2024-2028
Bevrijdende natuurclub

Bevrijdende natuurclub

CJN zomerkamp Schier 1970. Foto Marian Duisterhof
CJN zomerkamp Schier 1970. Foto Marian Duisterhof

In 1946 werd de CJN opgericht, die wortelde in de CMJN, de Christelijke Meppeler Jeugdclub van Natuurvrienden. Die Meppelaars verlieten in 1943 de NJN, omdat ze daar zondags op excursie gingen. Zaterdag verschijnt Een kleine geschiedenis van de CJN, van Jelte Rozema, Gerard Boere en Lenze Hofstee. Het bestrijkt dertig jaar tot 1976, toen de Christelijke en de Katholieke Jeugdbonden fuseerden tot de Algemeen Christelijke Jeugdbond voor Natuur- en milieustudie.

Zelf werd ik na die fusie lid. In mijn woonplaats Amersfoort kende ik mensen van de NJN, maar die gingen op zondag op pad en bij ons thuis werd de zondag geheiligd als dag waarop je je moest vervelen en lijden in de kerk. Ik ging dus bij de zaterdagse ACJN. Ik ontdekte dat er nog meer pubers waren die bossen leuker vonden dan brommers en vogels interessanter dan voetbal.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Rondborstige valentijnshartjes

Rondborstige valentijnshartjes

Speenkruid blaadjes. Foto Koos Dijksterhuis
Speenkruid blaadjes. Foto Koos Dijksterhuis

Speenkruid is een vroege bloeier; bloeiend speenkruid is voor mij altijd een blijde boodschap van een beginnende lente. Speenkruid hoort bij de ranonkelfamilie, net als boterbloemen, met wie speenkruid de kleur van de bloemen gemeen heeft: een glanzend, diep geel.

De bloemen van speenkruid zijn sterretjes, met puntiger kroonbladen dan boterbloemen. Ze hebben er wel acht tot tien van. Ze lijken op mini-dotterbloemen, ook al van die vroege lentebloeiers. Maar waar dotters aan de waterkant staan, heeft speenkruid een bredere smaak. Wel zie ik het eerste speenkruid altijd op de noordoever van sloten, die overdag de lentezon vangen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Kleurrijke kramsvogels

Kleurrijke kramsvogels

Kramsvogels. Foto Koos Dijksterhuis
Kramsvogels. Foto Koos Dijksterhuis

Wat vliegt daar? Die vraag, tevens de titel van een oud vogelboekje, stelde ik mezelf in gedachten, toen ik in de verte een vogel in een bosrand zag verdwijnen. Een mens vraagt zich wat af in gedachten! De vogel was vrij licht en leek het formaat te hebben van tussen een spreeuw en een tortel in. Kramsvogel?

Ik tuurde door de kijker, om te zien of die vogel zichtbaar was. Ja dat was hij! Hij zat in de kale kruin van een berk of els. Of was het een soortgenoot? Net toen ik de kijker scherp gesteld had, vlogen er een stuk of tien van die beesten uit de kruin weg. Met lichtsnelheid verwisselde ik kijker voor camera en drukte af, zie boven.

Het was inderdaad een kramsvogel, het waren alle tien kramsvogels. Kramsvogels schuimen graag in groepen de boomkruinen af, op zoek naar iets eetbaars. Ze horen bij de lijsterfamilie, net als merels, en lusten zowel kleine diertjes als vruchten, net als merels, met een voorkeur voor wormen en appels, net als merels. Wie appels heeft hangen of liggen, kan kramsvogels in de tuin krijgen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Darwin op Vuurland

Darwin op Vuurland

HMS Beagle bij Vuurland in Zuid-Amerika.  Conrad Martens, 1833

Charles Darwin voer van 1831 tot 1836 mee op zeilschip HMS Beagle rond Zuid-Amerika. Zijn reisverslag is heerlijk leesvoer. Ook in zijn standaardwerk Over de Oorsprong van Soorten en in zijn dagboek betoonde de maestro zich een goede verteller met een soepele (ganzen)pen. Zijn geschriften maken een veel modernere indruk dan je van de negentiende eeuw zou verwachten. Hoewel; ik houd wel van negentiende-eeuwse kost.

In navolging van de VPRO, vijftien jaar geleden, wordt de zeereis van de Beagle momenteel weer overgedaan en één van de deelnemers is mijn vroegere biologie-jaargenoot Gert van Maanen, tevens hoofdredacteur van vakblad Bionieuws.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Voorjaarsnachtvlinders wemelen niet meer

Voorjaarsnachtvlinders wemelen niet meer

Kleine voorjaarsspanner Foto Jeanette Essink
Kleine voorjaarsspanner. Foto Jeanette Essink

Nu de temperatuur hoog is voor de tijd van het jaar, roeren de vroege voorjaarsvlinders zich. Dat doen ze de laatste jaren wel vaker, want hoge temperaturen zijn gebruikelijk geworden. De temperatuur kan wel plotseling flink afkoelen. En dat is slecht nieuws voor de vlinders.

Nu is het nieuws voor vlinders toch al beroerd, zoals u weet. Insecticiden, een landschap zonder bloemen en klimaatverandering – daar zijn maar weinig soorten tegen bestand. Ik spreek wel eens nachtvlinderaars, die nachtvlinders vangen en weer vrijlaten, en die zagen in een jaar of 25 tijd hun vangsten slinken van duizend naar nul tot honderd exemplaren per avond.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Merelzang

Merelzang

Merel. Foto Koos Dijksterhuis
Merel. Foto Koos Dijksterhuis

Precies een week geleden lag ik ’s morgens om zeven uur in bed en hoorde ik door het open raam mijn eerste merel dit jaar. Hij begon aarzelend wat te neuriën en mompelen, om gaandeweg herkenbaarder te klinken.

Dat het mijn eerste waarneming is, wil niet zeggen dat het ’s lands eerste is, integendeel. Op de permafrost van Groningen hobbelt de lente op alle fronten achter de rest des lands aan. Maar ik had nog maar één melding gekregen: een paar dagen voor mijn merel kwam er een mailtje van lezeres Bertha Barelds, met de mededeling dat ze zaterdag 27 januari een merel had horen zingen op de markt in Hoogeveen.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Dure ganzen

Dure ganzen

Brandganzen. Foto Koos Dijksterhuis
Brandganzen. Foto Koos Dijksterhuis

Ganzen vliegen over op weg van of naar hun graasgronden. Dat zijn vaak weilanden, waar alleen Engels raaigras groeit, eiwitrijke kost voor koeien. Ook ganzen zijn er gek op; ganzen zijn de koeien onder de vogels.

Een derde van ons land bestaat uit raaigras. We maken het landschap onweerstaanbaar voor ganzen. Geen wonder dat er ongeveer twee miljoen bij ons overwinteren. Kolganzen, grauwe ganzen en brandganzen zijn de talrijkste.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Vuurzwammen

Vuurzwammen

Bruinzwarte vuurzwammen. Foto Koos Dijksterhuis
Bruinzwarte vuurzwammen. Foto Koos Dijksterhuis

Veel schimmels ruimen takken, bladeren en boomstronken op. Saprofyten worden ze genoemd. Sapro is wetenschapsgrieks voor rot, en fyt betekent plant. Saprofyten zijn geen rotte planten, maar laten planten rotten. De rottende plant heeft daar geen last van; die is toch al dood. Saprofyten zijn dus geen parasieten.

Parasieten zijn wezens die op of in andere wezens leven, en ten koste van die wezens. Veel soorten schimmels parasiteren op planten en bomen. Sommige, zoals meeldauw, laten hun gastheer leven. Meeldauw leeft van de sappen uit groene planten, en sterft als die planten doodgaan. Zulke parasieten noemt men biotrofe parasieten. Andere, zoals de bruinzwarte vuurzwam, parasiteren op levende gastheren, die daar dood van gaan. Zulke parasieten heten necrotroof. Als de gastheerplant dood is, leeft een necrotrofe parasiet verder als saprofyt.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Zondags pak met witte wangen

Zondags pak met witte wangen

Aalscholver. Foto Koos Dijksterhuis
Aalscholver. Foto Koos Dijksterhuis

Ruim een week geleden zag ik aalscholvers in hun donkere winterjas op sneeuw zitten. Nu zie ik aalscholvers in hun broedkleed in de zon hun vleugels drogen. Het kan verkeren.

Zodra de dagen gaan lengen, breekt in de natuur een nieuw seizoen aan. In januari zijn daar allerlei tekenen van. Bolgewassen priemen uit de grond, de eerste sneeuwklokjes en krokussen winterjasmijn en toverhazelaar kleuren geel, de ronde blaadjes van speenkruid bedekken de bodem.

Koolmezen zingen, huismussen tjilpen, reigers maken zich op voor het broedseizoen en dat doen aalscholvers ook. Hun broedkleed verschikt in voorkomen van hun wintertenue door witte vlekken op de dijen en een grotendeels witte kop.

Lees Meer Lees Meer

DELEN
Wie een grote lijster hoort boft maar

Wie een grote lijster hoort boft maar

Grote lijster. Foto Koos Dijksterhuis
Grote lijster. Foto Koos Dijksterhuis

Eén van de vroegste lentebodes, en misschien wel de mooiste, is de grote lijster. Er zijn wellicht eerdere waarnemingen gedaan, maar de eerste die mij dit jaar gemeld werd, is gehoord door Benny Klazenga. Hij verdient daarmee het predicaat Bofkont van de week.

Niet dat grote lijsters nu in ons land verschijnen – er zijn meer overwinteraars dan broedvogels. Die komen uit bijvoorbeeld Zweden, waar grote lijsters bij dorpen en boerderijen algemeen zijn. Nee, ze zijn er al wel, maar ze beginnen pas te zingen als het broedseizoen begint. Het kan ook andersom zijn: dat het broedseizoen begint als de grote lijsters zingen. Afgelopen week brak er een lenteachtig zonnetje door en begonnen ze.

Lees Meer Lees Meer

DELEN