen verdwenen weer. Ik kon een zwoele zomeravond lang buiten zitten zonder dat ik gek werd van de muggen. Terwijl muggen mij heel aantrekkelijk vinden. …
Eendagsvliegen leven bij water met zandige of modderige bodem. Of beter: daar leven ze in. Ze vliegen maar kort hè, hun naam laat niets te raden over, al zijn het geen vliegen. Ze worden raadselachtig genoeg ook wel haften genoemd. Als larve leven ze veel langer dan een dag, in het water. Of eigenlijk leven ze niet als larve, maar als nimf. Het verschil is dat een larve zich verpopt, en dat een nimf uit zijn huid kruipt. “Sluipt”, moet ik hier zeggen. Je kruipt in een huid, maar je sluipt eruit. Entomologentaal. …
Als u het natuurdagboek al langer leest, zou u zich eerdere afleveringen kunnen heugen over parnassia. Parnassia is simpelweg te mooi om niet ieder jaar te laten zien. Parnassia bloeit van juni tot september, met de nazomer als hoogtepunt. Dan kunnen de bloemen met hun honderden witte tapijtjes leggen, mits de omstandigheden goed zijn. Dat zijn ze niet vaak meer. Parnassia is zo zeldzaam geworden, dat u de plant misschien wel nooit ziet. Reden te meer voor een foto. …
Eén van de gemakkelijkst herkenbare libellen is de bandheidelibel. Die brede, zwarte banden over de vleugels zijn onmiskenbaar. ‘Onmiskenbaar’ is een woord uit kringen van natuurkenners. Ik hoor het uitsluitend in verband met het vaststellen van soortnamen. Het is een begrip dat ik op mijn veertiende leerde kennen, toen ik bij de Jeugbond voor Natuurstudie ging.
Er is nog zo’n natuurwoord: pterostigma. Ptero is Grieks voor vleugel en stigma voor vlek. Vleugelvlek lijkt mij een uitstekend alternatief, maar nee, zo’n vlekje moet en zal pterostigma heten. Pterostigma’s zijn de vlekjes op libellenvleugels. Meestal één links, één rechts. …
Er bloeien duinmuggenorchissen op Schiermonnikoog. Niet veel, want duinmuggenorchissen zijn heel zeldzaam, zelfs in de weinige duinvalleien waar ze voorkomen. Er zijn er ongetwijfeld meer, maar in deze vallei vinden we er een stuk of tien. Het valt nog niet mee ze te vinden, want ze staan tussen de kattenstaarten op wie ze lijken. Bovendien beginnen ze uit te bloeien. …
Wim Penning. portret door Stella van Acker. Foto Koos Dijksterhuis
Natuur-, zee- en landschapsschilderes Stella van Acker exposeerde schilderijen in de kerk op Schiermonnikoog. Van Acker woont op het eiland, ik zie haar vaak langs het strand wandelen of over zee staren. Dan laat ze de zee indruk maken, een indruk die ze later schildert. Zo impressionistisch kom je ze niet vaak meer tegen.
Van Acker houdt veel van de natuur. Als ze vertelt over de meidoorns die vanwege het open maken van de duinen zijn omgehakt, moet ze bijna huilen. Het openhouden van ’s lands mooiste bloemenweiden door jonge berken, wilgen, dennen en lijsterbessen weg te halen is één ding. Het rooien van stokoude meidoornstruwelen waarin het miegelt van de nachtegalen en grasmussen is een andere zaak. …
Sommige klaversoorten komen zelfs op veelgemaaide gazons nog tot bloei. Kleine klaver bijvoorbeeld en hopklaver. Die twee gele miniklavertjes zijn zo klein, dat ze met wat geluk aan de grasmaaier ontsnapper. Onderduikers.
Kleine klaver en hopklaver zijn in trek bij Icarusblauwtjes. Ook rolklaver heeft door Icarusblauwtjes geliefde nectarbloemen. Die klaverbloemen zijn geel, al combineert rolklaver het geel met wat oranjerood, gekleurd als de zon waar Icarus naartoe wilde. Die hoogmoed kwam hem voor de val, een lot dat Icarusblauwtjes bespaard blijft. Zij mogen naar klavers fladderen, zij branden daar hun vleugels niet aan. …
Het barst van de rugstreeppadden op Schiermonnikoog. In de lente gonzen de vochtige delen van het eiland ’s avonds van het paddengeratel: “rrrrr, rrrrr”. Ik heb eens een overdag ratelende pad beslopen. Hij ratelde vlak voor me, maar ik zag hem niet. Ik hoorde weleens rugstreeppadden achter ons vakantiehuisje, maar ook daar zag ik ze nooit.
En nu ineens twee.
Ik wandel met iemand over het eiland en we beklimmen het hoogste duin, waarna we in dat duin afdalen. Er staat namelijk een enorme bunker op en gelukkig heeft Natuurmonumenten die een keer heropend. In bunkers broeden boerenzwaluwen, er overwinteren salamanders en mensen zoeken er avontuur. Ze drinken er, getuige de blikjes, en ze plassen er, getuige de stank. …
Nu de zomer last krijgt van herfstachtige buien, schieten de paddestoelen uit de grond. Boleten, russula’s en stinkzwammen zijn er als de kippen bij om hun hoeden te vertonen. De droge warmte, de brandende zon, de straffe oostenwind waren niet paddestoel-bevorderend. Toch zijn er altijd zwammen die het desondanks prima redden. De duinfranjehoed is een veel minder sierlijk wezen dan zijn naam doet vermoeden. Duinfranjehoeden zijn klein en bruinig. Veel paddestoeltjes zijn klein en bruinig en onopvallend. Maar duinfranjehoeden vallen ondanks hun kleine bruinigheid wel op. Ze staan namelijk zomaar in het scherpe duinzand, in het strandzand zelfs. …
Witsnuitneusberen (coati; pizote) Nasua narica. Foto Koos Dijksterhuis
‘Kijk, die staarten!’ roept zoon van 11. Zijn zus van 15 hurkt en maakt lokkende handbewegingen met gestrekte arm. Dat werkt. De neusberen komen zo gretig op haar af, dat ze terugdeinst. Onze bus stopte meteen toen de chauffeur en reisleider een groep coati’s in de berm zagen. Coati’s ofwel witsnuitneusberen zijn forse wasberen met een lange, bleke neus. Ze steken hun witsnuitneuzen graag in andermans zaken. Vanuit de bossen schuimen ze de randen van de mensenwereld af op zoek naar hapjes. Mensen voeren ze, al is dat verboden. In enthousiaste buien steken de dieren hun lange staart recht omhoog. Zodat we in de berm omringd worden door staarten, allemaal omhoog, als vlaggetjes op kinderfietsjes.
Vulkaan Arenal. Foto Koos Dijksterhuis
In de kerstvakantie met de kinderen naar de tropen. Waar moet een mens zijn CO2-quotum anders mee vullen? De reisbrochures op internet beloven vulkanen, jaguars en quetzals. Het land is Spaanstalig en veilig. Ik organiseer mijn reizen altijd zelf. Maar het is hoogseizoen en ik zie me al met de kinderen in het donker voor een overboekt hotel staan, terwijl de laatste bus weg is en er een tropische donderbui losbreekt.
Reisorganisatie Koning Aap biedt familiereizen, ja zelfs puberreizen aan, met kinderen in de lastige leeftijd. Maar de puberreis vervalt. Ik boek toch. Een dure grap van ruim tweeduizend euro per persoon, het is tenslotte kersttijd. Een los vliegticket kost 1700, dus voor vierhonderd euro krijg je er twee weken transport bij, onderdak en een gids. …