Woelige gast

Woelige gast

Aardmuis juv. Foto Koos Dijksterhuis
Aardmuis juv. Foto Koos Dijksterhuis

Geliefde komt thuis met de hond en een logé. Het betreft een jonge muis die qua formaat net het huis uit zou kunnen zijn. In dat oordeel baseer ik me op de witte muizen die ik ooit hield en die jongen kregen. Maar witte muizen zijn huismuizen, die onder de ware muizen vallen. Dit was duidelijk een woelmuis.

Woelmuizen zijn geen ware muizen. Ware muizen eten van alles. Woelmuizen zijn vegetariërs en zijn daarmee meer verwant aan hamsters. Dan zijn er ook nog spitsmuizen, die vrijwel alleen dierlijke kost naar binnen werken. In het Engels maken ze onderscheid tussen mice (ware muizen), voles (woelmuizen) en shrews (spitsmuizen), maar wij noemen ze allemaal muizen.

Woelmuizen zijn ronder en molliger, hebben een stompe snuit en een kort staartje. De woelmuis in kwestie lag voor dood midden op een pad. Wellicht was het nestje open gewroet door een van de vele honden die dat pad bewandelen. Misschien was het woelmuisje ook op avontuur gegaan en wist ie het even niet. Onze hond hapte de muis op, om hem of haar meteen weer uit te spugen, want de prooi spartelde en piepte. Geliefde bracht het wollige diertje in de hand naar huis.

Er zijn vijf soorten woelmuizen in Nederland, en in de omgeving van de vindplaats komen vooral veldmuis en aardmuis in aanmerking. De Noordse woelmuis leeft alleen nog in moeras- en plassengebieden waar geen aardmuizen voorkomen, en de rosse woelmuis is meer een soort van bossen. Er is ook nog een ondergrondse woelmuis, die in het door winstbejag schaars geworden kleinschalige landschap leeft. Gezien zijn rossige vachtje houd ik onze gast op een aardmuis. Dat vachtje is zacht en ziet er goed uit.

We maken een surrogaatnestje in een doosje met hennepvezels, en serveren appel, banaan en muesli. Met een naaldloze injectienaald druppelen we water in het bekje, maar dat lukt niet echt. Ook een prutje van geweekte muesli gaat er niet in. Zo’n kleintje moet toch eten?!

De volgende dag ziet Woelie er pierig uit. We proberen er vocht en voedsel in te krijgen, maar nee. Hij wil alleen maar dutten, voor een woelmuis woelt hij weinig. Ineens strekt hij zijn pootjes en kromt hij zijn ruggetje. Dood.

(Natuurdagboek Trouw, donderdag 19 juni ’25)

 

DELEN
Reacties zijn gesloten.