Zingen voor een vrijgezelle dame

Zingen voor een vrijgezelle dame

Spotvogel. Foto Marijke Wempe
Spotvogel. Foto Marijke Wempe

‘Bonenplanter’ werd de spotvogel vroeger genoemd, lees ik in Schiermonnikoog: wat er broedt en vliegt, het nieuwe overzicht van de eilander vogels, zie het Natuurdagboek van gisteren. Spotvogels arriveren in de loop van mei uit Afrika, in de periode dat de bonen geplant werden. Bonen zijn helaas geen gangbaar gewas meer in Nederland en de spotvogel heeft zijn bijnaam verloren.

Nu is spotvogel ook een fraaie naam. Onze tuin in Paterswolde lijkt een uitstekende plek voor spotvogels. Er zijn bomen, dichte struiken, hoge planten, lage planten, hoog gras en kort gras. Rupsen en insecten genoeg, schuilplaatsen, alles wat een spotvogel begeert. In Noord-Drenthe hield de soort het nog relatief lang uit, maar de voormalige erfvogel lijkt uit Drenthe zo goed als verdwenen. Landelijk werd het aantal spotvogels rond 2019 door Sovon Vogelonderzoek geschat op twaalf- tot achttienduizend. Het aantal slinkt, wat met klimaatverandering te maken kan hebben. Het areaal waar spotvogels leven schijnt noordwaarts te verschuiven. Van Schiermonnikoog kun je echter niet naar het noorden.

Op de Waddeneilanden zijn ze nog relatief algemeen, al heb ik de stellige indruk dat hun aantal ook daar slinkt. Het is iedere lente weer spannend of de spotvogel in onze tuin op Schiermonnikoog er nog is. Tientallen jaren zat daar in de bosrand zo’n gelige zangvogel te zingen en te krassen. Soms hoorde ik er wel drie in de buurt.

Eind mei kwam ik er, en na een alarmerend stille dag leefde ik op, want daar klonk het uiterst gevarieerde lied van een spotvogel. Prachtige merelstrofen wisselden af met grasmusgekras, soms leek er een heggenmus, dan weer een fitis te riedelen. Maar telkens gooide de vogel er typische spotvogelklanken doorheen. Het langdurig blijven zingen vanuit dicht lover was ook kenmerkend.

Nu maar hopen dat hij met zijn repertoire een vrouwtje weet te versieren. Zo’n weelde aan klanken, daar zit voor elk wat wils tussen, zou ik denken. Maar ja, dan moet er wel een vrijgezelle dame langskomen. Wat bij een slinkend aantal spotvogels niet vanzelf spreekt.

Zo laat in de lente, als de spotvogels arriveren, zo vroeg taaien ze alweer af. Eind juli begint hun uittocht, en in augustus vertrekt de hoofdmacht.

(Natuurdagboek Trouw, vrijdag 12 juni ’26)

 

DELEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *