Kale koppen zonder bloed

Kale koppen zonder bloed

Heremietibis met afval als nestmateriaal. Foto Koos Dijksterhuis
Heremietibis met afval als nestmateriaal. Foto Koos Dijksterhuis

Soms komen mensen tot inzicht. Toen de noordelijke kaalkopibis, ook heremietibis genoemd, vrijwel uitgeroeid was, kwam bescherming op gang en werden er fokprogramma’s opgezet.

Ooit was ik in Palmyra, Syrië, en later hoorde ik dat daar een kleine populatie van deze ibissen was ontdekt. Als dat waar is, is die kolonie inmiddels vast weggevaagd, net als de tempels daar.

De laatste tientallen kaalkopibissen huisden wel langs de Eufraat: in Irak, Turkije en Syrië. En ten zuiden en noorden van de stad Agadir in Zuidwest-Marokko.

In november 2013 zag ik twee kaalkopibissen in Oost-Groningen. Ze waren geringd en bleken afkomstig uit een fokprogramma in Oostenrijk. In de herfst vlogen kaalkopibissen vanouds naar warmere en voedselrijkere streken in Zuid-Europa. Maar kennelijk zit de trekroute niet goed in hun kale koppen en trekken ze niet weg of vliegen ze de verkeerde kant op. Van nature vlogen noordelijke kaalkopibissen mee met hun ouders.

Vanuit die fokprogramma’s worden ze daarom met brommervliegtuigjes naar in ere herstelde overwinteringsgebieden gebracht door hun verzorgers, die ze als hun ouders beschouwen. In de winter kun je ze tegenwoordig tegenkomen in Toscane en in Andalusië.

Voor de echt wilde kaalkopibissen moet je naar Tamri ten noorden, of naar het Souss-Massa Nationaal Park ten zuiden van Agadir. Daar was ik onlangs en tot mijn verrassing nestelden ze op hoge, rechte klippen boven de oceaan. Ze waren goed te zien. Ze vlogen zelfs dichtbij langs met nestmateriaal, zie foto. Volgens de vogelliteratuur nestelen ze met takken, maar ik zag ze ook met plastic zakken en zeewier – het is maar net wat het aanbod is.

Ik zag ze ook aan land rondstappen en voedsel zoeken. Met hun kale gezicht kunnen ze zonder bloederige gezichtsveren in een dood dier pikken. De dode dieren die ik zag waren twee honden en een kat. De ibissen, niet te verwarren met de algemenere zwarte ibissen die in Noord-Marokko te zien zijn, lusten ook ratten, hagedissen, vis en wat niet al.

De totale wilde populatie in Marokko werd in 2018 geschat op 750 vogels, en ik denk dat het er nu meer dan duizend zijn. Nog altijd weinig, maar het tij is gekeerd. Hoog tijd voor een inventarisatie van de oevers van de Eufraat.

(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 26 juni ’26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *